1000 kilometer trouw

Hoogtepunt deze week: de Madonna van Stuppach, van Matthias Grünewald, 1519. Ik ben ervoor ‘omgelopen’, net als proto-pelgrim Herman Post in 1989. Het overdonderende, rare schilderij heeft een Wikipedia-pagina, en een eigen website, dus zoek m even op! Eén weetje: het is geschilderd met verf uit kwark, kalkwater en gemalen halfedelstenen en plantensappen. Dat verklaart waarom Maria zo straalt en het schilderij zo kleurig overkomt. Die verf is heel kleurecht en na 500 jaar nog prachtig. 

Tweede thema: trouw. Ik ben een opportunist qua route, iedere dag een andere Wanderweg, maar wel erg trouw aan de route als groter geheel. Ik zal nóoit de trein pakken (oei, wacht maar). Dat is ontrouw. Je laat dan je verwachtingen, aan welke de tocht qua schoonheid of tempo kennelijk niet voldoet, de baas zijn over je vermogen om te ondergaan. Als bij een nurkse vakantieganger die precies de foto’s in het gidsje wil zien. Wat het is met trouw: wil je korte termijn genot, verlichting van een taak, door vals te spelen; of wil je weten wat écht volhouden je gaat brengen? En waar trek je de lijn, ben je trouw in de geest, of naar de letter?
Praktijk: na de Madonna is teruglopen naar de Panoramaweg Taubertal niet logisch. Dus ik trok een rechte lijn van Stuppach naar Rothenburg ob der Tauber. Bleek een leeg stuk, met veel akkers en piepkleine dorpjes waar je niks kunt kopen. Ik dacht dus zondag zonder eten 30 km in regen en wind te moeten lopen. Zou ik zo’n stuk overslaan, dan zou ik niet weten dat halverwege, in het boeren-tienhuizen Spielbach, waar ik even de route checkte, mij het volgende overkwam. Uit een vuilige boerderij klonk vrolijk geroezemoes. Was het droog geweest, was ik doorgelopen. Maar nu trad ik binnen… In een tjokvolle voorkamer vol etende Schwaben. Ik vroeg aan de dichtstbijzijnde: ist es hier ein Gästehaus? (Geen bord buiten, niks) Und gibt es Mittagessen? Ik werd bij de enorme kachel gezet tegenover iemand, en kreeg bier en Sauerbraten. Absoluut oma-eten in de boerderij van mijn grootouders anno 1975. Vla in je schoongelikte aardappelbord. 
Er verscheen een heel knokig dametje in een schort, met een geldkistje. Wilde je betalen, moest je op audiëntie. Kraakheldere ogen. En geen poespas: eerst vertellen waar je vandaan komt, je bent echt helemaal niet van hier hè, en wat je hier brengt. 

Wat me in Spielbach bracht? Trouw. 

 

Panoramaweg Taubertal: veel akkers, maar wel hele lekkere. Veel roder dan op de foto.

  

Kloster Bronnbach. Mooi, maar met een commercieel tintje. Of deed deze onvrome automobiel me dat denken?

  

Wat maakt de meeste indruk? Oude beelden vol kracht en hoop en geloof. Ik raak ze aan.

  

Moet ook gebeuren, aangebrande pan schrobben. Marijke, dank voor t nieuwe sponsje!

  

Gamburg, reclamefoto voor m’n pension. Wat ik hier At? Hou je vast. Twee sneden Duits brood besmeerd met saus, daarop een laag knapperige uitjes, daarop een overhangende schnitzel (vers), daarop twee spiegeleieren, en daarop dan nog vier repen gebakken spek. Vraagt de waard of ik er een bord bratkartoffeln bij wil.

  

Burcht, Gamburg. Mooi gelegen dorpje.

  

Heel fijn als oudere mannen zo gelukkig zijn. En ze wisten waar ik heen ging, want Noud Maas was 4 jaar eerder ook al langs hun bankje gekomen.

  

Jongens! Kappen nou!

  

En dan zoek je de tekst maar op. Onbenullige tekst, maar zo ambigu, en vilein gezongen.

  

Ik ging de Tauber van dichtbij bekijken, nét toen hij helemaal niet lieblich was.

  

Aha. Net als thuis komen de ambachtelijke bakwaren gewoon uit een fabriekje!

  

Je ziet de tent net, twee meter het bos in.

  

… hij staat óp het pad, een pad heeft namelijk een vorm waar je goed in ligt.

  

Misschien zie je het niet, maar hier gaat het om in deze buurt: de vanzelfsprekendheid waarmee weggetjes en akkers zich voegen naar de anatomie van de heuvels. Genieten!

  

Zaterdagochtend, Bad Mergentheim. Een leuk verzetje: even de straat blauw zetten met de tractor.

