Een Fries huilt niet.

15 – 19 april 2021

Hij had zes, nee acht gouden ringen in elk oor. Al zijn tanden waren met goud bedekt. “Ben je op vakantie hier?” vroeg hij – een variant van de basisvraag ‘wat brengt je hier?’ – op de zonnigst mogelijke toon. “Ik ben aan de wandel” zei ik, en hij antwoordde “ik zit in de ijzerhandel, ik haal een paal op bij nummer 7”. Veel meer liet hij niet los, de vrolijke toon was bedoeld om mijn verhaal los te krijgen, niet het zijne. Dát werd verteld door de vier getatoeëerde tranen op zijn linkerwang.
Ik zat op het bankje midden in Oldeberkoop, met de rug naar de kerk en het gezicht naar de kruidenier en de bakker. Het voelde als lunchtijd, maar het was nog geen tien uur. Dat kwam omdat ik al rond half zes door een rietzanger was gewekt om niets te missen van de zonsopkomst in het rietland langs de Linde. En om daar weg te zijn voordat de graafmachines van de grondjongens er ronkend een nieuwe meander zouden gaan graven. Ik was zo vroeg langsgelopen dat de eerste koffie in de schaftkeet nog niet eens was ingeschonken. Ik had gezwaaid naar de opzichter die net uit zijn Opel stapte.  

Na Oldeberkoop liep ik langs de Tjonger, met aan de overkant een vrouw met een boodschappentas. Ze liep gelijk op, ik zag niet waarheen. Voorbij een flauwe bocht lag een aak, daar ging ze naartoe. Het schip was perfect onderhouden, waardoor de naam op de boeg – Swiebertje – plots mijn band met de bewoners duidelijk maakte. We willen een onbezorgd, soms zwervend bestaan, maar wel met goeie spullen. Lifestyle-Swiebertjes.

Heel wat boerenland verderop, bij Hemrikerverlaat, rustte ik bij een Rustpunt.nu.
“Wil je er appeltaart bij? Dan haal ik die even uit de vriezer.” De vrouw knapte een kastje op, zodat het zich kon voegen in de romantiek van hout en emaille en retro-servies, die het nieuwbouwhuis wat meer Swiebertje zouden maken. Leuk gesprek. Verderop was het een andere vrouw, een sperwer, die voor mijn neus langs de heesters indook en daar een hels gegil veroorzaakte door de scherpe nagel van haar lange middelste teen in de borstkas van een lijster te drijven. Zo doen ze dat.

Deze tocht testte ik of het schrijfboekje thuis kan blijven. Dan sta je ergens in de berm in je telefoon te leuteren, heel hedendaags. Sommige dingen spreek je niet graag in, alsof de opname zou opduiken in iets Watergate-achtigs. En wat voor smerigs er gebeurde op de Lippenhusterheide onthou ik ook wel zonder het te beschrijven.

Na Beetsterzwaag, het Wassenaar van Friesland, werd het land steriel, op één eilandje na: Camping Op Eigen Weg. “Alles is er”, zei Els, “maar dan wel eenvoudig”. Een hondje, een geit, brocante voordat het zo heette, en een geweldige douche. “Wat je met trespa, tegeltjesvinyl en een beetje handigheid al niet kunt maken”, appte ik naar Lein. Thuis zag ik pas dat ik die dag te ver had gelopen, 42 kilometer. 

Zaterdagochtend nam ik de pont vanuit De Veenhoop. De vrouw met wie ik had staan kletsen en die elke zin afsloot met “jah!”, gaf de veerman een pak deugnietjes. Na de pont het bruggetje over en ik was in Nationaal Park Alde Feanen. In zo’n gewijd gebied gedragen wandelaars zich als kerkgangers. De bankjes zijn er harder en rechter. De tijd is teruggedraaid naar het jaar 1948, of 1885, toen rietsnijder nog het meest voorkomende beroep was. De oude boerderij is weg, op diens fundament staat de uitkijktoren. Niet omhoog gaan, dan zie je de grens van het park aan alle vier de kanten. Je komt hier maar beter als het mistig is. 

