Het Sinterklaassurprise-gevoel

De lichtgewicht kampeerder is een gespleten persoon. Hij wil geen spullen meer, maar als hij Ultralightoutdoorgear.com bezoekt lijkt hij wel Paris Hilton die een nieuw handtasje spot. Is iets lichter, mooier of beter dan wat hij al heeft: hebbun!
Maar zoals een oude spijkerbroek of een oud stel leren laarzen zo lekker rock’n’roll kunnen zijn, zo werken sommige oude spullen uit de kampeerkrat op je gemoed. Je kunt het niet over je hart verkrijgen om ze voorgoed op te bergen.

Chris Townsend, bebaard Brits lange-afstandswandelaar, beschrijft dit verschijnsel (lees het artikel hier). Hij testte voor The Great Outdoors Magazine duizenden stuks gear. Een handvol ervan werden hem zo lief dat hij ze jarenlang gebruikte. Vaak niet de fancy regenjacks of geavanceerde tentjes maar juist heel bescheiden spullen. Trouwe spullen.

Dus toen ik bij Bever met een MSR Pocket Rocket Deluxe in mijn handen stond, dacht ik even: ‘oeh’. Drukregelaar, piëzo-electrische ontsteking, piepklein opvouwbaar, én maar 85 gram. Maar toen dacht ik aan mijn ouwe trouwe spiritusbrander. Verdorie, had ik die niet pas een paar maanden geleden bezongen (lees het hier). 

En daar kwam de herwaardering al aan!

Wat een mooi dingetje eigenlijk. Wat duurzaam ook, gemaakt van gerecyclede aluminium drinkflessen. En no waste, geen wegwerp-gastankjes, nooit brandstof over. Niks geen marketing of unpackaging-experience: hij kwam ooit in een wit kartonnen doosje. De White Box Stove.

Fuck de Pocket Rocket. Ik ging ‘m houden, die White Box Stove.
Sterker, ik ging hem opwaarderen met een beter windscherm!
Hoera!

Veel mede-spiritus-fans gebruiken een Caldera Cone. Dat is een kegelvormig windscherm, dat aan de bovenkant nauw aansluit bij het omgerolde randje van je pannetje. Daarmee haal je een enorm rendement uit je brandstof. 
Wat een beetje hoort bij deze sub-sekte van backpackers is het zelf maken van dingen. Je kunt dan ook tientallen filmpjes vinden van doe-het-zelf-caldera’s. Lachen, dacht ik.

Vandaar deze primeur: mijn eerste blog met een stappenplan!

Stap 1: prototype.
Een beetje sinterklaassurprise begint met een schets, dan rekenwerk en dan een kartonnen prototype. De kegel heeft een bodemdiameter, een topdiameter (die van de pan), een zijde (s), en een hoogte (h). Brander en scherm moeten in de pan passen, dat beperkt de hoogte.

Stap 2: blik snijden
Dat gaat prima met een afbreekmesje, nadat de lijnen met potlood zijn ingekerfd.
Ik snij me natuurlijk aan het blik, maar heb wel een enorm knutselgevoel en zin in pepernoten!

Stap 3: testen
De brander, het gebruikelijke Evernew pannetje en een halve liter water.


Tesomstandigheden: 15 graden. Koud kraanwater en windkracht 2 (stevige tocht)
Test 1: zonder scherm. Kooktijd minstens 10 minuten. Hopeloos.
Test 2: met oude scherm (gewoon rond, slobberig, 9 cm hoog): kooktijd 7:30
Test 3: met nieuwe scherm. Kooktijd 7:00.

Dat is echt niet best. De oorzaak (gokje): er is te weinig zuurstof binnen het scherm. Dan zouden gaatjes langs de bovenrand moeten helpen, voor wat schoorsteen werking.

Test 4: nieuw scherm, gaatjes bovenin erbij. Kooktijd: 5:10. 

