Authentiek Holland

Een reis zo dicht bij huis kan alleen maar verrassen, want ik dacht dat ik het hier kende. Het geld van Amsterdam, van beurs, culturele sector of penose, lekt de stad uit, hiernaartoe. De kassen van Aalsmeer verhullen van alles, de jachthavens van Loosdrecht stallen van alles, de neo-gestijlde nieuwe buitens langs de Vecht brallen van alles. Maar meer zilverreigers zag ik nooit. Als ik kijk doen ze elegant met hun hagelwitte veren. Loop ik verder, dan halen ze hun eten uit de modder. Maar dan Belle van Zuylen, bij kasteel Oud Zuilen: “Het kan toch niet zo zijn dat God het wezen dat gelooft, liefheeft, en het wezen dat niet gelooft, niet?”. De projectontwikkelaars, onmisbaar als risiconemers, overspeelden hun hand met de wolkenkrabber Belle van Zuylen (180m). Die kwam er niet. Dat heb je ervan als je de naam van zo’n vrouw ijdel gebruikt. 

Nu in Utrecht. Voelt goed!

Fort Vijfhuizen, mijn voormalige werkplek

In het atelier van Marcel van Kerkvoorde. Hij tekent zijn fietsreizen achteraf, vanuit zijn geheugen, in tientallen kleine potloodschetsen



Waar de geniedijk de A4 kruist , kruist er van alles

dag2, Aalsmeer uit met slecht weer.

Amsterdam Arena door de brug over de Waver

Botshol, zonsopkomst nadert, klaar voor vertrek

Dijkverzwaring langs de Winkel



Van ons geld kochten we prullen, maar het zijn wel ónze prullen. Loosdrecht.



Kroeg Broeder Franciscus in Maarssen verkoopt lekkere uitsmijters. Franciscus daalt net als Boeddha af tot tuincentrumspiritualiteit.

in de regen is de nep-18e-eeuwse-buitenhuisstijl van de projectontwikkelaars nog banaler, lijkt het.

Franciscusdreef here we come

Weerzien! Adelaarsstraat, Bemuurde Weerd. Op welk nummer woonde ze nou, die leuke van toen? Met een glimlach zie ik mijn woonplaats van 20 jaar geleden opnieuw.



De Tijd

De tijd om te gaan kwam vanzelf. Je zei ‘ik wil naar Rome lopen’ en iedereen zei wat leuk, je bent gek of hoe doe je dat dan. En toen kocht je spulletjes, je lulde wat over hoe het zou gaan want het duurde toch nog 6 maanden. Maar de tijd, die tikte rustig verder, hij bedoelde er niets mee. Zo kwam, niet onverwacht maar toch als een schok, de dag van vertrek. Een vreselijk gevoel om de kinderen en Marjolein zo thuis achter te laten. Maar ook enorme, enorme zin om het hele f*cking gedoe te slim af te zijn, en in het babyleventje van de lange afstandswandelaar te stappen: opstaan, bordje pap, lopen, vogeltje, kerkje, lopen, eten, lopen, tentje op, slapen ( x 100).

Als alles hier thuis maar gezond en heel blijft, maak je over mij maar geen zorgen.



Route, schets

 

 

Voor de liefhebbers: deze kaart is echt een schets, zeker verderop in Duitsland niet erg nauwkeurig. Zoiets precies weten, is kletspraat. Toch kun je zien:
– dat ik door het Ruhrgebiet loop
– dat ik bij Koblenz niet de Rijn maar de Limes volg (de grens van het Romeinse Rijk)
– dat ik bij Worms de abdij van Lorsch aandoe, en bij Bad Mergentheim de Madonna van Stuppach
– dat ik na Merano westelijker wil lopen dan de Adige
– dat de route langs de fabriek van Lamborghini loopt (hahaha)
– dat ik na Bologna pas durf te zeggen of ik naar Assisi loop langs de GEA en Kees Roodenburgs Franciscaanse Voetreis…

Spullen: rocket science.