  

Rollen hooi. Als dit opzet is, dan is het kunst. Dat spleetje.

  

Nog drie uur wachten voor de glazen wand opengaat. De Madonna van Stuppach heeft status: een eigen website, een eigen kapel, een eigen Führerin, die om half twee aan mij verschijnt.

  

De pelgrim weer diep geroerd. Nog nooit zoveel symboliek en verwijzingen op 1 doek gezien, denk ik.

  

Eindelijk behoorlijke kaas gevonden. De Duitse ‘algemene kaas’ is hopeloos.

  

Wéér vergeten een foto van de kampeerplek te maken. Gelukkig regende het vannacht.

  

Van Stuppach recht naar Rothenburg vraagt wat van de wandelaar. Leeg, nat en winderig.

  

Pauze in door wind schuddende jachtkansel. Wat bouwen ze daar toch een fijne bankjes in.

  

Is dit een Gástehaus? (zie tekst)

 

Pelgrim zonder Gebod

Afbeelding

De afgelopen dagen was ik volgzaam. De Vier Länder Weg was mijn route van Worms naar Wertheim door het Odenwald.  Ongewoon, want ik maak er vaak een punt van me niet te laten leiden door voorgeschreven routes, of gidsjes. Is dat iets van mijn generatie, die met de probleemloze nieuwbouwwijk-jeugd waarin alles vanzelf ging? ‘Moeten’, daar krijgen we jeuk van. Een docent kijkt wel uit, die zegt nooit ‘je moet’, maar iets als ‘je doet het voor jezelf’. Maar helemaal geen enkele instructie accepteren (iets ‘vertikken’), dat zet je buitenspel. Een volkomen vrije wandeling gaat niet. 


Er zijn ook mensen die geen instructies accepteren, waarvan het gepikt wordt: kunstenaars, visionairen. Die hebben een allesoverstemmende drive van binnenuit, geen geboden nodig. Hij of zij móet iets. Er is focus, en toewijding. Soms is die zo sterk, dat ie van Boven lijkt te komen. Men kijkt ademloos toe en vergeeft hem alle dwarsheid. Een heilige? 
De gewone sterveling is veroordeeld tot een moeizaam zoeken naar aandrijving, of tot het volgen van bordjes. 

Een man zei tegen me: “jij kan dit omdat je verbonden bent. Daarom kan je goed alleen zijn.” Mijn vrouw zei “je ziet er heel anders uit, open”. Het gaat de goede kant op. Een tevreden wandelaar, er valt geen onvertogen woord onderweg. Dat komt omdat er niks moet, ben ik bang ;-)

Worms blijft me bij als ‘rommelig’. Er is ook een t-shirt met I Love Worms.

  

Duitsers, zeggen ze tegen mij, worden dol van hun eigen Ordnung. Dit is in Bobstadt (geen grapje), de Frankensteinstraat (geen grapje). Overdag geen mens buiten, logischerwijs.

  

Ongelooflijke mazzel: de architectuur/kunst-pelgrim stuit op een gesloten Königshalle, Kloster Lorsch, maar de opgravers geven hem een rondleiding!

  

Schrijfster van een boek over deze plek legde me uit: er zijn 9e eeuwse tekeningen en 14e eeuwse overschilderingen. Geeft mij het gevoel dat de tijd zich eindeloos uitstrekt.

  

Kloster Lorsch, wat een parel! (alle wandelroutes slaan m over!!!)

  

Een Borussia Dortmund-boerderij, zo zuidelijk ben ik dus nog niet.

  

Geen toeval: de plek Teufelstein die ik uitzocht bleek een monument voor gevallen leden van wandelvereniging Odenwald Klub.

  

Hout stapelen, dát kunnen ze hier.

  

Eindelijk een havik gezien, en een sperwer, en deze plukplaats. ik vreesde steeds: waar jagers zijn, zijn geen haviken. dat is de regel.

  

Reichelsheim, circus en Schloss

 

Ik wilde Schloss Reichelsberg bezoeken, maar liet me weerhouden door dit alarmerende bord. Het geloof accepteert de teruggang niet!

Deze streek heeft iets met chocoladehazen. Hier wordt een originele Beerfurther Hasenform aangeboden.

  

Tjeeminee. Frikadellenweck. Met scherpe saus!

  

Onthullend: als je een Basilika bouwt, MOET je relikwieen regelen, anders komt er niemand. Geloven vraagt meer dan alleen een kerk en geboden, er moet ook gezag ontleend worden aan iets. Materieel bewijs. Hier in Michelstadt mislukte dat, en dus staat de basiliek er onveranderd bij sinds 815!!

  

Zwembad, Michelstadt. Hier had ik moeten gaan kamperen.