Dat is waanzinnig. Een energiebesparing van meer dan 30% ten opzichte van het oude schermpje. Duurzaahaam!
De eigenaren van een Jetboil gaan nu lachen, omdat hun gasgestookte monster minstens twee keer zo snel is. Maar, ehm, die minuutjes, wat ga je daar zo dringend mee doen, als je aan het wandelen bent?

Het zou nog wat sportiever zijn als ik het scherm had gemaakt van huzarensalade-wegwerpschalen, maar ik heb nieuw materiaal gebruikt, van knutselwebsite Aduis (die, heel ouderwets, een vuistdikke catalogus meesturen). Zo wordt het scherm toch nog bijna duur.

Veldtest
Tijdens een wandeling van Venlo naar Nijmegen testte ik het windscherm ‘in het echt’. Bleek dat het scherm, als het nauw aansluit, vaak mee omhoog komt als je de pan van het vuur haalt. Gelukkig heb ik geen haaksluiting gemaakt, maar is het scherm vastgemaakt met een paperclip. Iets ruimer afstellen dus… Verder geen klachten, werkt goed!

Muziektip van de week: Tamar Aphek
(Klaas, zoiets hoort niet thuis op een serieus wandelblog.
Ik doe het toch, wat nou ‘serieus wandelblog’.)

Articles of faith

TGO Challenge Gear List (not)

Six years ago I crossed the Alps. There I met the ultimate backpacker. He wore isolated shoes, two loose goatskin trouser legs, a hazel-framed backpack, a bow and arrows, a pouch with fire-making tools and a couple of birch bark food canisters. And an axe with a heavy and expensive copper axe-head. His name was Ötzi. 

I asked him why he would take that heavy copper axe-head. In a soft voice he said: “the museum people thought it might have signified riches and leadership, but for myself, well, I just love it, as a tool. I don’t mind the weight penalty, chopping firewood with it is such a pleasure.”

Ötzi. Reconstruction by the Arie & Alfons Kennis in Ötzi’s very own Bolzano museum.

Irrational additions to the backpack have existed for at least 5,000 years. These articles of faith define the walker. Show me yours and I’ll try and read them. But first:

What do I want from a walk, what are my articles of faith?

I want silence. The best thing in the wild is the huge big silence. My current stove, a White Box Stove, is completely silent. Why pick a nice spot for the tent, amidst this silent landscape, and then turn on a roaring jetboil? Calculating the weight penalty? I’ve tried, given up, and settled for it’s 53 gram (including windscreen)

My White Box Stove during a test, 2015.

I want simplicity of movement. I never fail to enjoy the sheer simplicity of walking. There’s many modern day ‘stuff’ that can ruin this simplicity. Think walking poles. They give your brain two extra legs to master (it can’t), they swing in and out of your view. Noise! On pole-people’s gear lists two or often three pairs of gloves turn up, because hands are exposed. While pole users have many a reason to use poles, I have only one counter-argument: poles are simplicity lost. A non negotiable to me.

I want to be immersed in the landscape. If I wouldn’t have any inhibitions, I would walk naked, and sleep on a bed of moss under the starry sky, eating rabbit each night. Until then, I prefer the thinnest barrier between me and the landscape, put up in a minute. And gone in a minute. This lightness is spoilt by having too much stuff inside the tent. Spare stuff annoys me. I don’t bring spare batteries, no pillow, a tiny towel (aaarghhh), less repair stuff, no shampoo, no swiss army knife, no spare socks, no spare shoelaces, no … you name it. This stufflessness is a dogma, and I thought I would suffer the consequences sooner or later, but I never feel something’s missing. Because so much is gained.