Van een bierblikje kun je een alcohol-brandertje maken. Doorknippen, wand omvouwen, gaatjes boren, klaar. Als je heel handig bent. Voor een paar tientjes doet een Amerikaan het voor je. Geen bewegende delen, een onschuldige brandstof (spiritus) die je van elke huisvrouw kunt bietsen, en het allerbeste: stil. Nee, niet stil, geluidloos.
Ik ben in 2012 overgeschakeld van een benzinebrander naar spiritus. Benzine brandt te hard, is lastig te onderhouden, en behoorlijk vies. Ik had eerst een Thermojet (grote naam voor een waxinelicht-formaat brander), voor naar Rome heb ik een degelijker White Box Stove. Een gerecycled alu flesje, ziet u wel?
Testje: brand 16 minuten op 50 ml brandstof, een liter water kookt in 11 minuten. (Benzinebranders en moderne gasbranders zijn 2 of 3 keer zo snel, en verbruiken minder brandstof).
Hieronder: de white box met een euro ( een Italiaanse met Da Vinci’s armenmannetje!)

(null)

Tweede foto: de pan staat direct op de brander. Dat vraagt wel een onderzettertje.
(null)

De thermojet (links): fragiel.
(null)

De white box stove koop je hier voor 22,95.
Hij weegt 30 gram. Het bespaarde gewicht kun je opmaken aan parmezaanse kaas, droge worst, knoflook en wijn. Want gewicht besparen op eten slaat nergens op.

Spullen: van jongens voor jongens

Ik ben geradicaliseerd. Lette ik vroeger alleen op de juiste specificaties, tegenwoordig ligt alles op de weegschaal. Want een laag gewicht wandelt lekkerder. Als grammenjager kom je al gauw bij kleine ateliers uit, de ‘cottage industry’. Die doen vreselijk modieus: ze bejubelen een product met een verhaal, met de voornaam van de maker er onder. Maar het is ook goed. Tim, Henry en Ron maken spullen die de grote industrie niet maakt, ze duiken onder de radar. De buitensportindustrie verzint elk jaar iets nieuws. Tim, Henry en Ron maken maar 1 ding, en dat doen ze heel goed. Het product van het volgende jaar is een verfijning, een kleine aanpassing, gedaan omdat de gebruikers ze een bericht stuurden over het gebruik van hun spullen in het veld.

Deze Makers en hun spulletjes zijn zo charmant, dat ik ervoor val. Dat werkt precies zoals met alle andere leuke spulletjes. Mijn Rome-reis-dagbudget van € 50, daarvan heb ik € 8 aan spullen besteed. Om dat er uit te halen moet ik circa 15 overnachtingen in een Bed & Breakfast niet laten doorgaan. U weet: een belangrijke taak van de gadgetkoper is het rechtvaardigen van de aankopen met de juiste verhalen…

Even voorstellen:

Henry Shires, Tarptent
Van dit mini-fabriekje kocht ik in 2011 een Scarp 1, een heel stevige, lichte tent. Dit jaar kocht ik er een Moment DW, een lichtere tent, waar ik niet mee naar Schotland zou gaan, maar wel mee naar Rome. Twee haringen, jaja. Zijn ze duur? Nee. Tarptents zijn in vergelijking met een Terra Nova of een Hilleberg heel goedkoop. Zijn ze fijn? Ja. Een Tarptent is een huis.

mtdw-1

Tim Marshall, Enlightened Equipment
Deze man maakt uitsluitend ‘quilts’, slaapdekens. Het belangrijkste beginsel van ultralight, is de multifunctionaliteit. Een quilt kun je in meer temperaturen gebruiken dan een mummy-slaapzak, en hij is veel simpeler. Geen echte rits, geen rugzijde, geen capuchon en geen tochtslurf. De mijne, geschikt voor -6º C, weegt 622 gram. Hoera voor Tim. Pretentieuze bedrijfsnaam, grote belofte. We gaan het zien. Tim werkt ergens in Minnesota met 12 werknemers. Zijn ze duur? Lijkt wel zo, maar ze zijn 30-40% goedkoper dan vergelijkbare slaapzakken van andere aanbieders…