  

Jachtkansel, mobiel, met bemoste gordijntjes.

  

Geen toproute, de Vierländerweg. Lievelingsplek: Streuobstwiese met houtstapels.

  

Uitgenodigd aan tafel door leuk beiers stel. Sublieme Bratwurst. Miltenberg.

  

Overal blokken steen waarmee men iets wilde. Deze heeft een cirkel van 75 cm, moest een zuil worden.

  

Kampeerplekje, Wanneberg.

  

Donderdag, bosbouwdag. Langdradig.

  

Sommige van die jachtstoelen zitten dus heel lekker!

  

Landschap op sigarettenautomaat.

 

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

 

 

 

 

 

 

 

 

Staartje

De WordPress app is wat weerspannig. Het staartje van de Rheinsteig en aansluitend de Rheinterrassenweg naar Worms stop ik even in deze post, vanuit de bieb van Bensheim. 

Worms vind ik wat tegenvallen. De US Air Force was here, dus geen mooi stadshart, maar een optelsom van oud, herbouwd oud, ge-herinterpreteerd oud, na-oorlogs en echt nieuw. 
In het Nibelungenmuseum beklaagde de schrijver van het Nibelungenlied zich in de audiotour over iets soortgelijks. Dat Wagner zijn verhaal met de IJslandse Edda had gemengd, dat Fritz Lang er een film van had gemaakt die de Duitsers weer wat zelfvertrouwen moest geven na WO1, dat Hitler zijn Siegfried had misbruikt en dat Hollywood deed wat het wilde met draak, goud, ring, vloek, zwaard, onzichtbaarheidsmantel en helden.
Ach, ik kende de Nibelungen alleen van Suske en Wiske’s ‘Ringelingschat’, met Bikfried als de held. Twee middelbareschoolvrienden gaven zelfs een tijdschrift uit over Siegfried. 

Boodschap: mensen zoeken verhalen. Vinden ze die, dan rommelen ze ermee tot ze in hun straatje passen. 

Met zus Marijke op weg naar Mainz. Bij elke stopplaats word je aan je jasje getrokken over wijn.

  

Slot Biebrich, Wiesbaden

  

Voor het contrast wat kleurrijke industrie.

  

Prachtig weer, lekker eten en wijn bij Pomp, Mainz

  

De Dom van Mainz heeft 92 graven en gedenkstenen, maar geen rondleiding deze keer.

  

Mainz uit, en al na een uur een schat gevonden, dankzij mijn vrije route. Prachtige opgraving can Romeinse graven-straat in kantorenwijk.

  

Op de navigatie zie je goed hoe de Rheinterrassenweg loopt: op of langs de wijnhelling, die doorsneden wordt door evenwijdige weggetjes.

  

‘Rotliegend’ heet de wijn die bij Oppenheim boven de Rijn op zandsteen groeit.

  

Ontbijtinnovatie. In Schotland gebruikte ik altijd melkpoeder om de havermout te maken zoals thuis. Hebben ze hier niet. Eerst gecondenseerde melk geprobeerd, daarna slagroom en hierboven kookroom. Werkt! Ook bosbessen.

  

Bron, op de kaart ontdekt, blijkt middeleeuws én met mooi kampeerveldje erbij.

  

Holle weg in dikke laag Löss,

  

Aan de noordelijke horizon het financiële hart van Europa, Frankfurt.

  

Worms zit raar in elkaar.

  

… met hier en daar een mooi stukje.

 

Überregionale Premiumwanderweg

Ik kan het niet laten, nog een ronkende Duitse titel. Het wandelpad in kwestie is de Rheinsteig, rechtsrheinisch in mijn geval. En Premium is-ie. Ik kan de zaak met 1 zin samenvatten: het cultuurlandschap is op elke schaal boeiend. Zie de foto’s.

Eigenwijze Pelgrim Klaas had de Eiffel overgeslagen en moest dus hier op de steile hellingen zijn klimspieren kweken. Toen er op dinsdag en woensdag bakkende zon bijkwam (diezelfde die voor de heerlijke wijn zorgt) werd het wel even pittig. Vier nachten kamperen in bos en op heuvel is heerlijk. Op zondag sprak ik met mijn zus af dat ik donderdag in Martinsthal zou zijn. De hanenpoten-tracks op mijn telefoon zeiden dat dat 120 km was. Ik begon dus net een rustdag van 21 km naar Braubach. Later daagde het mij dat de afstand eerder 130 leek te zijn, ook met een paar afsnijdingen. 

