Koninklijk geboosterd op de Veluwe

‘Plek 13, dat is waar mijn ouders stonden vorig jaar’, zegt zij, zo’n vrouw die over de kinderen praat zodra ze de kans krijgt.
‘Als plek 6 meer zon heeft dan plek 13, dan heb ik liever die’, zegt hij, een man die met joligheid verhult dat dit zijn grootste beslissingen zijn.
‘Pinksteren plus twee weken, da’s een dinsdag, maar de plek is vrij totaan die zaterdag. Dat maar doen dan?’, zegt de vrouw achter de balie, als ze haar charme inzet om de boekingen te laten aansluiten. Ik ben in Vaassen, op Beste Charmecamping van 2020. Ik wacht dan al achttien minuten op mijn beurt. Lang genoeg om vervolgens de vraag te krijgen: ‘bent u met de caravan?’

Maar hee, ik kan dit hebben. Ik ben namelijk die dag gevaccineerd tegen charmecampings, door de nieuwe Koning van de Veluwe.


Op donderdag 28 oktober vul ik mijn rugzakje uit de kampeerkrat. De vermoeidheid van hard werken kun je er maar beter af wandelen. Volgens het weerbericht ziet het er slecht uit voor de geplande tocht van Delft, via Voorne en Goeree naar Tholen. Het wordt dus een ‘vrije wandeling Veluwe’, waar wind en regen allicht minder vat op mij gaan hebben dan bovenop een Zeeuwse dam.

De Veluwe verrast niet, die vrijdag: de Kia’s met zo’n rek vol elektrische fietsen, het zijn er teveel voor het piepkleine Nationaal Park. Maar als ik wat verder van de ingang weg ben blijkt dat ik de Veluwe onderschat heb. Het elixer van reliëf en paden, slingerend in en uit bos, zakkend naar open veld, stijgend uit stuifkuilen, vloeiend samenkomend of schuchter splitsend, verrast me wèl. Zien hoe de paden lopen, wat ze brengen, ik krijg er nooit genoeg van.

Zaterdag regent het de hele dag. Ik sta droog op, trek bij het eerste licht de regenspullen aan en krijg gratis koffie van het personeel van de Spar in Hoenderloo. Het bos is nat en donker, en ik zie overal everzwijnen in. In schuin afgezaagde stronken, in de wortels van omgewaaide sparretjes en in lage struikjes van bosbes of hulst. Het bos is ook leeg, dankzij de buienradar.
Dan daalt mijn pad op de allermooiste manier naar de bosrand en sta ik op stuifzand, onder de grijze hemel. Een spoor van weggeregende voetstappen loopt omhoog een bult op. Daarna daalt het en voegen van links en van rechts drie sporen in. Drie maal grote pootafdrukken van honden. Gezamenlijk gaan de hondensporen en mijn paadje door een barrière van struiken en dan heuvelop. Ik kijk – bovengekomen – in de doordrenkte verte en zie de toren van Radio Kootwijk. Ik kijk naar beneden en zie … een gigántische hondendrol. Vol met haar.

– Zap! –

De Kia’s, de slechte horeca, de drukke mountainbike trails en alle ANWB-parafernalia verdwijnen met een zuigende zzzapp in het niets, als in een vliegtuig-wc. De vaccinatie werkt onmiddellijk, je voelt ‘m door je lijf en over je huid trekken. Ik hou mijn adem in. Alles is anders. Ik zie geen ‘aantrekkelijk landschap met fietsroutes voor alle leeftijden’ meer, maar spied in coulissen van jeneverbes en berkjes en lang rossig gras. Links, rechts, voor me uit, steeds opnieuw. Word ik bekeken door een paar gele ogen? Het doet er niet toe, ik ben in een andere versie van de Veluwe. Die van de wolf.

Vanaf dat moment voel ik me als herboren. Een wonder. Alles is scherp in beeld, elke tak, elke zwam, elke stronk. En aan het einde van de dag onderga ik De Charmecamping met groot gemak. Lachend trek ik een doos over de led-verlichting naast de tent, grijnzend breng ik mijn ravioliverpakking naar de milieustraat, grinnikend zing ik mee met SkyRadio in de douche, proestend loop ik langs de duurzame camperwasplaats. Al dat potsierlijke decor waarmee we ons omringen, voortaan weet ik hoe eromheen moet kijken, weet ik wat er nodig is om de onttovering van de wereld in één klap terug te draaien: 

Eén flinke, harige drol.