De middag ging op aan veel asfalt, hoewel ik heel blij werd van De Leijen. Een klein moerasgebied waar riet wordt gemaaid, met zulke fijne paadjes, hoekjes en dijkjes, afgerond door het dorpje Eastermar. Noordelijk daarvan ligt het Burgummermeer, waarvan de boorden boordevol vogels zitten. Ik hoorde vanuit het moerassige terrein waar ik naast stond het gesnor van de snor (net als de nachtreiger een vogelnaam uit Baantjer) en ’s nachts het gekrijs van de waterral en de tuba van de roerdomp. 

De zondag begon mistig. Een koele ochtend maakt alles goed. Alsof de vroegte de slapende mensen vrijpleit. Toen ik door Kootstertille kwam was het na achten en dan geldt die regel niet meer. Ik hou van de rommelende mens, maar niet van de mens die rommel koopt, daarmee z’n betegelde tuin decoreert en dan ook nog dat gebrek aan verbeelding laat uitzaaien over het hele dorp. Het zou kunnen dat Kootstertille zelfs in de vroege ochtend lelijk is. Dat ga ik niet uitzoeken.  

Ik mikte nog op de Twijzelermieden en de Zwagermieden, maar deze natuurgebiedjes bleken niet meer dan een blokje om tussen land geoptimaliseerd voor het kweken van gras. En als ik dan zelfs in april, als ik lange dagen door het land loop, toch maar een handvol kieviten en grutto’s zie, dan denk ik, dit zou zelfs voor een Fries reden moeten zijn om te huilen. Met die gedachte rondde ik maandag af. Eerst Damwoude en dan over de Goddeloze Singel langs het Goddeloze Tolhuis en via een blauwborst en een bruine kiekendief naar station Feanwâlden. 

Een Fries huilt niet. Een boek met die titel stond vroeger bij ons in de kast. In Schotland lees ik graag Ian Rankin, zo Schots als wat, en in Friesland zou het Friese literatuur worden. Wat bleek? De Friese literatuur is nauwelijks vertaald in het Nederlands, en al helemaal niet als e-book. Treurig.

De start is in Steenwijk, zo door een nieuw wijkje de heuvel op en het bos in.
Huis Eese, mooi terrein, wandelaars welkom maar op een prettige manier toch buiten het privé-terrein gehouden. Zo hoort het.
Steggerda.
Ontbijt in de Lendevallei, half zeven.
De rivier de Lende (Linde in t Nederlands)
Oldeberkoop, kerkje en de auto van de lokale Dude
Poel aan de rand van de Delleboersterheide. Warm! Veel poelkikkers (duh)
Veel lange fietspaden deze tocht. Meestal van beton trouwens.
Rustpunt De Honingbij, Hemrikerverlaat. Gastvrij, slim ingericht en met allerlei lekkers. Betaling ook per PIN, da’s fijn want wie heeft er nog cash?
Fockensstate, Beetsterzwaag.
Camping Op Eigen Weg, bij Ny Beets.
Bevroren handdoekje, onderbroek en tent
Ny Beets. ‘Leg de ventilatiebuizen die je op de kop hebt getikt hier maar neer’
Op de pont van De Veenhoop naar Alde Feanen (foto door restaurantmedewerkster)
De Leijen, met appel.
Burgummermeer, met zicht op Piter Jehannesgat. Fijnste wildkampeerstek op verwaarloosde aanlegplek.
Zo weet de veldwachter de wildkampeerder in de kraag te vatten. Moet ie wel vroeger opstaan.
Consolis/VBI, voor al uw betonnen kanaalplaatvloeren. Langs het Prinses Margrietkanaal.
De brug gaat straks voor mij dicht, en dan meteen weer open. Verder niemand op pad.
Humanistische tuin bij Jachtwerf Brandsma in Reahel. Een soort timmermansproefstuk van deze bouwer van prachtige houten schepen.
Buitenpost – met een plaatsnaam die een koloniale klank heeft – zat in mijn gedachten sinds een klant vertelde hoe hij op het station van Buitenpost kon kiezen of hij in het kantoor in Leeuwarden of in Groningen wilde werken, afhankelijk van de treinenloop. Het echte Buitenpost bleek akelig nuchter te zijn, geen spatje charme. Hierboven het stenige centrumpje.
Zondag = Formule 1 kijken, alleen, maar met een soort app-hotline met Julius. Kost geweldig veel (extra) data.
In de vroege ochtend op weg vanaf camping De Zandhorst. Inderdaad, een bult in het landschap die je van verre ziet. Ook weer heel goede douche, in privé-badkamertje.
Weissenbruch-lucht bij De Falom, onderweg naar het Goddeloze Tolhuis en het station van Veenwouden.