Zo’n pad, onderhouden, bewegwijzerd en gedocumenteerd, kost geld. Dat wordt betaald door ‘partners’. Hotels, wijnboeren en gemeentes. Iedereen roept dat ie erbij hoort. Zo krijg je ook wat nadelen kado: veel commerciële uitingen onderweg, en een route die het soms wat te bont maakt bij het aaneenrijgen van álle dorpjes en uitzichtpunten. Gelukkig ben ik een vrije vogel, en kon ik de Rheinsteig soms eens laten voor wat ie was en even boven op de akkers blijven, waar de rode wouw heerste. 

Donderdag in Martinstal met zus en zwager lekkere wijn gedronken en bijpassend gegeten. Vandaag (vrijdag 20 maart) met m’n zus naar Mainz gelopen. Een buitengewoon genoeglijk dagje, door zonovergoten wijngaarden, stadsrand en industrie, met een riante lunch als slot. Fijne stad, Mainz. 

Bad Ems werd bezocht door koningen, de keizer en de tsarina. Onderdrukkers van toen die tegenwoordig leuke cafénamen opleveren.

Nou moet je ophouden!

Geinig: lokaal mini wandelingetje over Freiherr von Stein, in Frücht.

Fritz-Eck, de bruinste kroeg van Braubach uit 1597. Stugge waardin vult wel de waterflessen.

Mensen willen allemaal hetzelfde

een temperatuurinversie verandert de Rijn in een Nevelrivier.

We zijn in het zuiden: veel meer wegkruizen en kapelletjes.

Maria heeft mij geholpen! Mij nog meer!

De Rheinsteig stijgt! bovengekomen moest ik terug, de burcht waar het pad doorheen loopt was nog gesloten.

Burg Maus: schi-te-ren-de droogstenen muren.

Gezellig, drie studenten met kampvuur.

Rijke begroeiing, hagedissen, veel gorzen en allemaal planten die ik niet ken.

Steil naar benee naar Kaub, waar de weinstubes dicht zijn …

… maar Benno’s biker-tent open, ook voor voetgangers. Warme sfeer.

De zon, wel boven de heuvel, niet boven het bos.

De hoek om, oostwaarts naar Mainz. Het Rijndal is hier weer wijds.

7u ochtend. Abdijkerk van Sint Hildegard. Geraakt, en mis bijgewoond.

Schloss Johannisberg, de parel hier. Thomas Jefferson was hier in 1778.

Wijn en chemie, lastig. Maar dit zijn geurstoffen van BASF om motjes in de war te brengen.

Eerste ijs. Makkelijk warm genoeg voor.

Winterreise

Wat een sensatie. Ik zie alles, en alles klit aan elkaar tot een waterval van gedachten en beelden. Heerlijk. 
Lees de bijschriften maar. Hieronder het resultaat van wat gedenk. Pelgrimeren is beschouwen, en terugvliegen door je leven. Je krijgt in je dromen bezoek van de raarste tantes en buren, en van Bill Clinton. 
Ojee, ojee ons romantische wereldbeeld. Waarin we unieke individuen zijn die op zoek moeten naar ware liefde en geluk. Dat beeld levert een hoop ellende op. Al die zoekende lui. Met betrekking op mijn route: ook landen gingen zichzelf uniek vinden, en bedachten allerlei redenen waarom ze zo speciaal waren (Storytelling heet dat nu, kijk uit). Sterven voor het vaderland was een tijd erg in de mode. 
Mijnwerkers, steenkoolbranders, soldaten, wat een lijden kom ik tegen. Die benaming ‘soldaat flierefluiter’ die ik verzon, daar kun je ‘soldaat’ wel van schrappen. Vijf minuten koude vingers van het ont-ijzen van mijn tent, dat maakt je geen soldaat. Het woord ‘ontberingen’ mag een pelgrim zoals ik niet gebruiken. Denk toch aan alle jongens en meisjes die zónder tent in de kou wakker worden, zónder eten, onder vijandelijk vuur of met weer een dag in een mijn voor de boeg. En die ‘wandelen’ helemaal niet kennen. 
Mijn generatie kan zich dat lijden niet voorstellen, en het ook niet meemaken. En we moeten het ook niet wíllen meemaken, want dat het lijden ons zou louteren en een beter mens zou maken, was dat niet één van die hardnekkige verhaaltjes uit de romantiek?

citymarketing: met het gebeente van de drie koningen in je Dom, wint de stad aanzien en macht.

Duidelijk ontaarde kunst, verbranden dus, vonden de nazi’s. Ludwig Haubrich ging ertegenin en bleef verzamelen. Museum Ludwig, Keulen.

Dit was alles wat ik van het Romeinenmuseum heb gezien. Roemenen.

Keulen kan er enorm zuidelijk uitzien. Pantaleon Basilika, 9e eeuws.

‘Wat doe je nu?'; ‘Ik eet yoghurt bij een aspergeveld’. Dat is niet gek, veel gekker is dat ik zonder hond loop.