I need some comfort. Two items stand out: a book, and a thermos. For as long as I can remember I carry books. Lately, it’s an e-reader. But the purpose is the same: a book keeps me from walking into bad weather, and keeps me from walking at all if that’s what’s called for. 
In a way, the thermos accompanies the alcohol stove. The stove is not lit quickly, and fuel, once poured in, can’t be re-used. So I boil one and a half liter of water two times a day. The thermos contains the surplus. Benefit: hot tea first thing in the morning, without setting up the stove, and a hot drink on the hill. Weight penalty: 189 g (e-reader + cable), 229 g (0,6 L thermos)

Safety. Of course I carry torch, compass and a foil blanket. But I have an irrational fear of high winds. When I was 10 or 11, the family camped on a French campground when one of those mediterranean winds struck our tents at night. Being inside a small tent with that storm hammering it made a lasting impression. My sister and I where ‘evacuated’ into the bigger tent my parents slept in. In Scotland I’ve had many a stormy night in my Phoenix Phreebooter, a bombproof tent. Recently, I bought a Tramplite tent, with a stormproofness that is overkill on most days, but it frees me from fear. 
Weight penalty: about 200 grams (pegs!), compared to my Tarptent Moment.

Ye Olde Phreebooter somewhere behind Liathach, Torridon, 1995

The oddest and oldest relic in my pack is my spoon. Over 30 years old, and with me on all my Scottish walks. Weight penalty? Even calculating it would be heresy!

Edit 24 Jan 2022: the spoon is going to be replaced by a wooden spoon I cut myself from cherry or beech wood (still to be done).

Latest news: yes, I bought a Dyneema Composite Fabric (Cuben Fiber) Fusion Bonded SUL Tent Peg Bag, size XL.
‘What animal’s skin is this made of?’ Ötzi would ask.

The latest addition to my gear list: a girl’s make-up mirror, to catch ticks.

More posts on my preparation for the TGO Challenge here.

One gram at a time

My gear list is perfect … for coming to Scotland in March or April. So when I heard that the start of the TGO Challenge had been postponed till June 18, this kind of threw me off guard. Suddenly, I wasn’t so sure. Because June means heat, and worse, The Scottish Midge. The last year I suffered the midge was 1995. My log states “160 bites. On each lower leg”. This is why my walks in the following 25 years were firmly outside the midge season.

Lochailort, 1995. The last time I remember being driven to madness by midges

Some data for the unbelievers: the midge has a wing span of 1.4mm, and there’s 8,000 midges in a gram. Population size is 180 thousand trillion midges in peak season (180,000,000,000,000,000). This makes for 22.5 million ton of midge in the sky. Staggering. Fortunately they come one gram at a time (see photo below). There could be 37 different species in that one gram, but Culicoides Impunctatus accounts for most of the bites. (source: https://www.highlandtitles.com/blog/midges/)

A quarter gram of midges. The rest of the gram is on the other hand and the lower legs.

To counter the plague, I bought a can of Smidge, and a sun hat with the accompanying midge-proof headnet. And I scrapped the plan to leave the inner tent at home.

My gear list is nothing special. I was about to write that I’m baffled by the neurotic level of detail gear lists have, but mine is pretty bad nowadays. It seems even gloves or pegs have five word names with a lot of ‘exploring’, ‘pure’ and ‘nature’ in them. Going online ensures the ‘do I need this’ question is always answered with a YES. The worst is Ultralightoutdoorgear.com, where everything is sorted by weight. This conveniently conceals the fact that sorting the shop by weight (low to high) has almost the same result as sorting by price (high to low).

Therefore, we need a good defense against buying expensive lightweight stuff. One trick is to realise walking doesn’t need any gear at all. Just good shoes, decent socks and something to keep the rain out. If that doesn’t help ask yourself this question:

What does hillwalking do for me and how can my gear enhance that?

My answers to this question and my gear list for the TGO Challenge are in the next edition of this blog. One gram at a time!

More posts on my preparation for the TGO Challenge here.

“Dyneema Hybrid Composite Fabric (Cuben Fiber) Fusion Bonded Tent Peg Bag”

TGO Challenge 2021, preparations part one

Madness. We are locked down and I got a place on the 2021 TGO Challenge, a walk across the Highlands of Scotland (Read more about it here). This is the first post, in English, about my TGO preparations and walk. The walk is in May, preparations are just what I do every winter, absorbing maps.