Articles of faith

TGO Challenge Gear List (not)

Six years ago I crossed the Alps. There I met the ultimate backpacker. He wore isolated shoes, two loose goatskin trouser legs, a hazel-framed backpack, a bow and arrows, a pouch with fire-making tools and a couple of birch bark food canisters. And an axe with a heavy and expensive copper axe-head. His name was Ötzi. 

I asked him why he would take that heavy copper axe-head. In a soft voice he said: “the museum people thought it might have signified riches and leadership, but for myself, well, I just love it, as a tool. I don’t mind the weight penalty, chopping firewood with it is such a pleasure.”

Ötzi. Reconstruction by the Arie & Alfons Kennis in Ötzi’s very own Bolzano museum.

Irrational additions to the backpack have existed for at least 5,000 years. These articles of faith define the walker. Show me yours and I’ll try and read them. But first:

What do I want from a walk, what are my articles of faith?

I want silence. The best thing in the wild is the huge big silence. My current stove, a White Box Stove, is completely silent. Why pick a nice spot for the tent, amidst this silent landscape, and then turn on a roaring jetboil? Calculating the weight penalty? I’ve tried, given up, and settled for it’s 53 gram (including windscreen)

My White Box Stove during a test, 2015.

I want simplicity of movement. I never fail to enjoy the sheer simplicity of walking. There’s many modern day ‘stuff’ that can ruin this simplicity. Think walking poles. They give your brain two extra legs to master (it can’t), they swing in and out of your view. Noise! On pole-people’s gear lists two or often three pairs of gloves turn up, because hands are exposed. While pole users have many a reason to use poles, I have only one counter-argument: poles are simplicity lost. A non negotiable to me.

I want to be immersed in the landscape. If I wouldn’t have any inhibitions, I would walk naked, and sleep on a bed of moss under the starry sky, eating rabbit each night. Until then, I prefer the thinnest barrier between me and the landscape, put up in a minute. And gone in a minute. This lightness is spoilt by having too much stuff inside the tent. Spare stuff annoys me. I don’t bring spare batteries, no pillow, a tiny towel (aaarghhh), less repair stuff, no shampoo, no swiss army knife, no spare socks, no spare shoelaces, no … you name it. This stufflessness is a dogma, and I thought I would suffer the consequences sooner or later, but I never feel something’s missing. Because so much is gained.

I need some comfort. Two items stand out: a book, and a thermos. For as long as I can remember I carry books. Lately, it’s an e-reader. But the purpose is the same: a book keeps me from walking into bad weather, and keeps me from walking at all if that’s what’s called for. 
In a way, the thermos accompanies the alcohol stove. The stove is not lit quickly, and fuel, once poured in, can’t be re-used. So I boil one and a half liter of water two times a day. The thermos contains the surplus. Benefit: hot tea first thing in the morning, without setting up the stove, and a hot drink on the hill. Weight penalty: 189 g (e-reader + cable), 229 g (0,6 L thermos)

Safety. Of course I carry torch, compass and a foil blanket. But I have an irrational fear of high winds. When I was 10 or 11, the family camped on a French campground when one of those mediterranean winds struck our tents at night. Being inside a small tent with that storm hammering it made a lasting impression. My sister and I where ‘evacuated’ into the bigger tent my parents slept in. In Scotland I’ve had many a stormy night in my Phoenix Phreebooter, a bombproof tent. Recently, I bought a Tramplite tent, which stormproofness is overkill on most days, but it frees me from fear. 
Weight penalty: about 200 grams (pegs!), compared to my Tarptent Moment.

Ye Olde Phreebooter somewhere behind Liathach, Torridon, 1995

The oddest and oldest relic in my pack is my spoon. Over 30 years old, and with me on all my Scottish walks. Weight penalty? Even calculating it would be heresy!

Latest news: yes, I bought a Dyneema Composite Fabric (Cuben Fiber) Fusion Bonded SUL Tent Peg Bag, size XL. ‘What animal’s skin is this made of?’ Ötzi would ask.

