In de stad opgaan

Het einde van deze gelukzalige reis. Een reus van een tocht, dag voor dag tot mij gekomen. Ik las terug in mijn schrijfboekje. Over 9 april, nabij Augsburg met een bevroren buitentent. Mijn geheugen is zo vol dat die dag er gerubriceerd is als een wandelvakantie van een jaar of zes geleden. 
De pelgrim lost ogenblikkelijk op hier in de Eeuwige Stad. Tussen de andere toeristen, tussen de vele reli-bezoekers. Niemand kun je vertellen dat je bent komen lopen want dat valt volstrekt buiten de kaders. Het klinkt elke dag gekker, tot ik mezelf er aan moet herinneren. 
Donderdag 28 mei de eerste dag zonder route of rugzak, maar de aanpak ijlt na, was er al, en gaat nooit meer weg. Ik loop m’n neus achterna zuidwaarts. De stadswijk zonder bijzonderheden boeit me, ik draai wat bochtjes, vergeet Tripadvisor en eet waar iedereen eet. Ik bezoek de St Paulus-buiten-de-muren en slaap op het gras. Terug naar de stad stop ik bij gevelkunst, de hells angels, een faculteit en een oude rode draad: industrieel erfgoed. De laatste zwaai door de wijken Regola en Ghetto gaat langs een overhemdenzaakje, waar een oma en een moeder mijn maten nemen, en het kleinkind vraagt of ik ook een stropdas nodig heb. De enige glimp die ze opvangen van mijn reis is mijn opmerking ‘niet te krap, normaliter ben ik iets dikker’. 

“Een plattegrond bestaat allemaal uit strepen, maar die strepen, dat zijn wegen”. Mensen ik moet dringend naar huis, mijn nageslacht heeft trekjes van mij en dat wil ik van dichtbij beleven.

  

De laatste stop in de buitenwijk. Las Vegas, met grote parkeerterreinen, hypermarkt en ommuurd wijkje.

  

Met de spits de stad in. Geweldig.

  

Franciscus voor de S Giovanni in Laterano. De belangrijkste kerk ter wereld en technisch eindpunt van de wandelroute.

  

Maar de kerk is wel het eerste echte Rome en dus grijpt het me wel aan. Behoorlijk. (Sint Andreas. Geweldige sculptuur. Dat het onwaarschijnlijk is dat heiligen zo gespierd en woest waren neem ik voor lief.

  

De keizer en de wegwerkers

  

Voldane blik! Foto door fietser Hans, die ook net aankomt. De enige persoon die kan snappen wat zo’n tocht is en doet. Fijn.

  

Door een darm vol toeristen naar de Sixtijnse kapel, als toetje. De kleuren en poses mooi als altijd.

  

De kamers van Rafaël.

  

In de Sixtijnse kapel vliegen twee bijeneters, en in de pauselijke collectie vind ik deze. De vogel als godsbewijs.

  

Op weg naar mijn kamer regent het Schots. Nog 1 keer in de ‘terreinwagen-modus’ door een heel groot verlaten park

  

De laatste keer sokken wassen (al met machine) en de laatste keer tent drogen.

  

Sint Paulus buiten de muren, gebouwd op zijn graf, dat aan een Romeinse grafweg lag. Het waren ooit echte mensen, die heiligen.

  

Letterenfaculteit. Italianen hebben een cultuur van op de muren geschreven protest.

  

Geen toeval dat ik langs industrie loop. Wandelen door industrie voelt onaangepast, stiekem.

  

De rode man maakt een foto van mij.

      

Wie binnen gaat om God lief te hebben, komt naar buiten om zijn naaste lief te hebben. Ik denk dat we dat laatste meteen wel kunnen doen.

  

Marjolein komt me halen! Wat een fijne afsluiting, samen door de stad struinen.

  

Het Pantheon. Zo sober als ongewapend beton kan zijn. Maar een geschikt eindpunt voor een Rome-tocht is het niet.

  

Sint Ignatius van Loyola. Ruig 3D-werk, en lichtvoetig, vrolijk. Hier geen straf of schuld te vinden.

  

De Trevi fontein, met loopplank voor de Japanners die echt moeten.

  

Trevi fontein, 28 jaar geleden. Veel gebeurtenissen uit die reis staan me nog helder voor de geest. Wat maakte Italië toen een indruk. Leendert, links, plaatste de foto op Facebook, nadat Rolf (midden) door mijn aankomst even terugdacht en dat meldde.