RevStan_Main__98501.1409236427.1000.1000

Ron Bell, Mountain Laurel Designs
Ron is niet erg bescheiden: hij weet dat zijn spullen goed zijn. Je mag hem altijd bellen, en je kunt altijd modificaties vragen. Hij verkoopt rugzakjes van Dyneema X. Rugzakjes, een verkleinwoord, want ja, als je lichtgewicht gaat kan de rugzak slinken. Er zit geen frame meer in, geen compartimenten, en geen ‘draagsysteem’. De mijne, een Burn, weegt 450 gram (met het optionele deksel erop), en meet 36 liter. Voor de meeste mensen is dat een dagrugzak, maar alles past erin. Zijn ze duur? Ja. Handgemaakte flutrugzakjes van geavanceerde materialen zijn duur.

2010burnonronn

Soldaat flierefluiter

Vorige keer schreef ik dat er tijdens een pelgrimstocht een onvoorziene factor opduikt. Die je het beste kunt omarmen. Zegt de loslaat-literatuur. Maar de gewone knul wil het onvoorziene temmen. In het slechtste geval bloedt je reis daarvan dood. Dus … wat is nou een geschikte reishouding? Zeven pelgrimstypes en hun aanpak.

Elke overeenkomst tussen de beschreven types en echte personen is onbedoeld. Ik overdrijf namelijk.
Dit stuk is eerder verschenen op www.devrijewandelaar.nl 

De flierefluiter
‘Je kunt net zo goed naar Rome lopen, dat is vast leuk’, dacht de flierefluiter en hij ging. Hij loopt vaak verkeerd, maakt soms gekke lange dagen. Door zijn onbevangenheid ontmoet hij leuke mensen en loopt hij pardoes tegen allerlei avonturen op. De rugzak, geen idee wat-ie weegt. En die gidsen over Italiaanse stadjes moeten toch echt mee. Als hij al schrijft, is dat een plezier om te lezen. Bevlogen, met een prettig lezende pechfactor die de aspirant pelgrim moed geeft. De flierefluiter, je wou dat je hem was. Meestal, en vooral achteraf.

soldaat_flierefluiter

Soldaat Flierefluiter in een wel heel voordelig onderkomen.

 

De ANWB-pelgrim
Deze is zo bang, altijd al eigenlijk, dat hij z’n zaakjes perfect op orde heeft. Op goede dagen houdt-ie zo energie over om te genieten, maar in het slechtste geval nemen huishoudelijke gewoontes de reis over, en is alles nodeloos ingewikkeld. Een pelgrimstocht krijgt dan iets amechtigs, iets mechanisch. Een reisgids brengt je op ideeën, voorbereiden is nodig, maar alles vantevoren willen regelen?
Ik geef toe, ik houd zelf ook wel van ontspannen sleur. Een handwasje na het inchecken, het geeft zo fijn houvast. Laat de flierefluiter maar op tijd opduiken om het ANWB-gen te dempen.

De narcist-romanticus
Groots en meeslepend zo’n pelgrimstocht beleven, het lijkt een goed idee. Waarom niet elke heuvel tot woeste berg promoveren, en elk buitje tot zondvloed? De iPad is mee voor het dagelijkse applaus. Hij blogt dat hij bij passanten bewondering oogst (lees: aftroggelt), en dat hij ‘vrijwillig onvoorstelbare ontberingen doormaakt’ (al zijn vrijwillige ontberingen geen ontberingen). Hoewel de tocht bedoelt is om hem prestige te verlenen, valt de inspanning toch flink tegen, als er niemand kijkt. Dan neemt-ie toch even de trein?
Ik ben op mijn hoede, de narcist is niet ver weg. Gelukkig, dagelijks bloggen lijkt me niks. en ik zie de tocht niet als een expeditie die zomaar bewondering afdwingt. Eerder geneer ik me een beetje. Drie maanden wandelen is makkelijker dan drie maanden kinderen opvoeden. En pure luxe, als je het vergelijkt met het leven van een middeleeuwse pelgrim, of een hedendaagse vluchteling (!).