The latest addition to my gear list: a girl’s make-up mirror, to catch ticks.

More posts on my preparation for the TGO Challenge here.

Tussendoortje: uitrusting

   

Samen met Pasen in een Ferienwohnung: heerlijk. Een warm bad van liefde en een spijkerbroek. 

Maar papa moet wel even alles wassen, schoonmaken, nalopen en aanvullen. 

Leuk om even te laten zien hoe veel ik toch nog bij me heb. Al vindt Suze dat het lichter is dan haar schooltas. (Klopt niet hoor)
1
De rugzak, alle vakken bij elkaar 2300 kubieke inch, 36 liter. Het is 1 simpele zak, zonder frame, met simpel draagstel. Buitenop zitten twee flessenzakjes, één groter net achterop, en een deksel. Op de linkerheupband zit een rood zakje voor de telefoon. 
2
Bovenin het deksel van de rugzak:
– papieren (rood tasje), portemonnee
– accu en laadsnoeren
– zakmes
– koptelefoon, waterverfsetje, blaadjes zeep. 
– schrijfboekje en pen. 
– geel foudraaltje met zalfjes ea
3
De rugzak krijgt z’n stevigheid van 
– het matrasje (geel). 
– tent en stokken
– slaapzak (zwart)
4
In het hoofdvak:
– bodywarmer (boven, zwart)
– lakenzak (blauw)
– kleding (blauwgroen; avondsokken, ondergoed, truitje, overhemd, lange onderbroek)
– pan met beker, brander en windscherm erin
– foudraaltje (donkergrijs) met massageolie, kompas, voetenspul, kam, etc
5
Buitenop:
– zonnebril
– 2 x 250 cc brandstof
– regenkleding (khaki)
– thermos, 1 literfles, 1 liter opvouwbare fles (paars), lepel. 
– grondzeil ( op de foto zit die al in het netje van de rugzak)
6
Wat ik aan heb. 
Hieronder nog wat foto’s. 

 

 

samen in Rothenburg

  

De meiden in een jachtstoel

  

Paasvuur in de buurt. Heet!

  

Onder handen genomen door Suze met de make up test app van L’Oreal. (Marketing gericht op meisjes…)

 

Spullen: rocket science.

Van een bierblikje kun je een alcohol-brandertje maken. Doorknippen, wand omvouwen, gaatjes boren, klaar. Als je heel handig bent. Voor een paar tientjes doet een Amerikaan het voor je. Geen bewegende delen, een onschuldige brandstof (spiritus) die je van elke huisvrouw kunt bietsen, en het allerbeste: stil. Nee, niet stil, geluidloos.
Ik ben in 2012 overgeschakeld van een benzinebrander naar spiritus. Benzine brandt te hard, is lastig te onderhouden, en behoorlijk vies. Ik had eerst een Thermojet (grote naam voor een waxinelicht-formaat brander), voor naar Rome heb ik een degelijker White Box Stove. Een gerecycled alu flesje, ziet u wel?
Testje: brand 16 minuten op 50 ml brandstof, een liter water kookt in 11 minuten. (Benzinebranders en moderne gasbranders zijn 2 of 3 keer zo snel, en verbruiken minder brandstof).
Hieronder: de white box met een euro ( een Italiaanse met Da Vinci’s armenmannetje!)

(null)

Tweede foto: de pan staat direct op de brander. Dat vraagt wel een onderzettertje.
(null)

De thermojet (links): fragiel.
(null)

De white box stove koop je hier voor 22,95.
Hij weegt 30 gram. Het bespaarde gewicht kun je opmaken aan parmezaanse kaas, droge worst, knoflook en wijn. Want gewicht besparen op eten slaat nergens op.

Spullen: van jongens voor jongens

Ik ben geradicaliseerd. Lette ik vroeger alleen op de juiste specificaties, tegenwoordig ligt alles op de weegschaal. Want een laag gewicht wandelt lekkerder. Als grammenjager kom je al gauw bij kleine ateliers uit, de ‘cottage industry’. Die doen vreselijk modieus: ze bejubelen een product met een verhaal, met de voornaam van de maker er onder. Maar het is ook goed. Tim, Henry en Ron maken spullen die de grote industrie niet maakt, ze duiken onder de radar. De buitensportindustrie verzint elk jaar iets nieuws. Tim, Henry en Ron maken maar 1 ding, en dat doen ze heel goed. Het product van het volgende jaar is een verfijning, een kleine aanpassing, gedaan omdat de gebruikers ze een bericht stuurden over het gebruik van hun spullen in het veld.