 

Alto Adige

De mentaliteit, de rijstijl, de bordjes; veel is echt anders dan in Oostenrijk. Mijn route is lastiger te volgen, over moeilijker paden met veel op en neer. Ik ben er heel blij mee. Intens wandelen (rare uitdrukking). De dorpjes zijn compact en best leuk, met veel meer barretjes enzo. Mijn Italiaans kruipt langzaam onder 6 weken Duits vandaan, ik lees de informatieborden eerst in het Italiaans, en ik mag spieken in het Duits. Nu ben ik in Bolzano, daar is Italiaans de grootste taal, maar als ik 5 seconden nadenk over een zinnetje, schakelt men naar Duits. Ik versta Italiaans behoorlijk. Net in het postkantoor alles in t Italiaans. 


Praktisch is Bolzano de overgang van koud naar warm. Hoewel ik de bergen nog wel inga, stuur ik lange broek, bodywarmer, overhemd terug. Mijn lievelingstruitje gooi ik weg, dat is na 22 jaar op. De rugzak wordt lichter, dus ik heb aquarelpapier gekocht. 

Met twee volgers heb ik een bijzondere band. Het zijn ‘professor Pim’ en zijn vrouw Hanneke. Beiden nieuwsgierig, En positief bezorgd. Ze vroegen hoe ik mijn dagelijkse planning doe. Mijn antwoord:
Ik bekijk pas als ik vertrek van de vorige plek waar het ‘koffiedorp’, het ‘lunchdorp’ of het ‘avondeten inslaan dorp’ liggen (misschien is er maar 1 dorp) en ik bedenk waar ik ongeveer uitkom en waar ik dus 2 liter water moet halen (om te koken). Meestal zie ik op de kaart dan een bos, maar de plek zelf herken ik pas op het allerlaatst. Zo’n bos kan half gekapt zijn, of met mensen aan her werk, dan verzin ik iets anders. Dat leidt wel eens tot een paar km te veel. Op de middellange termijn probeer ik te schatten wanneer ik een kamer met wasmachine moet boeken. De totaalafstand schat ik, en verdeel ik in stukken van 30km (de gemiddelde dagafstand). Ik sta nu op een camping, das ook wel fijn met een douche en oplaadmogelijkheid (heb 4 dagen stroom van accu en telefoon). 
(Vraag over kaarten)
Ik heb geen papieren kaarten, die zijn fijn plannen op een tafel, maar ik heb er tientallen van nodig. De kaarten in m’n telefoon zijn uitstekend, hier in Zuid Tirol heb ik 1:50.000 wandelkaarten van Kompass, waar alle routes die je in het veld aantreft opstaan. Eerder gebruikte ik OpenCycleMaps, ongeëvenaard precies, alles klopt. inzoomen tot 1:10.000. De Kompass kaarten heb ik met Viewranger (de navigatie app) gekocht, de OpenCyclemaps zijn binnen Viewranger op maat te knippen en te downloaden. Ik heb voor m’n kaarten dus nooit internet nodig. Ik heb routes van thuis meegenomen als bestand in dropbox, hier de Via Claudia Augusta wandelroute, straks naar Garda weer wat anders. Met de app kan ik routes goed meten, verleggen en vergelijken. 
De fun van echt puzzelen in het veld is weg: ik verdwaal niet. Bij verkeerd lopen ga ik zelden terug, maar maak ik een nieuwe route die verderop weer aansluit. Ik neem ook alle vrijheid voor aanpassingen. 
Regen: ik heb geen regen. Haha. Als het buien zijn, blijf ik even binnen, in droogte opbreken is wel zo fijn. Heb rond 31/3 slecht weer gehad, ik loop dan eerder meer dan minder. 

Tot zover!
 

Op de Reschenpas (1455m), 500 meter binnen Italié).

  

Doet me aan de Ullapool Sailing Club denken.

  

En ik maar denken dat er een verdronken kerk in het stuwmeer stond. Maar het is alleen een toren. Gefotografeerd vsnaf een droogliggende landbrug.

  

Leest allen de boeken van Gerrit Jan Zwier.

  

Zwier definieerde het Noordelijk Gevoel. ik lijd daar ook wel aan, dus ik vind dit kleurenpalet prachtig.

  

18 april, boven Mals op een afgesloten graspad. Mijn eerste aanraking met de autoriteiten: er kwam een jachtopziener. Ik vroeg gedwee ‘was halten sie davon’ maarhij zei ‘guat, schon guat’ en was natuurlijk op zoek naar echte overtreders van echte wetten.

  

De hoogste berg in de omgeving: Ortler, 3905m in mooi ochtendlicht.

  

De wandelroutes zijn genummerd, en die nummers staan op mijn kaart en meestal op de bordjes. Soms gaat het op zn Italiaans.