The good old romantic babble claims the Highlands separate the men from the boys (the women from the girls), build character, reveal the real you to you. Repeating this, supporting it with gear, building communities around it in a wave of instagram-posts and books … doesn’t make it true. 
One might as well claim that walking the Highlands is easy, easier than working life, easier than raising children, easier than the culturally complex task of visiting an art gallery on opening night (how to dress, what to say, who to avoid, how little to drink, how late to arrive? Whoa!).
‘By what route shall I descend Ben MacDui if the weather comes down?’ is dead easy by comparison. Still, the outdoors is made out to be difficult, and scares people into buying gear that has eleven word names, like said cuben fiber tent peg bag. I clicked on it, it was that close! Madness.

Seriously, did I think the crutch would aid hitchhiking?

This will be my 20th wander in the Highlands. My career started with hitchhiking in jeans, followed by a long period of semi-heroism, doing more or less dangerous/daft things, in recent years growing into the subtle art of mobile waiting, mixing roughing it and touristy stuff into a pleasant blend. I try to counter the nature-adoring pose of the romantics or the heavy handed gear talk of the control freak type of walker. For me, walking is doing nothing. Turning it into a sport, by pole-flaying along at great speed, or turning it into a religion, by striking a pose every turn, just shows how bad people are at doing nothing.  

Found a page three, early February 2003, between Geldie and Feshie (later I found out I crossed a popular west to east route here, hence the tabloid)
Sympathetic & Very Obscure Hill on South Uist

Yet, I might be counted as a member of the Church of Hillwalkers. I keep a log of classified hills and aim for them, I own a too expensive handmade tent, I sleep under a quilt with custom colours, I donated to Walkhighlands and won its prize for report of the month.

But I will go great lengths to deny my membership. Call me a snob or spineless, I like my identity to be layered. I’ll be my own subcategory of hillwalker-designer, neither mountaineer nor artist. I’m in-between but hey, I can handle a pub full of hillwalkers. And I might even dare going into an art gallery during opening night.

So what has all this to do with the TGO Challenge? For one, this challenge will be a nice and purposeless saunter, mixed with daft high stuff. That’s what I’m aiming for.

Soon: since it serves no purpose, my route had better be baroque.

Click here for TGO Challenge 2021 preparations part two

Creating my TGO21 route book. Baroque? It’s office work, really.

Tussendoortje: uitrusting

   

Samen met Pasen in een Ferienwohnung: heerlijk. Een warm bad van liefde en een spijkerbroek. 

Maar papa moet wel even alles wassen, schoonmaken, nalopen en aanvullen. 

Leuk om even te laten zien hoe veel ik toch nog bij me heb. Al vindt Suze dat het lichter is dan haar schooltas. (Klopt niet hoor)
1
De rugzak, alle vakken bij elkaar 2300 kubieke inch, 36 liter. Het is 1 simpele zak, zonder frame, met simpel draagstel. Buitenop zitten twee flessenzakjes, één groter net achterop, en een deksel. Op de linkerheupband zit een rood zakje voor de telefoon. 
2
Bovenin het deksel van de rugzak:
– papieren (rood tasje), portemonnee
– accu en laadsnoeren
– zakmes
– koptelefoon, waterverfsetje, blaadjes zeep. 
– schrijfboekje en pen. 
– geel foudraaltje met zalfjes ea
3
De rugzak krijgt z’n stevigheid van 
– het matrasje (geel). 
– tent en stokken
– slaapzak (zwart)
4
In het hoofdvak:
– bodywarmer (boven, zwart)
– lakenzak (blauw)
– kleding (blauwgroen; avondsokken, ondergoed, truitje, overhemd, lange onderbroek)
– pan met beker, brander en windscherm erin
– foudraaltje (donkergrijs) met massageolie, kompas, voetenspul, kam, etc
5
Buitenop:
– zonnebril
– 2 x 250 cc brandstof
– regenkleding (khaki)
– thermos, 1 literfles, 1 liter opvouwbare fles (paars), lepel. 
– grondzeil ( op de foto zit die al in het netje van de rugzak)
6
Wat ik aan heb. 
Hieronder nog wat foto’s. 