De snelgrim*
Soms komt het verlangen om ver te lopen voort uit deelname aan de Kennedymars. Je hebt niet echt gesport als het geen pijn heeft gedaan. Het land is er om in dagetappes gehakt te worden (welk land precies, maakt niet uit). Een luxe bed and breakfast? Alleen als je het verdiend hebt!
Ja, ik loop ook wel eens als een bezetene door, wanneer ik het even niet meer weet. Doorlopen in de hoop dat je in de volgende halteplaats minder onthand bent. Jajaja, weet ik, zo geef je een reis geen kans, maar op sommige momenten wil je ervanaf zijn. De hele tocht zo aanpakken, nee. Wandelen is geen wedstrijd.

De woudloper
Deze gelooft dat de natuur woest en wild en groot is, en hij een dappere eenling. Daarom moet hij zelfvoorzienend zijn. Hij scheert zich niet, als herkenningsteken. Hij leeft op van de barre kanten van het pelgrimsbestaan, zoals honger, natte voeten en tekenbeten. Dat die worden veroorzaakt door zijn hardnekkig volgehouden zelfvoorzienendheid is geestig, maar door hem niet zo bedoeld. Hij kan lyrisch worden van de natuur, maar eigenlijk is hij daar vooral om mensen te ontlopen. Helaas, een pelgrimstocht kan niet bestaan uit louter padvinderij, dus de confrontatie met niet-woudlopers, zoals gesoigneerde Italianen, kan niet uitblijven. Dan voelt hij zich eenzaam en onbegrepen. Leer de bewoonde wereld inpassen in je tocht, dat is hier de boodschap. Hoewel ik mijn portie bevroren schoenen, macaroni-met-drie-erwtjes en ongewassen gedoe wel gehad heb, wildkamperen blijft ge-wel-dig. Dat ga ik dus volop doen.

De simpele pelgrim
Pelgrims zijn vaak onderwijs-beleids-zorgtypes, linksig ook. Maar een ex-brandweerman kan ook pelgrimeren. Echt, dat mag! Die zaniken niet over asfalt, het weer of blaren. Ze zijn goed met mensen, die ze in groten getale ontmoeten omdat ze de kunst van het ‘eropaf stappen’ verstaan. De eenvoudige pelgrim ontbeert allerlei slimme spullen, die je dus eigenlijk niet nodig hebt. Eenvoudig schrijven zou wel eens het beste schrijven kunnen zijn, terloops verweven met veel zelf- en mensenkennis.
Ik heb wel een simpele ziel in mij. En al lacht mijn vrouw mij uit als ik zeg dat ik een boerenzoon ben, en half Fries, toch haal ik die pummel van stal. Hij fikst ‘t wel.

De vrouw
Vrouwen een apart type pelgrim?! Ja. Ze zijn minder zelfverzekerd, nieuwsgieriger en niet gericht op kilometers. Ze hebben soms verrassend efficiënte bagage (een jurkje, hoe handig is dát?). En het belangrijkste: ze kijken veel beter om zich heen. Ze proberen niet alles vantevoren in te vullen (behalve de regeltantes onder hen). Als ze reis-schrijven, ja, daar steek ik echt wat van op.
Nee, ik ben geen vrouw, maar doe m’n best. Ik zal door de snelgrims vast voor vage artiest, en door locals niet voor ‘echte man’ worden aangezien, maar dat moet dan maar. De belangrijkste vrouwelijke eigenschap, aandachtig kijken en je oordeel uitstellen, is het allemaal waard.