  

De hellingen van de Val de Venosta, de Vinschgau, zijn kurkdroog, want middenin de Alpen komt geen enkele regenwolk er vol aan.

  

Daarom is er een systeem van Walen, die beekwater verdelen over dehellingen. Heel ingenieus en wondermooi. Hier nabij Schluderns.

 

Een raster van palen en hangende stokken, straks planten ze de appelboompjes.

Oranjetipje

   

Ik volg vaak maar twee of drie routes per dag, makkelijk navigeren, als je de merktekens kunt vinden.

  

Het kerkje van St Egidius. Helaas dicht.

  

En ook nog drystone walls.

  

De boomkweker stookt snoeisels in zijn houtkachel.

    

Beregenen gaat ‘s nachts

  

Heerlijk lopen door geurende boomgaarden, maar soms vervelende dingen op ooghoogte.

  

De paden duiken soms hard op en neer.

 

 

Net na het oversteken van deze steenlawine hoorde ik van de locals dat ie twee dagen eerder nog bewogen had. In Duitsland waren de bordjes overdreven, maar in Italië kloppen ze, deze plek was niet voor niets afgezet.

  

Gemengd bos is prachtig als het uitloopt. De bergen horen bij de Tessa/Texel groep. Kalk, niet zo hoog maar wel erg ruig.

  

Dinsdag 21 april: bij Lana even uit de route gestapt voor een dagje Bolzano. Korte broek kopen. En als dat gedaan is, pranzare.

  

Een man met een lichte rugzak en heel uitgekiende uitrusting vond 5000 jaar geleden de dood. Hier ligt hij opgebaard, je kunt de tatoeages op zn huid nog zien. Ötzi.

Bij een pizzeria ontmoet ik drie grafisch ontwerpers, die me meenemen naar een test van projecties die ze maakten voor het moderne kunstmuseum. Geinige avond.

  

Expeditietje spelen

Apeslecht weer deze week. Een koufront, met storm. Maandag vanuit Rothenburg enorme buien nog ontweken, en geslapen tussen gespierde Douglassparren. Dinsdag waaiden losstaande sparren om, en sliep ik in jong en flexibel bos, wijzer. De nacht van dinsdag trakteerde mij op storm, hagel, sneeuw én onweer, recht boven mijn tent. Niet fijn, maar laat ik de volgers geruststellen: het viel ruimschoots binnen het bereik van mijn ervaring. Ik heb nog eens in een bivakzak in de sneeuw op een IJslands lavaveld gelegen, ‘s nachts op ski’s gestunteld op een Groenlands eiland, of een herfststorm doorslapen op een Schotse bergtop. Ja, lach er maar om. 

Woensdag raasde het wat na, met heel koude wind. Ik sliep onder een solide beuk. 
Donderdag sneeuwde het nat, met wind, het koudste weer. In de middag klaarde het op, gevolgd door een nacht met ijs ín de binnentent. Zo. Anders nog iets? Zeg, weergoden, ik loop hier nog gewoon hoor, en die tent krijg je me ook niet uit m’n hoofd geblazen. 
Minder prettig: ik had het voor elkaar gespeeld het zogeheten thuisfront in zo’n zelfde stormachtig humeur te krijgen. Althans, zo leek het. Want de claim dat je zo goed na kan denken in de natuur, is onzin. Je kunt láng nadenken in de natuur, en dan vooral in je eigen richting. Zonder tegenspraak. Kleine onenigheid groeit op deze vruchtbare bodem snel aan tot eenrichtingswanhoop. Maar ook die hemel is weer blauw. 

Natuur. Mja. Natuur van enig karakter, die heb je hier nauwelijks. Het bos is functioneel. Cultuurlandschap, daar is de Flurbereinigung (ruilverkaveling) overheen gerold. Blijft over de geologie. Die is spectaculair: de Ries van Nördlingen is een inslagkrater. Een interessante vlakte, met kraterrand. Met tal van bizarre verschijnselen, zoals rondvliegende stenen groot genoeg om een kerkje bovenop te bouwen. Waarmee ik op Goede Vrijdag toch nog iets van religie meeneem. 


Met kleine lettertjes zegt de Frankische Alb Verein dat ze het simpel houden: volg de Main Donau Weg.

  

Maandag 30 maart. Met Ulla, een gepensioneerde Wiskundelerares (pijnlijk Punktlich) ontwijk ik wel 4 van dit soort gevaartes. Mazzel, geen opzet.

  

Jachtstoelen, altijd fotogeniek. En ze telen hier riet.

  

Na 40km, nog steeds niet nat. ongelooflijk.

  

Verscholen in stevig bos. Met afwasplek.