 

 

samen in Rothenburg

  

De meiden in een jachtstoel

  

Paasvuur in de buurt. Heet!

  

Onder handen genomen door Suze met de make up test app van L’Oreal. (Marketing gericht op meisjes…)

 

Spullen: rocket science.

Van een bierblikje kun je een alcohol-brandertje maken. Doorknippen, wand omvouwen, gaatjes boren, klaar. Als je heel handig bent. Voor een paar tientjes doet een Amerikaan het voor je. Geen bewegende delen, een onschuldige brandstof (spiritus) die je van elke huisvrouw kunt bietsen, en het allerbeste: stil. Nee, niet stil, geluidloos.
Ik ben in 2012 overgeschakeld van een benzinebrander naar spiritus. Benzine brandt te hard, is lastig te onderhouden, en behoorlijk vies. Ik had eerst een Thermojet (grote naam voor een waxinelicht-formaat brander), voor naar Rome heb ik een degelijker White Box Stove. Een gerecycled alu flesje, ziet u wel?
Testje: brand 16 minuten op 50 ml brandstof, een liter water kookt in 11 minuten. (Benzinebranders en moderne gasbranders zijn 2 of 3 keer zo snel, en verbruiken minder brandstof).
Hieronder: de white box met een euro ( een Italiaanse met Da Vinci’s armenmannetje!)

(null)

Tweede foto: de pan staat direct op de brander. Dat vraagt wel een onderzettertje.
(null)

De thermojet (links): fragiel.
(null)

De white box stove koop je hier voor 22,95.
Hij weegt 30 gram. Het bespaarde gewicht kun je opmaken aan parmezaanse kaas, droge worst, knoflook en wijn. Want gewicht besparen op eten slaat nergens op.

Spullen: van jongens voor jongens

Ik ben geradicaliseerd. Lette ik vroeger alleen op de juiste specificaties, tegenwoordig ligt alles op de weegschaal. Want een laag gewicht wandelt lekkerder. Als grammenjager kom je al gauw bij kleine ateliers uit, de ‘cottage industry’. Die doen vreselijk modieus: ze bejubelen een product met een verhaal, met de voornaam van de maker er onder. Maar het is ook goed. Tim, Henry en Ron maken spullen die de grote industrie niet maakt, ze duiken onder de radar. De buitensportindustrie verzint elk jaar iets nieuws. Tim, Henry en Ron maken maar 1 ding, en dat doen ze heel goed. Het product van het volgende jaar is een verfijning, een kleine aanpassing, gedaan omdat de gebruikers ze een bericht stuurden over het gebruik van hun spullen in het veld.

Deze Makers en hun spulletjes zijn zo charmant, dat ik ervoor val. Dat werkt precies zoals met alle andere leuke spulletjes. Mijn Rome-reis-dagbudget van € 50, daarvan heb ik € 8 aan spullen besteed. Om dat er uit te halen moet ik circa 15 overnachtingen in een Bed & Breakfast niet laten doorgaan. U weet: een belangrijke taak van de gadgetkoper is het rechtvaardigen van de aankopen met de juiste verhalen…

Even voorstellen:

Henry Shires, Tarptent
Van dit mini-fabriekje kocht ik in 2011 een Scarp 1, een heel stevige, lichte tent. Dit jaar kocht ik er een Moment DW, een lichtere tent, waar ik niet mee naar Schotland zou gaan, maar wel mee naar Rome. Twee haringen, jaja. Zijn ze duur? Nee. Tarptents zijn in vergelijking met een Terra Nova of een Hilleberg heel goedkoop. Zijn ze fijn? Ja. Een Tarptent is een huis.