Nu dan het mooie van deze typeringen: de pelgrimstocht maakt er gehakt van. In de vierdaagsepelgrim ontwaakt de flierefluiter, in de woudloper de hedonist, en de snelgrim wordt gegrepen door het hogere. Ikzelf zou (help!) netzogoed kunnen veranderen in de pelgrim die ik niet wil zijn. Als ik de vrees voor de tocht afschud, dan vind ik de gulden middenweg: soldaat flierefluiter.

*snelgrim: term bedacht door Tosca Niterink, in haar boek ‘Klimmen naar Kruishoogte’.

Over mijn reis

Ik hou van landschap, de manier waarop we het ons eigen maken, hoe we ons erin bewegen. Een groot deel van onze cultuur gaat over ruimte, dat boeit me.

Te voet gaan is de beste manier om de ruimte, de wereld, te ervaren. Je ziet veel, hebt tijd, en je hebt geen vervoermiddel nodig. Fijn!

Ik vertrek op 23 februari 2015 (mijn 46ste verjaardag) richting Rome, een tocht waar ik 100 dagen voor uitgetrokken heb. Ik moet terugzijn op de verjaardag van mijn jongste dochter.

Mijn tocht naar Rome voert langs de Stelling van Amsterdam, het Kromme Rijngebied, de Grebbeberg, het Ruhrgebiet, de Rijn af langs de Limes, door het Odenwald en dan langs Tauber en Lech Oostenrijk in. Door het dal van de Adige tot Merano, en dan naar het Gardameer. De Po-vlakte over naar Bologna en van daaraf langs Assisi naar Rome. Als alles meezit, de Goden incluis.

Ik ga kamperen, dat doe ik altijd. Ik ga niet sjouwen hoor, mijn rugzak weegt (zonder water, brandstof en eten) minder dan 6 kg.

Later meer!

De dieptewandeling

Waarom ga je meer dan drie maanden op stap? Vooral mensen die niet op hun gemak zijn met mijn plan om naar Rome te lopen, stellen die vraag. Elke pelgrim geeft zijn of haar eigen antwoord. Wat is het mijne?

DVWwaarom2

De pelgrims die het hebben over ‘schoon schip maken’, of ‘mezelf tegenkomen’, verschillen niet van gewone reizigers of expeditiegangers. De pelgrims die zeggen ‘een geliefde is overleden’ of ‘ik heb een ziekte overwonnen’, klinken als pelgrims, maar ook een ander soort reis kan zo’n ritueel zijn. Solo-zeezeilers noemen zich geen pelgrim, maar hopen wel op een glimp van het hogere.

De enige reden die een pelgrimstocht een pelgrimstocht maakt is de bestemming: een pelgrimsoord. Dat betekent niet veel voor mij. Ik voel me dan ook geen pelgrim. Dat hebben er meer. Het lijkt alsof het de pelgrimage zelf is die van een wandelaar een pelgrim maakt. En daar ben ik wel weer benieuwd naar.

Hoe dan ook, wandelen, dat is geweldig. Je een route voorstellen, de juiste weg zien; het zijn menselijke ervaringen met een rituele component, waar ik van hou. Een meerdaagse wandeling voegt daar een mooie tegengestelde factor aan toe. Dat zoeken en verkennen moet namelijk eindigen. En wel met het vinden van een tijdelijk thuis. Een plaats waar je je een voorstelling van geborgenheid van hebt gemaakt. Zo’n plek, die vergeet je nooit meer. Als je dit ritueel vermenigvuldigt met 100, wat gebeurt er dan? Daar kom ik mijn bed wel voor uit!

Een veelvoorkomende motivatie bij reizigers is de kans op mooie ontmoetingen. Als je echt reist (dus niet georganiseerd, en liefst alleen) dan weet je dat er op de gekste momenten dingen gebeuren die een ander mens op je pad brengen. In een tijd dat iedereen in een treincoupe in zijn smartphone zit, is dat een benijdenswaardige eigenschap van het reizen te voet. Je bent afhankelijk, je kunt vaak niet even verderop proberen. Met name als het niet zo geweldig gaat, ontdek je: zonder hulp van anderen gaat het niet. Ik ben geen held in sociaal contact, dus dat wordt me wat.