Deze Makers en hun spulletjes zijn zo charmant, dat ik ervoor val. Dat werkt precies zoals met alle andere leuke spulletjes. Mijn Rome-reis-dagbudget van € 50, daarvan heb ik € 8 aan spullen besteed. Om dat er uit te halen moet ik circa 15 overnachtingen in een Bed & Breakfast niet laten doorgaan. U weet: een belangrijke taak van de gadgetkoper is het rechtvaardigen van de aankopen met de juiste verhalen…

Even voorstellen:

Henry Shires, Tarptent
Van dit mini-fabriekje kocht ik in 2011 een Scarp 1, een heel stevige, lichte tent. Dit jaar kocht ik er een Moment DW, een lichtere tent, waar ik niet mee naar Schotland zou gaan, maar wel mee naar Rome. Twee haringen, jaja. Zijn ze duur? Nee. Tarptents zijn in vergelijking met een Terra Nova of een Hilleberg heel goedkoop. Zijn ze fijn? Ja. Een Tarptent is een huis.

mtdw-1

Tim Marshall, Enlightened Equipment
Deze man maakt uitsluitend ‘quilts’, slaapdekens. Het belangrijkste beginsel van ultralight, is de multifunctionaliteit. Een quilt kun je in meer temperaturen gebruiken dan een mummy-slaapzak, en hij is veel simpeler. Geen echte rits, geen rugzijde, geen capuchon en geen tochtslurf. De mijne, geschikt voor -6º C, weegt 622 gram. Hoera voor Tim. Pretentieuze bedrijfsnaam, grote belofte. We gaan het zien. Tim werkt ergens in Minnesota met 12 werknemers. Zijn ze duur? Lijkt wel zo, maar ze zijn 30-40% goedkoper dan vergelijkbare slaapzakken van andere aanbieders…

RevStan_Main__98501.1409236427.1000.1000

Ron Bell, Mountain Laurel Designs
Ron is niet erg bescheiden: hij weet dat zijn spullen goed zijn. Je mag hem altijd bellen, en je kunt altijd modificaties vragen. Hij verkoopt rugzakjes van Dyneema X. Rugzakjes, een verkleinwoord, want ja, als je lichtgewicht gaat kan de rugzak slinken. Er zit geen frame meer in, geen compartimenten, en geen ‘draagsysteem’. De mijne, een Burn, weegt 450 gram (met het optionele deksel erop), en meet 36 liter. Voor de meeste mensen is dat een dagrugzak, maar alles past erin. Zijn ze duur? Ja. Handgemaakte flutrugzakjes van geavanceerde materialen zijn duur.

2010burnonronn

Over mij

Wandelen, lopen, slenteren, niks doen, als je dat wilt zit je hier goed. Hieronder een overzicht van wat er te halen valt op deze website. Als je meer wilt weten over mij, lees dan gewoon wat posts, da’s leuk. Wil je eens in de zoveel maanden een verhaal, abonneer je dan hier in de zijbalk.

Bent je lange-afstandswandelaar of pelgrim?
Heb je een vraag over wat dan ook, gebruik het formulier hieronder of mail me. Rome-gangers en Schotland-gangers kan ik goed helpen met routes, uitrusting en hun zenuwen.

Beste verhalen: Schotland (1990-2020)

De beste korte verhalen van mijn tocht naar Rome (23 februari tot 27 mei 2015)

  • Open, open, open (9 juni 2015) klik hier
  • Het knettert (17 mei 2015) klik hier
  • Liefde tot (17 mei 2015) klik hier
  • 1000 kilometer trouw (30 maart 2015) klik hier
  • Christus? Te ver weg (7 maart 2015) kik hier

Meer weten over mijn route, of .gpx-bestanden opvragen? Mail me met het formulier onderaan, of bel even. Doen hoor, ik vind ervaringen delen leuk.