  

De menselijke maat uit je landschap halen, en het industriële erin toelaten is een fout. (“Lees ik hier nou dat jij tegen windmolens bent Klaas?” Yep. Doe maar in havengebieden ofzo.

  

Boom 1 valt om. Ik zet de videocamera aan.

  

Als ik de video weer heb weggestoken, valt boom 2. Ik maak me uit de voeten. (Het is overigens niet mijn route waar ze overheen vallen).

  

Fremdlingen. Lang gewacht op hiernavolgende bui, in bakkerij. Hele levensverhaal van mevrouw aangehoord. Lief mens, maar alleen naar klaarstaan voor anderen, nee, dat is inderdaad geen goed idee. Veel koffie op.

  

Een grondzeil van 70 gram, hoe lang gaat dat mee?

  

Ik zeg het zo vaak: slecht weer is fotogeniek!

  

Lange rechte wegen in de vlakte van de Nördlinger Ries.

  

Klittenband van mijn linkermouw repareren. het is al weken stuk, maar met de koude wind wil ik die mouw dicht hebben. Erg leuke kleermakerij, gratis en adembenemend snel.

  

Natuur: mager grasland met o.a Jeneverbes. Hier verloren de Zweden een slag in 1634.

  

Kopergravuremoment

  

Gekregen. Totaal uit het hart, bezwoer de natuurwinkeljuf mij, nadat ze mijn hele reis had dichtgeplamuurd met clichees zoals ‘Selbstfindung’, ‘Naturenergie’ en ‘Die Bestimmung findet dich’. Heerlijk spul, ook in de pan.

  

Blauw= die ochtend bedacht. Paars=daadwerkelijk gelopen. Je ziet: verkeerd lopen is heel relatief, en dan is die andere route ook nog het gevolg van inzichten ter plekke.

  

Vallen ze nou nog? Ach, ben er al onderdoor.

  

Kapel op geland rotsblok van 60m doorsnee.

  

De Donau! Na 1185 km. Geweldig!

1000 kilometer trouw

Hoogtepunt deze week: de Madonna van Stuppach, van Matthias Grünewald, 1519. Ik ben ervoor ‘omgelopen’, net als proto-pelgrim Herman Post in 1989. Het overdonderende, rare schilderij heeft een Wikipedia-pagina, en een eigen website, dus zoek m even op! Eén weetje: het is geschilderd met verf uit kwark, kalkwater en gemalen halfedelstenen en plantensappen. Dat verklaart waarom Maria zo straalt en het schilderij zo kleurig overkomt. Die verf is heel kleurecht en na 500 jaar nog prachtig. 

Tweede thema: trouw. Ik ben een opportunist qua route, iedere dag een andere Wanderweg, maar wel erg trouw aan de route als groter geheel. Ik zal nóoit de trein pakken (oei, wacht maar). Dat is ontrouw. Je laat dan je verwachtingen, aan welke de tocht qua schoonheid of tempo kennelijk niet voldoet, de baas zijn over je vermogen om te ondergaan. Als bij een nurkse vakantieganger die precies de foto’s in het gidsje wil zien. Wat het is met trouw: wil je korte termijn genot, verlichting van een taak, door vals te spelen; of wil je weten wat écht volhouden je gaat brengen? En waar trek je de lijn, ben je trouw in de geest, of naar de letter?
Praktijk: na de Madonna is teruglopen naar de Panoramaweg Taubertal niet logisch. Dus ik trok een rechte lijn van Stuppach naar Rothenburg ob der Tauber. Bleek een leeg stuk, met veel akkers en piepkleine dorpjes waar je niks kunt kopen. Ik dacht dus zondag zonder eten 30 km in regen en wind te moeten lopen. Zou ik zo’n stuk overslaan, dan zou ik niet weten dat halverwege, in het boeren-tienhuizen Spielbach, waar ik even de route checkte, mij het volgende overkwam. Uit een vuilige boerderij klonk vrolijk geroezemoes. Was het droog geweest, was ik doorgelopen. Maar nu trad ik binnen… In een tjokvolle voorkamer vol etende Schwaben. Ik vroeg aan de dichtstbijzijnde: ist es hier ein Gästehaus? (Geen bord buiten, niks) Und gibt es Mittagessen? Ik werd bij de enorme kachel gezet tegenover iemand, en kreeg bier en Sauerbraten. Absoluut oma-eten in de boerderij van mijn grootouders anno 1975. Vla in je schoongelikte aardappelbord. 
Er verscheen een heel knokig dametje in een schort, met een geldkistje. Wilde je betalen, moest je op audiëntie. Kraakheldere ogen. En geen poespas: eerst vertellen waar je vandaan komt, je bent echt helemaal niet van hier hè, en wat je hier brengt. 