Gribusplek. Je ziet mijn warmte, en het ijs dat ik afschudde.

Ook industrie kan romantisch zijn. Dat hebben ze liever.

Nieuwe muts. Grote verbetering. (Je ziet dat ik zonder jas loop, na nachtvorst is het al om 10u warm genoeg. )

Serveerster vind dat de tent wel over een bank kan drogen. Witte wijn op komst

Bad Godesberg. Villa van de toenmalige Britse gezant. veel villa’s, mausoleums, internationale school in dit Wassenaar van Bonn.

Drachenfels met aak.

Mooi winterweer aan de Rijnoever.

Nou ja! Kom ik toch lievelingskunstenaar Hamish Fulton’s werk tegen. Hij liep 2838 km als kunstwerk. Hij schreef me een kaart, dat hij niet begreep dat ik zijn catalogi wilde vormgeven. Hij had gelijk en ik moet die kaart terugvinden.

Goed nieuws: de veerboten die de Rijnoevers bedienen, worden lokaal gebouwd.

Mooie verhalen genoeg over de Brug bij Remagen. Maar het was gewoon een slachtpartij natuurlijk. Trap er niet in, oorlogsverhaaltjes.

Linz en de aalscholvers vanaf de brug over de monding van de Ahr.

De Fluxus-beweging zou dit ‘ongeregisseerde choreografie voor burcht, aak, man en machine noemen. Maar zoveel dingen zijn onbedoeld.

De eerste wijn, en de Rheinsteig.

Om 3 uur al gestopt, op deze Streu-obstwiese. Dat bordje rechtsboven duidt Romeinse Wachttoren 1/7 aan.

Zuinig met water: bouillonblokje bij de pasta, dan kun je het afgietwater opdrinken.

Vooroordelen aan de kant! Deze man is vegetariër, luistert dubstep, en gaat NIET naar Thailand op vakantie.



Je wijkje steekt wat lullig af tegen de superstrakke Romeinse militaire gebouwen.

Mensen móeten weten wat ik kom doen in hun lievelingsbos.



Heel interessant: een wachttoren-reconstructie uit 1912. Toen wilden ze graag denken dat de Romeinen het Germaanse vakwerk navolgden. = verbind je volk met een groots Rijk, dat voelt goed.

Donkere kookplek, lichte lichaamswarmte

Hee, geen zon!

Zo maak je het heel makkelijk om het Duitse Woud als eindoverwinnaar af te schilderen. Castellum en wachttoren.

Ze hebben hier hele luie bankjes voor na een stijve klim.

Auf eigene Gefahr!

Wildkamperen, fantastisch op een Schotse berg. Maar wat een gedoe in een Ruhrgebied-Stadtwald! Zou je nou niet eens stoppen met verstoppen? Dan kun je ook een beleefd bezoeker zijn. Dat is wat waard in het gehoorzame Duitsland, dat stikt van de zeer dwingende bordjes. Vooral ‘auf eigene Gefahr’ is populair. Daarmee maak je elke activiteit tot een waagstuk. 

Toen ik dus zaterdagmiddag bij dalende zon zag dat het Wald een Naturschutzgebiet was, met uitdrukkelijk verbod, niet alleen op kamperen (zelten) maar ook op mijn smoeswoord bivakkeren (lagern) moest ik overstag.
Een stapje het bos uit en daar is het vervallen boerderijtje met weitje al. Tierärztin Antje vond het meteen goed, een beetje um die Ecke. 
Zondag eindigde de loop in het Stadtwald Hilden. Heel fijn bos, vergeven van de joggers. Ook hier: aan de rand een groot huis, waar Uwe opendoet. Achter de schuur, waar een geëlektrificeerde Jaguar E-type in staat, is wel plek. En gebruik ook het monteurstoilet maar. 
Een stapje verder nog: om 3 uur geen water meer inslaan maar er op vertrouwen dat je dat op de kampeerplek wel krijgt. (Jaja, maar dinsdag, tussen Keulen en Bonn, lukte het water wel last minute maar de plek niet, zodat ik op een gribusplek terecht kwam.)

Essen uit, naar Kettwig, waar het meteen retesteil werd.

.Zaterdag is iedereen aan de wandel. Men kijkt niet op van mijn rugzak of kleurige kleren, maar van de ontbrekende hond.

Boerderij, potentiële kampeerplek. Ja dat is een pauw daar in die boom.



Fijn, zo’n Wiese. Dalende maan bij zondopkomst.

Veel rivierdalletjes op zondag. Hier die van de Auger.

Zo bruin als ik word jij nooit, pretoogde de Neanderthaler.