Wandelen en kamperen met 6-7kg uitrusting
Natuurlijk heb je lichtgewicht spullen, maar echt licht wordt het pas als je snapt waarom je eerder al die spullen meenam. Dan kun je ze thuislaten. Buitensportwinkels en websites vertellen je hoe het allemaal moet, maar dan eindig je toch weer met ‘veel’.
Algemeen artikeltje hier. Artikeltje over de Rome-uitrusting hier. Artikel over mijn spullen hier en hier.

Ik ben bang en ik neem mee…

Als u, op de camping aangekomen, uw satellietschotel uitklapt, de Weber-barbeque opstelt en op uw strandstoel gaat zitten, bent u geen lichtgewicht kampeerder. U verhuist. Als u naar de buitensportwinkel gaat, u daar laat adviseren, en thuiskomt met dure spullen met veel fratsen? U bent consument, op zoek naar comfort. Of hoort u tot de mensen die hun tandenborstel afzagen en meedragen in een toilettas van 200 gram? Dan bent u een slecht rekenaar.

En ik ben in een pedante bui, dus daar komt-ie.

Spullen meenemen is sterker dan nuchterheid en de weegschaal. Menig pelgrim zegt braaf ‘alles wat je thuislaat is mooi meegenomen’. En neemt vervolgens toch te veel mee. En gaat afzien door het sjouwen van spullen die voor geruststelling en comfort moesten zorgen. Écht lichtgewicht wordt het pas als de gewoontes tegen het licht gehouden zijn. De noden gescheiden zijn van de wensen. De angsten in de ogen gekeken.
Je enkels verzwikken niet in lage lichte schoenen, ze worden er sterk van. Zonder regenhoes wordt er niks nat in je rugzak dat niet nat kan worden. Zonder scheerzeep kun je je prima scheren. Zonder dreft wordt je pannetje prima schoon, reservebatterijen liggen in een winkel, een waslijn is die van de buren, van vaseline gebruik je in een week hooguit 10 gram, en een lampje in de tent heb je niet nodig ‘s zomers.

Nu de bekende tips, allen te simpel om echte tips te zijn.

1) Tent, rugzak, slaapzak en matje. Bespaar je met een duur titanium pannetje een gram of 70, een veelvoud bespaar je door de grote stukken eens even door te lichten. Een pelgrim schreef trots dat ze de rugzak al gekocht hadden. Een Fjallräven, geweldig ding, heel comfortabel. Hij woog 3,5 kilo. Deze rugzak is niet alleen de duurste en de zwaarste, er kan bovendien 70 liter in, dus reken maar dat er niks thuisblijft. Dat gaat pijn doen.

2) U moet wegen, alles wegen. Ook de kleine dingen. Dan ziet u dat foudraal, grondzeil, reserveharing en thermosfles verrassend veel wegen.

3) Reservedingen. Laat ze thuis, er gebeurt niets. Reservedingen liggen in de winkel of bij de eerstvolgende boerderij die u tegenkomt. Een halve dag onhandig, honderden kilometers lichter lopen. Voor EHBO geldt grotendeels hetzelfde.

4) Kleding. Een droge broek en extra sokken til je de hele rit. Regenkleding til je 80-90% van de tijd. Een lekkere fleecetrui kan wel 600 gram wegen. Hier valt zo een kilo gewichtsbesparing te halen, misschien wel 2.

5) Komt u in een buitensportzaak, oortjes dicht! Op massaproducten met veel kunstjes zit de hoogste marge. U komt naar buiten met een imponerend ding, maar licht zal het niet zijn, en soms is het zelfs overbodig (‘drinksystemen’, zwitsers zakmes).

En ik?
In 1995 woog mijn schotland-rugzak, zonder eten en water, 19,5kg, en het EHBO-etuitje woog 300 gram. Ik sjouwde geruststellende spullen en kocht ook wel eens iets overbodigs.

Een béétje dominee was vroeger een zondaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Funky Trousers

Golfkleding, daar wordt lacherig over gedaan. Bespottelijke ruitbroeken, tweekleurige schoenen, handschoentjes en roze poloshirts. Kan uitermate gay uitvallen, in meerdere betekenissen van het woord. Word ik wel blij van.