mtdw-1

Tim Marshall, Enlightened Equipment
Deze man maakt uitsluitend ‘quilts’, slaapdekens. Het belangrijkste beginsel van ultralight, is de multifunctionaliteit. Een quilt kun je in meer temperaturen gebruiken dan een mummy-slaapzak, en hij is veel simpeler. Geen echte rits, geen rugzijde, geen capuchon en geen tochtslurf. De mijne, geschikt voor -6º C, weegt 622 gram. Hoera voor Tim. Pretentieuze bedrijfsnaam, grote belofte. We gaan het zien. Tim werkt ergens in Minnesota met 12 werknemers. Zijn ze duur? Lijkt wel zo, maar ze zijn 30-40% goedkoper dan vergelijkbare slaapzakken van andere aanbieders…

RevStan_Main__98501.1409236427.1000.1000

Ron Bell, Mountain Laurel Designs
Ron is niet erg bescheiden: hij weet dat zijn spullen goed zijn. Je mag hem altijd bellen, en je kunt altijd modificaties vragen. Hij verkoopt rugzakjes van Dyneema X. Rugzakjes, een verkleinwoord, want ja, als je lichtgewicht gaat kan de rugzak slinken. Er zit geen frame meer in, geen compartimenten, en geen ‘draagsysteem’. De mijne, een Burn, weegt 450 gram (met het optionele deksel erop), en meet 36 liter. Voor de meeste mensen is dat een dagrugzak, maar alles past erin. Zijn ze duur? Ja. Handgemaakte flutrugzakjes van geavanceerde materialen zijn duur.

2010burnonronn

Over mij

Wandelen, lopen, slenteren, niks doen, als je dat wilt zit je hier goed. Hieronder een overzicht van wat er te halen valt op deze website. Als je meer wilt weten over mij, lees dan gewoon wat posts, da’s leuk. Wil je eens in de zoveel maanden een verhaal, abonneer je dan hier in de zijbalk.

Bent je lange-afstandswandelaar of pelgrim?
Heb je een vraag over wat dan ook, gebruik het formulier hieronder of mail me. Rome-gangers en Schotland-gangers kan ik goed helpen met routes, uitrusting en hun zenuwen.

Beste verhalen: Schotland (1990-2020)

De beste korte verhalen van mijn tocht naar Rome (23 februari tot 27 mei 2015)

  • Open, open, open (9 juni 2015) klik hier
  • Het knettert (17 mei 2015) klik hier
  • Liefde tot (17 mei 2015) klik hier
  • 1000 kilometer trouw (30 maart 2015) klik hier
  • Christus? Te ver weg (7 maart 2015) kik hier

Meer weten over mijn route, of .gpx-bestanden opvragen? Mail me met het formulier onderaan, of bel even. Doen hoor, ik vind ervaringen delen leuk.

Wandelen en kamperen met 6-7kg uitrusting
Natuurlijk heb je lichtgewicht spullen, maar echt licht wordt het pas als je snapt waarom je eerder al die spullen meenam. Dan kun je ze thuislaten. Buitensportwinkels en websites vertellen je hoe het allemaal moet, maar dan eindig je toch weer met ‘veel’.
Algemeen artikeltje hier. Artikeltje over de Rome-uitrusting hier. Artikel over mijn spullen hier en hier.

Beinn Alligin from Forsinard (2014)

Lees het artikel op Walkhighlands (engels). Veel foto’s. Klik hier

Voorproefje!

De top van Cnoc Alaskie, de natste plek van deze tocht, ergens in Sutherland

… Did I notice it had been drizzling for hours? Did I consciously decide that my pertex jacket could handle it? What was I thinking, crossing the Fiag plantation, when bigger raindrops soaked the fabric? Was it the sphagnum surface, so wet that one wouldn’t notice rain? Was it the mesmerizing repetition of heathery clumps, muddy throughs and swampy patches? The melancholy of this bleakest of places?

Anyway, when I crossed northwest of Druim an Claise Grianach and decided to use firebreaks to reach the road at the head of Loch Shin, I was soaked. The firebreaks split, got very wide, and very vegetated, but I made it to the road guessing which turn to take. Instead of walking 2 k in the wrong direction, I walked northwest to a group of small houses. Only one was inhabited, and my plea for a chance to dry out was turned down. A fast as I could I walked another 3km to Corriekinloch. It was either beg to be let in, or call it a day and camp. I just had to put an end to the shivering and the cold water running down my elbows.