Wat me in Spielbach bracht? Trouw. 

 

Panoramaweg Taubertal: veel akkers, maar wel hele lekkere. Veel roder dan op de foto.

  

Kloster Bronnbach. Mooi, maar met een commercieel tintje. Of deed deze onvrome automobiel me dat denken?

  

Wat maakt de meeste indruk? Oude beelden vol kracht en hoop en geloof. Ik raak ze aan.

  

Moet ook gebeuren, aangebrande pan schrobben. Marijke, dank voor t nieuwe sponsje!

  

Gamburg, reclamefoto voor m’n pension. Wat ik hier At? Hou je vast. Twee sneden Duits brood besmeerd met saus, daarop een laag knapperige uitjes, daarop een overhangende schnitzel (vers), daarop twee spiegeleieren, en daarop dan nog vier repen gebakken spek. Vraagt de waard of ik er een bord bratkartoffeln bij wil.

  

Burcht, Gamburg. Mooi gelegen dorpje.

  

Heel fijn als oudere mannen zo gelukkig zijn. En ze wisten waar ik heen ging, want Noud Maas was 4 jaar eerder ook al langs hun bankje gekomen.

  

Jongens! Kappen nou!

  

En dan zoek je de tekst maar op. Onbenullige tekst, maar zo ambigu, en vilein gezongen.

  

Ik ging de Tauber van dichtbij bekijken, nét toen hij helemaal niet lieblich was.

  

Aha. Net als thuis komen de ambachtelijke bakwaren gewoon uit een fabriekje!

  

Je ziet de tent net, twee meter het bos in.

  

… hij staat óp het pad, een pad heeft namelijk een vorm waar je goed in ligt.

  

Misschien zie je het niet, maar hier gaat het om in deze buurt: de vanzelfsprekendheid waarmee weggetjes en akkers zich voegen naar de anatomie van de heuvels. Genieten!

  

Zaterdagochtend, Bad Mergentheim. Een leuk verzetje: even de straat blauw zetten met de tractor.

  

Rollen hooi. Als dit opzet is, dan is het kunst. Dat spleetje.

  

Nog drie uur wachten voor de glazen wand opengaat. De Madonna van Stuppach heeft status: een eigen website, een eigen kapel, een eigen Führerin, die om half twee aan mij verschijnt.

  

De pelgrim weer diep geroerd. Nog nooit zoveel symboliek en verwijzingen op 1 doek gezien, denk ik.

  

Eindelijk behoorlijke kaas gevonden. De Duitse ‘algemene kaas’ is hopeloos.

  

Wéér vergeten een foto van de kampeerplek te maken. Gelukkig regende het vannacht.

  

Van Stuppach recht naar Rothenburg vraagt wat van de wandelaar. Leeg, nat en winderig.

  

Pauze in door wind schuddende jachtkansel. Wat bouwen ze daar toch een fijne bankjes in.

  

Is dit een Gástehaus? (zie tekst)

 

Pelgrim zonder Gebod

Afbeelding

De afgelopen dagen was ik volgzaam. De Vier Länder Weg was mijn route van Worms naar Wertheim door het Odenwald.  Ongewoon, want ik maak er vaak een punt van me niet te laten leiden door voorgeschreven routes, of gidsjes. Is dat iets van mijn generatie, die met de probleemloze nieuwbouwwijk-jeugd waarin alles vanzelf ging? ‘Moeten’, daar krijgen we jeuk van. Een docent kijkt wel uit, die zegt nooit ‘je moet’, maar iets als ‘je doet het voor jezelf’. Maar helemaal geen enkele instructie accepteren (iets ‘vertikken’), dat zet je buitenspel. Een volkomen vrije wandeling gaat niet. 


Er zijn ook mensen die geen instructies accepteren, waarvan het gepikt wordt: kunstenaars, visionairen. Die hebben een allesoverstemmende drive van binnenuit, geen geboden nodig. Hij of zij móet iets. Er is focus, en toewijding. Soms is die zo sterk, dat ie van Boven lijkt te komen. Men kijkt ademloos toe en vergeeft hem alle dwarsheid. Een heilige? 
De gewone sterveling is veroordeeld tot een moeizaam zoeken naar aandrijving, of tot het volgen van bordjes. 

Een man zei tegen me: “jij kan dit omdat je verbonden bent. Daarom kan je goed alleen zijn.” Mijn vrouw zei “je ziet er heel anders uit, open”. Het gaat de goede kant op. Een tevreden wandelaar, er valt geen onvertogen woord onderweg. Dat komt omdat er niks moet, ben ik bang ;-)

Worms blijft me bij als ‘rommelig’. Er is ook een t-shirt met I Love Worms.