Zeer ingenieuze vallen nagebouwd in het Neandertalmuseum, en niet slleen op schaal.

De Griek bij Stadtwald Hilden heeft een bel bij het keukenraam.

Met stromend water en wifi.

De brug waar ik over wilde. Not.

Nou wordt het echt link, een gaspijplijn! Maar ik durf dat wel hoor.

Deze boomklever is ontaard: hij klimt niet, zoals het hoort, met de kop naar beneden. Kleiber sollen immer den Kopf runter halten!

Geheimtipp: groentesap en chips.

Leverkusen: ook al geen Altstad. Dit mogen ze wel bombarderen.

Slechte timing. Het 51m hoge Bayer logo moet je bij nacht zien.

Industrie, villas, woonblokken, sportvelden, volkstuintjes, de schietvereniging , dan dit beeldenpark Stammheim en dan … de Rijn!

Samen met mij vaart het Sneker vrachtschip Euforie de stad Keulen in. Euforisch, dat ben ik!

Nog wat gevangen? ‘Frische Luft’, nou ik ook.

Avondwinkelstroom voor de foon.

Tsja, 37km, en nog 4 te gaan.

Postindustrielle Spontanvegetation

Een kathedraal is een ruimte die wat met je doet. Het is een grote, indrukwekkende ruimte, waar veel is gebeurd. Er is heiligheid. 

De gebouwen van werelderfgoed Zeche Zollverein doen ook wat met mij. Ze zijn groot, perfect van proportie, en zo zonder herrie en mijnwerkers en kolen zijn ze veranderd in een monument, een tempel voor de industrie. Tijdens de rondleiding bleek ook dat er binnen veel gebeurd is. Duizenden tonnen kolen werden zonder al te veel achting voor arbeidsomstandigheden uit de aarde getrokken en verwerkt. Kortste samenvatting: duizenden mannen stierven hier langzaam, van het stof, of snel, als ze misstapten. De gids lepelde droge feiten op, die ons ongemakkelijk deden grijnzen. 
Vanaf het dak overzagen we het terrein en de vijf steden om ons heen, die dankzij deze enorme machine in welvaart baden. Er is zelfs weer groen: Postindustrielle Spontanvegetation. 
De volgende dag liep ik het centrum van Essen in. Daar vond ik de Dom. Klein, maar al in 874 gesticht door Altfrid. Die liep naar Rome en kwam terug met relikwieën. 
De Domschatz liet even zien hoe je dat doet, heiligheid bestand maken tegen de eeuwen. Prachtig versierde relikwiehouders, ook klein, zorgen ervoor dat de heiligheid indrukwekkend is, inspireert, en portable is. Voor als de Engelsen met brandbommen komen bijvoorbeeld. Ha, ja, ik ben niet van de leuke voorbeelden geloof ik. Maar wel toepasselijk, want ook in Essen moet je kilometers lopen om een gebouw ouder dan 1945 te vinden. 
Zeche Zollverein was gebouwd om 50 jaar rendabel te zijn en dan in te storten. Het uitroepen van de Unesco-status is lastig: elk gebouw moet nu eigenlijk opnieuw gebouwd worden. 
Museum Folkwang kwam als toetje. Ook een tempel. Een hele strenge, met dank aan Jan Schoonhoven en Andreas Gursky. 
Binnen het uur ben je van dat museum in het bos. Heerlijk. 

Hünxe (5 maart): een arm dorp, naamgever van de Raststätte aan de autobahn.


Lange boswegen op weg naar Bottrop. Pijn aan mn linkerscheen (verdween de volgende dag)

Met mijnbouw-restmateriaal zijn er 100 bergen gemaakt hier. Halde Haniel heet deze.

Baskische kunst op de ‘kraterrand’

Even de clichees bevestigen hoor: Bochum.

Het theater in de krater, beoogd stuntkampeerplek.

Toch een ander plekje, met even IJslands uitzicht.

Schotland schaal 1:10

Altijd de witte X, goed opletten welke.

Car of the day, voor JP

Canary in a coalmine.

Decadent gegeten. Wegens vertraagde espresso kreeg ik dit (ik citeer tutje 1) “Riesenstuck Brownie”

Trappenhuis Ruhrmuseum

In een naburig gebouw kunnen 3000 mijnwerkers zich gelijktijdig wassen.

Wandervogel!

Roltrap Ruhrmuseum

Toen: wagentjes keren (80dB) en kolen met de hand sorteren (teveel stof om iets goed te bekijken)

Neem de rondleiding. Voert naar de ingewanden van de fabriek. Eng!

Transportband naar de cokes-fabriek.

Alle spoorwegen zijn nu voetpaden.

De gids had hulp van prima animaties, geprojecteerd op de machines.