De Drol. Een wolvendrol is bleek en harig als er weinig vlees meer aan het prooidier zit… (Of dit echt een wolvendrol is kan ik niet zeker weten, maar het effect is er niet minder om)
Finse wolvendrol, iets minder verregend dan de Veluwse.
Hondensporen die vanaf het stuifzand door een opening in de struiken het pad opgaan, zijn gezet na het begin van de regen, zónder voetsporen van een begeleidend baasje. Daar was ik even over aan het puzzelen
Mooi pad in landgoed Lichtenbeek bij Oosterbeek (ik volgde deels de route van het Veluwe Zwerfpad)
Het Braamsveldje, NP Hoge Veluwe, onderweg naar het Deelense Veld
Op het Deelense Veld, het pad daalt naar de beek die uit ‘De IJzeren Man’ vloeit.
Aanrader: de Natuurcamping bij ingang Hoenderloo. De thee is door Frederiek in haar schooltuin geplukte citroenverbena, geweldig lekker.
Groepje everzwijnen / boomstronkjes
Hoe dit pad daalt vanuit het donkere bos naar de lichte bosrand, verrukkelijk.
Hoog Buurloose Heide
Bilderberg Hotel de Keizerskroon. De naam lijkt heel wat, maar het gebouw is een soort brutalistisch rijtjeshuis uit 1980.
De voorbereiding voor een wandeling bestaat bij mij bijna alleen uit het zoeken naar geschikte horeca. Want die is matig, buiten de randstad (jee, wat zeg ik nu!). Deze tent was okee, vooral omdat de eigenaren ook een wijnhandel hadden aan de overkant. Kleddernat binnengekomen, maar bij vertrek was de regen een stuk minder. Zo hoort het.
Op het Maarten van Rossumpad, van Apeldoorn naar Vaassen, volg je lange tijd een lege strook land, vrijgehouden om er de N50 op aan te leggen. Koningin Wilhelmina vond de weg te dicht langs haar landgoed lopen en keurde het af. Zelfs zandlichamen van viaducten liggen er nog.
Pad en doorgang uit de tuinen van het Kasteel Vaassen, na bitterballen en bier in het koetshuis.
Charmecamping in Vaassen.
Het Wisselse Veen
Tongerense Heide
Tent drogen en luieren, zolang de zon nog schijnt
dreigend weer op de Elspeetsche Heide, na een matige omelet in Vierhouten, wel met goed lokaal bier.
Kleddernat bos zondagavond, deze foto is met hoofdlamp licht…
… maar meestal heb ik rood licht aan, voor de dieren en tegen ontdekking, lekker spooky.
Leuvenumse bossen, heel mooi en kleddernat met de beken buiten hun oevers.
‘Zonder titel”
Laatste stukje onderweg naar Harderwijk.
De hele route van vrijdagmiddag twaalf uur tot maandagochtend half tien. Een mix van Veluwe Zwerfpad, Maarten van Rossumpad en het nodige doe-het-zelf werk. Leuke route, beter dan ik verwachtte.

Noord + Leeg + Buiten

Eenmaal op de Friese Seedyk leek de wandeling erg op die dag laatst in oktober, langs de Hondsbosse Zeewering. Heel prikkelarm, maar met regen en harde wind. De chef-kok van De Zwarte Haan stond bij de achterdeur van het gesloten restaurant. Hij vroeg ‘hoe doe je dat dan, waar slaap je dan?’ en glimlachte toen ik zei ‘ik vraag bijvoorbeeld een chef-kok of ik achter z’n restaurant kan staan’. ‘Dat vinden de mensen wel best hier denk ik’ zei hij. ‘Of buitendijks’, opperde ik om hem te peilen. ‘Ja, daar komen ze toch niet controleren’. En over de avondklok kon ik duidelijk zijn: ‘om negen uur lig ik echt te slapen’. Ik tapte water uit de tuinslang achter de keuken en liep de dijk weer op, de harde wind in de rug. Een blauwe kiekendief zeilde onder mij langs over de strook riet aan de voet van de dijk. De wadden waren leeg, met groepjes bergeenden.

Het Noarderleech

Iets verderop wijkt de waddenzee voor kwelders die deels ingedijkt zijn in de 18e eeuw: het Noarderleech. Boeren legden in dit gebied dobbes aan, ringdijkjes met een zoetwaterpoel voor het vee. Achter zo’n verhoging zou ik mijn tent opzetten. Mijn angst voor harde wind greep in, en dus liep ik door tot de Duitse observatiebunker die op de rand van de kwelder staat. Rond zes uur ’s avonds zette ik de tent in de luwte tegen de bunker, maar wel zo dat ik bij draaiende wind nog steeds goed zou staan. De typische verschijnselen van ‘dag 1’ waren er natuurlijk ook: de aansteker werkte slecht, de brander waaide uit, en een grondzeil was toch wel handig geweest op deze bodem van verdunde ganzenpoep. De nasi saté was lekker. Ook die hoort al jaren bij de eerste dag.

De volgende ochtend was geweldig. Duizenden ganzen, wolkenflarden en een doorbrekende zon. De wind blies me naar Ferwert, langs de dijk en over heel kleiige akkerranden. ‘Heb je misschien ook koffie?’ zei ik tegen de vrouw van Bakkerij Van der Kloet, ‘want er is verder niks open natuurlijk’. ‘Nee, da’s vanwege Corona’. Ah. Goh. ‘Maar juist vanwége Corona heeft uw collega in Tzummarum een koffiemachientje neergezet’, probeerde ik nog. Geen sjoege. Ik was echt wel blij met de koek, al was die met thee uit de thermos op een koud bankje voor Jellema Tweewielers. Zou ik later een boer om koffie vragen?

‘Het blijft droog vandaag’ had ze gezegd, de lieverd, en dus regende het binnen een half uur. De wind wakkerde aan. Ik moest links houden op de weg om te voorkomen dat de wind van rechts me er af en toe middenop blies. De leuke paadjes waren afgesloten wegens werkzaamheden, dus het was asfalt tot Dokkum. Scholieren waaiden van hun fiets. De Dokkumer Vlaggencentrale maakt de beste vlaggen van Nederland. Dat snap ik, met die wind hier. 

Dokkum is prachtig, tot je moet plassen, dan is het lockdown. Ik dacht, een bed and breakfast en dan wachten wat de volgende dag brengt. Maar opgesloten worden in je kamer, met eten voor de deur gezet, da’s niks. En dan het weerbericht. Nog drie dagen nat en regen, en de route draait morgen tegen de wind in nota bene.

Ik besloot naar huis te gaan.

Hoe voelt dat nou, een wandeling afbreken? Onvermijdelijk maar treurig, met iets van spijt als je in de trein naar huis de zon ziet doorbreken. Zo’n wandeling is toch grotendeels fantasie, een illusie die zachtjes ‘poef’ zegt als je ermee ophoudt. Zou deze wandeling een hele grote zijn, dan zou ik hem voortgezet hebben, met de gedachte dat er hele mooie dagen in het verschiet lagen. Maar dit loopje was ‘zomaar’, en dat verdraagt geen vijf dagen slecht weer.   

De route
Ik had een vier of vijfdaagse route uitgestippeld, een mix van Kunstpad, Elfstedenpad en Noardlike Fryske Wâlden pad, aan elkaar gelijmd met klazige doorsteekjes. De route begon in mijn vaders geboortedorp Oosterbierum, maar dat was voor de start al van de baan. Tzummarum werd het nieuwe startpunt. Ook daar liggen roots. De route loopt door de klei naar Sint Jacobiparochie, dan langs de zeedijk naar het Noorderleegsbuitenveld, over de klei naar Ferwert, dan Dokkum, Damwoude, Buitenpost, Twijzel, het Burgumermeer, De Leien en Nationaal park Alde Feanen om te eindigen in Drachten.
Ondertussen is het restant van de route omgewerkt tot iets van ‘Steenwijk – Alde Feanen – Eastermar – Buitenpost’, natuurlijk met de wind mee, zoals een goede route betaamt. 

Startpunt: Tzummarum, bakkerij. Deze bakker verkoopt koffie to go.
Het Bild: kamerbrede klei tussen Sint Jacobiparochie en de Waddenzee.
Het wad vanaf de Seedyk
Duitse observatiebunker op het Noorderleegsbuitenveld. Noarderleechsbûtenfjild klinkt beter.
Twee dobben aan de horizon rechts. Schijnbaar mooi weer donderdagochtend.
De terp van Hegebeintum.
Storm Evert blaast de verkiezingsborden van de palen. Of heeft de wind hulp gehad?
Tijdens corona kun je niets anders dan wandelen en dat is zwaar. Hier toch rusten in een tuinhuisje achter een boerderij.
Dokkum in. “Trochpakke” doe ik niet, ik ga naar huis.