  

Duitsers, zeggen ze tegen mij, worden dol van hun eigen Ordnung. Dit is in Bobstadt (geen grapje), de Frankensteinstraat (geen grapje). Overdag geen mens buiten, logischerwijs.

  

Ongelooflijke mazzel: de architectuur/kunst-pelgrim stuit op een gesloten Königshalle, Kloster Lorsch, maar de opgravers geven hem een rondleiding!

  

Schrijfster van een boek over deze plek legde me uit: er zijn 9e eeuwse tekeningen en 14e eeuwse overschilderingen. Geeft mij het gevoel dat de tijd zich eindeloos uitstrekt.

  

Kloster Lorsch, wat een parel! (alle wandelroutes slaan m over!!!)

  

Een Borussia Dortmund-boerderij, zo zuidelijk ben ik dus nog niet.

  

Geen toeval: de plek Teufelstein die ik uitzocht bleek een monument voor gevallen leden van wandelvereniging Odenwald Klub.

  

Hout stapelen, dát kunnen ze hier.

  

Eindelijk een havik gezien, en een sperwer, en deze plukplaats. ik vreesde steeds: waar jagers zijn, zijn geen haviken. dat is de regel.

  

Reichelsheim, circus en Schloss

 

Ik wilde Schloss Reichelsberg bezoeken, maar liet me weerhouden door dit alarmerende bord. Het geloof accepteert de teruggang niet!

Deze streek heeft iets met chocoladehazen. Hier wordt een originele Beerfurther Hasenform aangeboden.

  

Tjeeminee. Frikadellenweck. Met scherpe saus!

  

Onthullend: als je een Basilika bouwt, MOET je relikwieen regelen, anders komt er niemand. Geloven vraagt meer dan alleen een kerk en geboden, er moet ook gezag ontleend worden aan iets. Materieel bewijs. Hier in Michelstadt mislukte dat, en dus staat de basiliek er onveranderd bij sinds 815!!

  

Zwembad, Michelstadt. Hier had ik moeten gaan kamperen.

  

Jachtkansel, mobiel, met bemoste gordijntjes.

  

Geen toproute, de Vierländerweg. Lievelingsplek: Streuobstwiese met houtstapels.

  

Uitgenodigd aan tafel door leuk beiers stel. Sublieme Bratwurst. Miltenberg.

  

Overal blokken steen waarmee men iets wilde. Deze heeft een cirkel van 75 cm, moest een zuil worden.

  

Kampeerplekje, Wanneberg.

  

Donderdag, bosbouwdag. Langdradig.

  

Sommige van die jachtstoelen zitten dus heel lekker!

  

Landschap op sigarettenautomaat.

 

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

 

 

 

 

 

 

 

 

Auf eigene Gefahr!

Wildkamperen, fantastisch op een Schotse berg. Maar wat een gedoe in een Ruhrgebied-Stadtwald! Zou je nou niet eens stoppen met verstoppen? Dan kun je ook een beleefd bezoeker zijn. Dat is wat waard in het gehoorzame Duitsland, dat stikt van de zeer dwingende bordjes. Vooral ‘auf eigene Gefahr’ is populair. Daarmee maak je elke activiteit tot een waagstuk. 

Toen ik dus zaterdagmiddag bij dalende zon zag dat het Wald een Naturschutzgebiet was, met uitdrukkelijk verbod, niet alleen op kamperen (zelten) maar ook op mijn smoeswoord bivakkeren (lagern) moest ik overstag.
Een stapje het bos uit en daar is het vervallen boerderijtje met weitje al. Tierärztin Antje vond het meteen goed, een beetje um die Ecke. 
Zondag eindigde de loop in het Stadtwald Hilden. Heel fijn bos, vergeven van de joggers. Ook hier: aan de rand een groot huis, waar Uwe opendoet. Achter de schuur, waar een geëlektrificeerde Jaguar E-type in staat, is wel plek. En gebruik ook het monteurstoilet maar. 
Een stapje verder nog: om 3 uur geen water meer inslaan maar er op vertrouwen dat je dat op de kampeerplek wel krijgt. (Jaja, maar dinsdag, tussen Keulen en Bonn, lukte het water wel last minute maar de plek niet, zodat ik op een gribusplek terecht kwam.)

Essen uit, naar Kettwig, waar het meteen retesteil werd.

.Zaterdag is iedereen aan de wandel. Men kijkt niet op van mijn rugzak of kleurige kleren, maar van de ontbrekende hond.

Boerderij, potentiële kampeerplek. Ja dat is een pauw daar in die boom.



Fijn, zo’n Wiese. Dalende maan bij zondopkomst.

Veel rivierdalletjes op zondag. Hier die van de Auger.

Zo bruin als ik word jij nooit, pretoogde de Neanderthaler.

Zeer ingenieuze vallen nagebouwd in het Neandertalmuseum, en niet slleen op schaal.

De Griek bij Stadtwald Hilden heeft een bel bij het keukenraam.

Met stromend water en wifi.

De brug waar ik over wilde. Not.

Nou wordt het echt link, een gaspijplijn! Maar ik durf dat wel hoor.

Deze boomklever is ontaard: hij klimt niet, zoals het hoort, met de kop naar beneden. Kleiber sollen immer den Kopf runter halten!

Geheimtipp: groentesap en chips.

Leverkusen: ook al geen Altstad. Dit mogen ze wel bombarderen.

Slechte timing. Het 51m hoge Bayer logo moet je bij nacht zien.

Industrie, villas, woonblokken, sportvelden, volkstuintjes, de schietvereniging , dan dit beeldenpark Stammheim en dan … de Rijn!

Samen met mij vaart het Sneker vrachtschip Euforie de stad Keulen in. Euforisch, dat ben ik!

Nog wat gevangen? ‘Frische Luft’, nou ik ook.

Avondwinkelstroom voor de foon.

Tsja, 37km, en nog 4 te gaan.

Postindustrielle Spontanvegetation

Een kathedraal is een ruimte die wat met je doet. Het is een grote, indrukwekkende ruimte, waar veel is gebeurd. Er is heiligheid. 

De gebouwen van werelderfgoed Zeche Zollverein doen ook wat met mij. Ze zijn groot, perfect van proportie, en zo zonder herrie en mijnwerkers en kolen zijn ze veranderd in een monument, een tempel voor de industrie. Tijdens de rondleiding bleek ook dat er binnen veel gebeurd is. Duizenden tonnen kolen werden zonder al te veel achting voor arbeidsomstandigheden uit de aarde getrokken en verwerkt. Kortste samenvatting: duizenden mannen stierven hier langzaam, van het stof, of snel, als ze misstapten. De gids lepelde droge feiten op, die ons ongemakkelijk deden grijnzen. 
Vanaf het dak overzagen we het terrein en de vijf steden om ons heen, die dankzij deze enorme machine in welvaart baden. Er is zelfs weer groen: Postindustrielle Spontanvegetation. 
De volgende dag liep ik het centrum van Essen in. Daar vond ik de Dom. Klein, maar al in 874 gesticht door Altfrid. Die liep naar Rome en kwam terug met relikwieën. 
De Domschatz liet even zien hoe je dat doet, heiligheid bestand maken tegen de eeuwen. Prachtig versierde relikwiehouders, ook klein, zorgen ervoor dat de heiligheid indrukwekkend is, inspireert, en portable is. Voor als de Engelsen met brandbommen komen bijvoorbeeld. Ha, ja, ik ben niet van de leuke voorbeelden geloof ik. Maar wel toepasselijk, want ook in Essen moet je kilometers lopen om een gebouw ouder dan 1945 te vinden. 
Zeche Zollverein was gebouwd om 50 jaar rendabel te zijn en dan in te storten. Het uitroepen van de Unesco-status is lastig: elk gebouw moet nu eigenlijk opnieuw gebouwd worden. 
Museum Folkwang kwam als toetje. Ook een tempel. Een hele strenge, met dank aan Jan Schoonhoven en Andreas Gursky. 
Binnen het uur ben je van dat museum in het bos. Heerlijk. 

Hünxe (5 maart): een arm dorp, naamgever van de Raststätte aan de autobahn.


Lange boswegen op weg naar Bottrop. Pijn aan mn linkerscheen (verdween de volgende dag)

Met mijnbouw-restmateriaal zijn er 100 bergen gemaakt hier. Halde Haniel heet deze.

Baskische kunst op de ‘kraterrand’

Even de clichees bevestigen hoor: Bochum.

Het theater in de krater, beoogd stuntkampeerplek.

Toch een ander plekje, met even IJslands uitzicht.

Schotland schaal 1:10

Altijd de witte X, goed opletten welke.

Car of the day, voor JP

Canary in a coalmine.

Decadent gegeten. Wegens vertraagde espresso kreeg ik dit (ik citeer tutje 1) “Riesenstuck Brownie”

Trappenhuis Ruhrmuseum

In een naburig gebouw kunnen 3000 mijnwerkers zich gelijktijdig wassen.

Wandervogel!

Roltrap Ruhrmuseum

Toen: wagentjes keren (80dB) en kolen met de hand sorteren (teveel stof om iets goed te bekijken)

Neem de rondleiding. Voert naar de ingewanden van de fabriek. Eng!

Transportband naar de cokes-fabriek.

Alle spoorwegen zijn nu voetpaden.

De gids had hulp van prima animaties, geprojecteerd op de machines.

Kolenzeef (doorsnee 7 m)

Kokerei, zijn ze aan het behouden.

Kokerei, voor cokes waar je het puurste staal mee kunt maken.

Zollverein Schacht 12, icoon van het Ruhrgebied.

Wist-je-datjes ongesorteerd

 

  • Rond zonsopgang (7.15) aan de wandel is het fijnst. Kan ik bij het opstaan zonder licht.
  • Ik loop voor de lunch 20-25km, dan lekker zitten eten, en dan nog wat. Loop op bospad of weg 6km per uur, waarmee ik ieder uur 5 km afleg, want ik zie ook nog van alles waarvoor ik stop.
  • Ik zag gisteren mijn eerste zwarte specht. Hoera voor de hardste roffel around.
  • Ik zie dagelijks reeën, een havik of een zilverreiger. Vier soorten mezen is niet ongewoon, plus boomklever en -kruiper en veel vinken.
  • Ik neem onderweg een thermos thee mee (0,5 l), en sjouw nooit water. Behalve einde dag 2 liter voor avondeten en ontbijt.
  • Groentesap graag!
  • De uitrusting klopt, de rugzak voelt heerlijk licht (met thee en wat eten meestal onder de 8 kg denk ik)
  • De tent van Henry Shires is nog beter dan de andere die ik van hem heb: de ventilatie is zo goed dat ik zelfs bij -3 weinig condens heb. Knap!
  • Je kunt de tent inderdaad in 1:30 goed strak opzetten.
  • Ik eet pap s ochtends, en veel thee. Warm op pad.
  • Natte tent afbreken zonder handschoenen, anders zijn die meteen nat.
  • Na aankomst eerst eten opzetten, dan loopsokken uit, Gewohl voor de voeten en Weleda olie op de kuiten masseren.
  • Pijntjes? Ja, maar nooit alarmerend lang op dezelfde plek.
  • Wildkamperen kan goed hier.
  • Pension of Hotel (nu de tweede): moet wel eens een keer, maar liever niet. Duur, warm, veel minder prettig dan tent. In de stad wel handig natuurlijk, vooral in deze tijd, je hoeft niet te boeken.
  • Nog geen muziek geluisterd.
  • Nog niet getekend of geschilderd.
  • Maar: de periode waar ik me voorheen een plan bij had bedacht, is voorbij. Nu begint het maagdelijke gedeelte. Iedere dag kijken waar ook alweer heen.
  • Tot slot:

Duits

Schwerpunktbücherei
Abschleppdienst
Schilfdickichts (rietland)
Heilpädagogin
Justizvollzuganstalt
Leergutautomat
Müllumladeanlage
Paragrafendschungel (papierwinkel)
Klarschlämmenterdungsanlage
Änderungsschneiderei (kleren verstellen)

Juist in een ‘gat’ kun je heel radicaal doen.

Slaapkamer!

Vochtig, heel vochtig.

Je kunt het beste vantevoren naar de website gaan, tracks downloaden en een kaartje printen. Sufferds. Dan is het toch geen struinpad?? Dus zet er voortaan in elk geval bij waar het heengaat, dan kan ik bedenken of het in mijn route past.

Leuk! Weer een clubje die een stickertje plakt…

Hier zie je hoeveel de track die ik meeheb (blauwe lijntje) verschilt van de werkelijkheid. Die is vooral veel langer.

Kijk, zo hoort het. Gekocht in de molen van Xanten.

Handwasje

De Tijd

De tijd om te gaan kwam vanzelf. Je zei ‘ik wil naar Rome lopen’ en iedereen zei wat leuk, je bent gek of hoe doe je dat dan. En toen kocht je spulletjes, je lulde wat over hoe het zou gaan want het duurde toch nog 6 maanden. Maar de tijd, die tikte rustig verder, hij bedoelde er niets mee. Zo kwam, niet onverwacht maar toch als een schok, de dag van vertrek. Een vreselijk gevoel om de kinderen en Marjolein zo thuis achter te laten. Maar ook enorme, enorme zin om het hele f*cking gedoe te slim af te zijn, en in het babyleventje van de lange afstandswandelaar te stappen: opstaan, bordje pap, lopen, vogeltje, kerkje, lopen, eten, lopen, tentje op, slapen ( x 100).

Als alles hier thuis maar gezond en heel blijft, maak je over mij maar geen zorgen.

IMG_2068-0.JPG