Kolenzeef (doorsnee 7 m)

Kokerei, zijn ze aan het behouden.

Kokerei, voor cokes waar je het puurste staal mee kunt maken.

Zollverein Schacht 12, icoon van het Ruhrgebied.

Wist-je-datjes ongesorteerd

 

  • Rond zonsopgang (7.15) aan de wandel is het fijnst. Kan ik bij het opstaan zonder licht.
  • Ik loop voor de lunch 20-25km, dan lekker zitten eten, en dan nog wat. Loop op bospad of weg 6km per uur, waarmee ik ieder uur 5 km afleg, want ik zie ook nog van alles waarvoor ik stop.
  • Ik zag gisteren mijn eerste zwarte specht. Hoera voor de hardste roffel around.
  • Ik zie dagelijks reeën, een havik of een zilverreiger. Vier soorten mezen is niet ongewoon, plus boomklever en -kruiper en veel vinken.
  • Ik neem onderweg een thermos thee mee (0,5 l), en sjouw nooit water. Behalve einde dag 2 liter voor avondeten en ontbijt.
  • Groentesap graag!
  • De uitrusting klopt, de rugzak voelt heerlijk licht (met thee en wat eten meestal onder de 8 kg denk ik)
  • De tent van Henry Shires is nog beter dan de andere die ik van hem heb: de ventilatie is zo goed dat ik zelfs bij -3 weinig condens heb. Knap!
  • Je kunt de tent inderdaad in 1:30 goed strak opzetten.
  • Ik eet pap s ochtends, en veel thee. Warm op pad.
  • Natte tent afbreken zonder handschoenen, anders zijn die meteen nat.
  • Na aankomst eerst eten opzetten, dan loopsokken uit, Gewohl voor de voeten en Weleda olie op de kuiten masseren.
  • Pijntjes? Ja, maar nooit alarmerend lang op dezelfde plek.
  • Wildkamperen kan goed hier.
  • Pension of Hotel (nu de tweede): moet wel eens een keer, maar liever niet. Duur, warm, veel minder prettig dan tent. In de stad wel handig natuurlijk, vooral in deze tijd, je hoeft niet te boeken.
  • Nog geen muziek geluisterd.
  • Nog niet getekend of geschilderd.
  • Maar: de periode waar ik me voorheen een plan bij had bedacht, is voorbij. Nu begint het maagdelijke gedeelte. Iedere dag kijken waar ook alweer heen.
  • Tot slot:

Duits

Schwerpunktbücherei
Abschleppdienst
Schilfdickichts (rietland)
Heilpädagogin
Justizvollzuganstalt
Leergutautomat
Müllumladeanlage
Paragrafendschungel (papierwinkel)
Klarschlämmenterdungsanlage
Änderungsschneiderei (kleren verstellen)

Juist in een ‘gat’ kun je heel radicaal doen.

Slaapkamer!

Vochtig, heel vochtig.

Je kunt het beste vantevoren naar de website gaan, tracks downloaden en een kaartje printen. Sufferds. Dan is het toch geen struinpad?? Dus zet er voortaan in elk geval bij waar het heengaat, dan kan ik bedenken of het in mijn route past.

Leuk! Weer een clubje die een stickertje plakt…

Hier zie je hoeveel de track die ik meeheb (blauwe lijntje) verschilt van de werkelijkheid. Die is vooral veel langer.

Kijk, zo hoort het. Gekocht in de molen van Xanten.

Handwasje

Christus? Te ver weg.

Sinds ik afgelopen maandag uit Nijmegen vertrok is me weer wat meer duidelijk geworden. Dat was de bedoeling toch?

Dingen waar ik me een voorstelling van maakte pakten anders uit, en waar ik m’n neus achterna liep, werd ik verrast. Geen nieuws.

In Nijmegen vond ik de manier waarop in de kerkdienst Christus werd ingezet en aangesproken maar moeizaam. In de Nicolaikirche in Kalkar was het houtsnijwerk overdadig, maar ook al wat oud (1490). Ik liep dan ook wat routineus de St Viktor in Xanten binnen. Heel mooie altaren, heus. Ach, een crypte, laat ik die ook even binnenlopen, vast nog wat relikwieën. Oei, wat was die crypte lelijk!

Maar wat kwam hij hard binnen!

In de crypte liggen namelijk mensen begraven, die hun nek uitstaken voor wat zij de waarheid vonden. Over de kerk, en over de Nazi’s. Dat laatste overleef je niet. Ook niet als je pas 24 bent.

Gaat mijn pelgrimage dan langs mensen die ons voordoen wat het goede is? Zoals Jezus, maar dan een stuk meer recht in je gezicht, want veel korter geleden?

Een andere geweldenaar die indruk maakte was Joseph Beuys, in zijn eigen heiligdom Schloss Moyland. Zo’n figuur lijkt het dan wel speciaal tegen mij te hebben:

“Elk kunstwerk (landschap) spreekt zijn eigen taal, heeft zijn eigen verschijningsvorm. Hoe een museum (landeigenaar) het ook tentoonstelt, de mensen zijn vrij om er in te zien wat ze willen zien. Of althans, ze zullen in de toekomst daarin vrijer zijn.” Met de laatste zin deelt hij een heerlijke sneer uit naar instructieve educatie, die de mensen vertelt wat ze móeten zien.

Zo, was ik effe door elkaar geschud.

Wil je weten hoe de reis gaat, lees even de onderschriften.

het is heel zonnig in het beloofde land

Kaffee und Kuchen jeden Tag

Slecht weer op komst onderweg naar Kleve

De grafsteen van een 18-jarige.

Kleve heeft geen Altstadt.

Joseph Beuys. U heeft de vrijheid om hier iets in te zien. Of niets.

Kalkar.

Kalkar, de voormalige snelle kweekreactor, nu Kernwasser Wunderland

Piepklein voetbalclubje. Slogan: Und der Acker bebt.

Torenvalk tussen de lijntjes.

Geen kampeerplek aangedurfd, dan ga je doorlopen.

Maan boven de Rijn

Heel hedendaags, vast de citymarketing-boyz

In de molen op de stadswal van Xanten mag je helemaal omhoog, onbegeleid.

Een van de jonge martelaren in de crypte van de kerk in Xanten.

Hooligans die kunnen tekenen. Schrijven is moeilijker.

Rijnoversteek naar Wesel op de oostelijke oever

Kerk vlak buiten Wesel, relief van rustende pelgrim.

Soms maak ik een foto van een plek als de tent al afgebroken is.

Puzzelen. Gelukkig heb ik een lijntje op de kaart om te volgen.

Een Straaltje Son…

Een Ohrenwurm is Duits voor een liedje dat hardnekkig in je oor komt zitten. Ik blijk een ballad van George Michael heel goed te kennen. Careless Whisper. Ik breng grof geschut in stelling, een lied uit het kabouter-repertoire van Sprookjes Wonderland in Enkhuizen. 

Een straaltje son, een plonsje waaaater het leven is niet duurrrr, we laten het groeien we laten het bloeien, wij zijn één met de natuuuurrrr. 

Op dag 4 regent het nogal. Het eindigt op een heel modderige kampeerplek. Op de locatie die ik mij had voorgenomen, jawel. En nee, zo werkt het dus niet. De volgende avond kies ik dus de plek die me plotseling aangereikt wordt, een groene weide op een heuveltop. Veel beter. 

Gisteren, dag 6, volgde ik het Lingepad. Door Zetten, waar ze de Rock n Roll niet hebben uitgevonden (wel de regel ‘1 washandje voor onder, 1 washandje voor boven). Herman Vuijsje beweert dat een man fantasieën heeft over plunderen en brandschatten, en ja, ik wil Zetten, uit medelijden, in een rokend zwart gat doen zinken. Net op tijd verschijnt zij, smaakvol gekleed, donkere krullen. Ik roep uit ‘hee een mooie vrouw’, en ze lacht. Zetten kan gespaard blijven van mijn toorn. (Haar repliek was ‘hee een mooie man’, en dat deed me nog even twijfelen over het lot van Zetten. Terugkaatsen van complimenten is nie goed). 

Vanmorgen in Nijmegen een lege winkelstraat en klokgelui. Dus: naar de kerkdienst. Ik doe de tegenstanders van liederen vanaf CD wat argumenten voor samenzang aan de hand. Samenzang Rulez!! Het geloven in een God en die aanspreken is me nog altijd ‘n brug te ver. 

Een kerkganger zegt: “je bent wel erg gestyled voor een pelgrim!”. Klopt. Is belangrijk. 

Vochtig, vochtig.

Open 1 april…

Kasteel Amerongen

een wat minder verstopt plekje

zonsopkomst, Kwintelooijen.

Grebbeberg vanaf veer Opheusden (60 cent)

de gelagkamer van Cafe t Veerhuys, met rechts een stel lokale gitaarhelden.

Drie zetten is ‘slaap’ in een stripverhaal, vier zetten is dorpsbrede narcose. Mooi logo weer.


Molen de Vink, zwoegend, wringend, werkend als een zeilschip. Schitterend. In de dierenwinkel ernaast mijn flessen gevuld.

jahoor, ga jij maar lekker kamperen in de bongerd!

de bouwboys zijn lekker aan t hobbyen bij Nijmegen.

naar de kerk in de Stevenskerk

Leuke stad, Nijmegen!