Housekeeper Marian opened the door with a paint brush in her hand, looking perplexed. I stuttered my plea … and was welcomed in. In return for drying out, I had to suffer the humiliation of not only being offered a tumble dryer, but also of being looked at with a motherly eye, followed by ‘would you like a blanket, you look terrubly cold’. And please use the cooker. Hillwalker, self-proclaimed ‘experienced’, gets wet and is rescued by cleaning lady. There. :oops:

_4083839

 

Ik ben bang en ik neem mee…

Als u, op de camping aangekomen, uw satellietschotel uitklapt, de Weber-barbeque opstelt en op uw strandstoel gaat zitten, bent u geen lichtgewicht kampeerder. U verhuist. Als u naar de buitensportwinkel gaat, u daar laat adviseren, en thuiskomt met dure spullen met veel fratsen? U bent consument, op zoek naar comfort. Of hoort u tot de mensen die hun tandenborstel afzagen en meedragen in een toilettas van 200 gram? Dan bent u een slecht rekenaar.

En ik ben in een pedante bui, dus daar komt-ie.

Spullen meenemen is sterker dan nuchterheid en de weegschaal. Menig pelgrim zegt braaf ‘alles wat je thuislaat is mooi meegenomen’. En neemt vervolgens toch te veel mee. En gaat afzien door het sjouwen van spullen die voor geruststelling en comfort moesten zorgen. Écht lichtgewicht wordt het pas als de gewoontes tegen het licht gehouden zijn. De noden gescheiden zijn van de wensen. De angsten in de ogen gekeken.
Je enkels verzwikken niet in lage lichte schoenen, ze worden er sterk van. Zonder regenhoes wordt er niks nat in je rugzak dat niet nat kan worden. Zonder scheerzeep kun je je prima scheren. Zonder dreft wordt je pannetje prima schoon, reservebatterijen liggen in een winkel, een waslijn is die van de buren, van vaseline gebruik je in een week hooguit 10 gram, en een lampje in de tent heb je niet nodig ’s zomers.

Nu de bekende tips, allen te simpel om echte tips te zijn.

1) Tent, rugzak, slaapzak en matje. Bespaar je met een duur titanium pannetje een gram of 70, een veelvoud bespaar je door de grote stukken eens even door te lichten. Een pelgrim schreef trots dat ze de rugzak al gekocht hadden. Een Fjallräven, geweldig ding, heel comfortabel. Hij woog 3,5 kilo. Deze rugzak is niet alleen de duurste en de zwaarste, er kan bovendien 70 liter in, dus reken maar dat er niks thuisblijft. Dat gaat pijn doen.

2) U moet wegen, alles wegen. Ook de kleine dingen. Dan ziet u dat foudraal, grondzeil, reserveharing en thermosfles verrassend veel wegen.

3) Reservedingen. Laat ze thuis, er gebeurt niets. Reservedingen liggen in de winkel of bij de eerstvolgende boerderij die u tegenkomt. Een halve dag onhandig, honderden kilometers lichter lopen. Voor EHBO geldt grotendeels hetzelfde.

4) Kleding. Een droge broek en extra sokken til je de hele rit. Regenkleding til je 80-90% van de tijd. Een lekkere fleecetrui kan wel 600 gram wegen. Hier valt zo een kilo gewichtsbesparing te halen, misschien wel 2.

5) Komt u in een buitensportzaak, oortjes dicht! Op massaproducten met veel kunstjes zit de hoogste marge. U komt naar buiten met een imponerend ding, maar licht zal het niet zijn, en soms is het zelfs overbodig (‘drinksystemen’, zwitsers zakmes).

En ik?
In 1995 woog mijn schotland-rugzak, zonder eten en water, 19,5kg, en het EHBO-etuitje woog 300 gram. Ik sjouwde geruststellende spullen en kocht ook wel eens iets overbodigs.

Een béétje dominee was vroeger een zondaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA