De vrije vogels

Ik liep door Bevagna, een kleine plaats, gezellig, maar waarom liep mijn route hierlangs? Na even zoeken vond ik het: Franciscus preekte tot de vogels hier. Ik wist al: elk bijzonder persoon wordt door de RK kerk ingelijfd via een heiligverklaring. Een wat parasitair trekje met het positieve effect dat we ons die persoon en zijn/haar invloed blijven herinneren. Via Franciscus overschrijdt de kerk de grens tussen de soorten. De vogels, zo wil het verhaal, luisterden ademloos naar de preek en zongen Gods lof. Ik vind het brutaal, een andere diersoort inzetten ter meerdere eer en glorie van jouw God. Franciscus wordt er een aaibare heilige van, waar veel Duitse pelgrims mee komen dwepen. De natuur als het enige Goede, met viespeuk Mens daar tegenover. Brrr. En wat een serieusheid walmt er van die pelgrims af! Neem een aperitief en ga billen kijken männer, dat zal opluchten. Lach eens! De vrouwelijke pelgrims zijn zoals ik al eerder schreef, een stuk ontspannener en beter gehumeurd.
De afgelopen dagen ging het over Monte Subasio, in de hitte door de vlakte naar Spoleto, over Monte Fionchi naar Ferentillo en vanaf daar weer over een berg naar Poggio Bustone. Ik schrijf dit in Rieti. De route is lekker pittig, soms puzzelen en vaak erg mooi en slim gekozen. Als altijd word ik blij van vogels, hieronder een paar te zien. Vogel-van-de-week is de roodpootvalk, met een groot verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. In Nederland zie je veel meer, vooral roofvogels. De reden is heel simpel: er zijn hier 800.000 jagers die volgens de laagste schatting 100.000.000 vogels schieten. Erg onfranciscaans.

De hop. Daar word ik vrolijk van, het lijkt een schelm, laat zich graag zien, met zn uitbundige veren.

 

De wielewaal. Je hoort hem doorlopend, een welluidende riedel, maar je ziet hem zelden, ook niet als je lang blijft speuren. Knalgeel, maar dat schuilhouden en dat zwarte masker maken hem streng.

 

Op Monte Subasio wemelde het ervan. Ik wist niet dat dat kon, valken in groepen. En ook nog verschillende kleuren! Dank aan Ed van Zoonen, de fotograaf.

 

Het vrouwtje is licht van onder, en bruin, het mannetje donker en mooi leigrijs van boven. ik was in de war! Op 21 mei zag ik ze weer.

 

De top van Monte Subasio. Vrije Paarden! 

 

Monte Subiaso: raadselachtige kuil. Bij navraag: een kalkdoline, een gat veroorzaakt door het oplossen van kalk.

 

Spello, 18 mei. Super gegeten met super wijn.

 

Spello en Monte Subasio.

 

Bij Bevagna. Men bouwt graag losstaande ‘daken’, waar dan van alles onder staat.

 

Bevagna, 18 mei

 

Lollig. Twee mannen lachten me een beetje uit toen ik een kampeerplek vroeg. ‘Je kunt hier overal wel staan, maakt niet uit, het is van niemand en niemand zegt er wat van’

 

Montefalco is een merk. Wijn en olie.

 

Soms wil het in beeld brengen van het contact tussen mens en goddelijkheid ontaarden in bizarre special effects. Kitsch ook.

 

Santa Maria Delle Stelle

 

Broodje in hete vlakte, tomaten zelf toevoegen. De lolligste gebeurtenis: ik lig dwars over een karrenspoor te slapen, en word wakker van een jonge man op een brommertje die er langs wil. We praten. Het is een Albanese metselaar, pas getrouwd, onderweg naar een klus. Fijne ontmoeting, die je niet zou verzinnen.

 

Spoleto, werelderfgoed. Ik at mn broodje in een vies parkje tussen flats. De natuur van Franciscus is namelijk niet voor iedereen toegankelijk.

 

Boog van Drusus, Spoleto. Verderop Bar dei Artisti, waar de barman lekkere drankjes maakt en de bediening doet denken aan het meisje waar Bertus Aafjes zijn hart aan verloor onderweg.

 

20 mei, de ochtendklim boven Spoleto

 

De engste, maar bemoedigende, gebeurtenis: ik kies een route over Monte Fionchi, om weer eens een top mee te pikken. Ik zie een pittoreske schaapskudde. Helaas ligt er zo’n grote vuilwitte hond naast. Erger: als ik naderbij kom, komen er op de eerste blaf nog twee grote witte en een kleinere zwarte de hoek om sjezen. Geen herder. De grootste hond komt heel dichtbij, met angstwekkende grom en opgetrokken lip. Ik blijf staan en zeg ‘kom maar even snuffelen’. Daarna vertel ik waar ik heen wil. Uiteindelijk zeg ik ‘ga terug naar je kudde’, iemand imiterend die niet bang is voor honden. Het werkt, vooral het bezwerende ‘goedzo’ als de hond aanstalten maakt. Dat de hond dit pikt kan maar een ding betekenen: ik ben m’n angst voor honden kwijt. Als ze opgevoed zijn tenminste.

 

De top van Monte Fionchi, leuk extraatje, koud genoeg voor muts en jas.

 

Eveneens buiten de route: het eremo Giovanni Battista.

 

Ferentillo, 20 mei. Soms kom je helemaal in de verkeerde tent terecht. Niet voor de eerste keer wordt de rekening voor primi, secundo, dolce, vino, acqua en caffè naar beneden afgerond. Dat lijkt gul maar is zwart.

 

18 mei, Eremo dei Carceri. Bidbankje, met het gezicht naar de muur bidden.

 

20 mei. Soms is water een probleem en moet ik doorlopen tot ik het vind. Nu was een bron al gevonden, maar duurde het een uur te lang voor ik een vlakke plek vond.

 

Leuk stel Nederlandse wandelaars ontmoet bij Don Bosco. Vooral de vrouw is vrolijk. Wel sjouwen ze vele liters water terwijl er echt wel water is onderweg. Voor de zekerheid, zegt ze. Zekerheid weegt.

 

Krijt.

 

Waterbak gevonden langs het pad, maar als ik de vlotter naar beneden druk komt er niks. Aha, onder het luik zit de hoofdkraan, die moet eerst open. (en later weer dicht natuurlijk)

 

Hotel Villa Tizzi in Poggio Bustone. Familiebedrijf, alles zo hartelijk en gul. Maar de dochter wil er volgens mij niet mee door: de google marker staat verkeerd, niet op booming.com, niet op tripadvisor. En ik ben de enige gast. De vader bedient en is lollig: hij vraagt hoe ik de spaghetti bij het ontbijt wil hebben, carbonara of alla matriciana, ook om mijn italiaans te testen.

 

6 reacties op “De vrije vogels

  1. Hoi Klaas,
    Is die kuil niet een kleine vulkaankrater? Zag een keer net zo’n kuil in Auckland.
    Anders moet het een kalkdoline zijn.
    Mooie verhalen en mooie foto’s.

  2. Hallo Klaas,

    Leuk om je te volgen op je tocht. Regelmatig zoek ik op Google Maps op waar je bent. Je raadselachtige kuil deed mijn fysisch-geografische hart sneller kloppen. Ik denk dat het iets te maken heeft met de vulkanische activiteit van dit gebied. In de Eifel, waar we eind april fietsten, hebben we ook dergelijke kuilen gezien. Daar staat er ook dikwijls water in, en heten het maren. Het zijn in feite een soort bomkraters, gevormd door explosies van vulkanisch materiaal en waterdamp. In dit artikel wordt er iets over gezegd: http://www.researchgate.net/profile/Andrea_Taramelli/publication/228395058_The_main_Geomorphosites_in_Umbria/links/0fcfd5084edeb7e6d9000000.pdf.

    Veel plezier op het laatste stuk van je tocht,

    Groet,
    Clarion

  3. Prachtig en heldhaftig! Leuk die foto’ s van die fitte pelgrim.

  4. Haha, oei. Ik heb net het antwoord van een andere meelezer omarmd: een kalkdoline. 100% kalk deze bergen, geen vulkanisch gesteente gezien… Maar professor Pim mag ook nog een duit in het zakje doen.

Reacties zijn gesloten.