Buitensportkleding, daar word ik niet blij van. Neemt zichzelf overmatig serieus, er kan geen lachje af. De membranen, de wicking layers en de frictionless seams vliegen je om de oren, de ene feature nog imponerender benoemd dan de ander.
Het treurigste buitensport-kledingstuk is de afritsbroek. Niet verkrijgbaar in andere kleuren dan linzengroen, kikkererwten-kaki en grafsteen-grijs. Kan uitermate gay uitvallen, maar dan bij vrouwen.
Maar ja, als je echt lichtgewicht kleding nodig hebt, kom je toch uit bij zo’n fantasieloos stuk zwart of grijs. En als je geen korte broek wilt meenemen maar je gaat toch lopen in een warmere streek, dan is afritsen de uitkomst. Ergerlijk, zoals het allemaal weer klopt!

Stel, ik ga 2300km lopen. Dan wil ik er ook wel eens netjes uitzien, maar niks extra’s meenemen, want alles weegt. Zo kwam ik ineens op een idee, waar zo te zien nog niet veel mensen op zijn gekomen. Ik koop een golfbroek om in te wandelen.
Want: lightweight, wicking, four way stretch en nog zo wat features, maar daarnaast netjes, en op een verfijnde manier lichtvoetig. En: gemaakt om in te lopen, te zweten en rare beweging te maken. In schitterende kleurstellingen als t een beetje wil. De sombermansen onder hun grote rugzakken zullen verrast opkijken als ik langs kom dartelen.

Laten we eens kijken. 2013 Dwyers &Co Designer Funky Check Stretch Tech Golf Trousers. Wow. 2013 Under Armour ArmourStorm 2.0 Waterproof Golf Trousers.
Wow. 2013 Calvin Klein Fleece Lined Thermal Golf Trousers Weather Tech. Wow. De naamgeving is minstens zo uit de bocht als in de buitensport-hoek.
Ook met de kleur kun je uit de bocht: Royal & Awesome Funky Golf Trousers. Auw.
“Stylish and funky golf trousers from Royal & Awesome. Perfect for your annual golf tour, the corporate jolly, your club championship final or spending that “quality time” with your father in law!”

mens-golf-trousers1

De golfbroekenmakers hebben de schoonvader wel, maar de wandeltoepassing nog niet ontdekt. De broeken horen dan ook bij het kunstmatige landschap waar de golfer in rondloopt. Ik ga ervoor, ik vind de scheiding tussen wandelende golfers en echte wandelaars kunstmatig, en je weet t nooit met je schoonvader, misschien wandelt-ie wel mee…
Slechts één vraag blijft open staan: wat wegen ze?

11/2/2015: deze vrag is beantwoord. Mijn schitterende Graham of Mentieth Tartan Golf Trousers van Slanj Kiltmakers uit Schotland (hieronder te zien), waarin ik naar Rome wil, wegen 492 gram. Niet licht, maar niet verkeerd ook.

slanj

Viewranger

Papieren kaarten en losse GPS apparaten zijn verleden tijd? Dankzij Viewranger App, met kadaster 1/25.000 kaarten. Viewranger doet iets heel eenvoudigs: een kaart van een commerciële aanbieder inladen en de positie van de telefoon er op zetten. Onderweg geen internet nodig, tenzij je kaarten wilt kopen online vanuit de app. Nog leuker: je kunt in Viewranger.com zelf kaartdelen selecteren, uitknippen en laden. Zo kun je bijvoorbeeld OpenStreetMap met wandelpaden thuis inladen, ook als je 2300 km loopt.

De afgelopen dagen heb ik wat zitten experimenteren: .gpx-bestanden van langeafstandswandelpaden gedownload. Viewranger maakt in jouw Dropbox een mapje aan. Zet je daar de kaarten, routes, tracks of kaartknipsels in, dan kun je ze vanuit de app laden onderweg. Op www.wandelnet.nl of op routeyou vind je plenty routes. Ook in Duitsland zijn vele bronnen. Italië is lastiger, maar daar biedt Openstreetmap of Opencyclemap uitkomst. De knipfunctie van viewranger is daar op zn best: knip een kaartdeel uit, geef op welke zoomniveaus je wilt hebben, en viewranger maakt een bestand. Zo kun je de wereld rond op thuis geknipte kaartdelen.

Viewranger website

20130621-144147.jpg