Het laatste, fijnste antwoord op de waarom-vraag kan ik pas achteraf geven. Ik weet dat elke pelgrim angsten heeft over wat er niet zal lukken. Maar zo’n tocht is een mini-leven op zichzelf: voorziene moeilijkheden duiken niet op, of worden gemakkelijk overwonnen. En dan verschijnt er onderweg een nieuwe, onvoorziene factor die een levensles uitdeelt. Welke dat is, dat weet ik niet. En dat is spannend. Pogingen om de onvoorziene factor vooraf te voorspellen, zijn onsportief. De straf die er op staat is niet mis: een voorspelbare reis.

Ja, ik ga te voet naar Rome omdat ik de eenvoud, de onverwachte ontmoeting en het landschap wil ervaren. Maar ik ga vooral omdat dat mengsel, traag en langdurig opgediend, uiteindelijk iets zal onthullen dat ik niet heb kunnen bedenken.

De buitenwijkenboycot

Waarom pelgrims woonwijk en industriegebied overslaan
(Dit bericht is een herplaatsing van mijn stukje voor www.devrijewandelaar.nl)

Kromhoutstraat, IJmuiden

Kromhoutstraat, IJmuiden

Ik testte een paar wandelschoenen door er 25km op te lopen in de buurt. De tocht voerde me langs het Wilde Westen van IJmuiden. Op zoek naar een oude torpedobunker liep ik door het industriegebiedje aan de Kromhoutstraat. Ik heb er genoten. Ik wist niet wat ik ervan moest vinden, werd raar aangekeken vanuit auto’s en … kwam ogen tekort.

Elke pelgrim heeft zijn antwoord klaar op de vraag ‘bent u een toerist of een pelgrim?’. Het antwoord ‘toerist’ komt niet voor. Hooguit ‘wel eens toerist, maar dan van spirituele plekken’. De gewone wandelaar vindt zichzelf evenmin toerist. Toch. In elk pelgrimsreisverslag kun je turven: ja, ze volgen het advies van een reisgids; ja, ze slaan vermeend saaie stukken over. En ja, ze doen daar netjes wat alle toeristen doen: het mooi vinden, er foto’s van maken, controleren of die kloppen met de verwachtingen en tot slot zeggen ‘nu ben ik echt lekker op reis’.

In geen enkel pelgrimsboekje ontbreekt de veroordeling van industriegebied en buitenwijk. Dat is niet vreemd. Kerken en forten werden altijd al mooi gevonden, ze zijn gecanoniseerd. Natuur werd vanaf eind 18e eeuw mooi gevonden, dat komt op het conto van de romantische dichters en schilders. Eind 19e eeuw schilderden de impressionisten voor het eerst dorpsgezichten, en stadsparken. Het stadspark is gecultiveerde natuur, en het dorp, wel, daar zijn de mensen goed. Die plekken mogen daarom ‘meedoen’.
Maar de stad, die verdorven plek vol hoeren, homo’s en sjacheraars? Die is vies en vuig en immoreel. Stalin en Hitler hielden van sterke, half ontblote boeren, gezonde blozende boerinnen, die ten tijde van oorlog eventueel tanks in elkaar sleutelen, maar de stád, dat nooit.

Een coalbreaker, gefotografeerd door het echtpaar Becher

Een coalbreaker, gefotografeerd door het echtpaar Becher

Na de Tweede Wereldoorlog gaat het snel: amerikaanse fotografen en schilders beelden auto’s af, cafe’s, suburbs, wolkenkrabbers. De kunstfotografie voltooit de acceptatie van stad en industrie als iets dat mooi kan zijn. Baanbrekend, en foei als u ze niet kent, zijn Bernd en Hilla Becher. Zij fotografeerden met machinale precisie duizenden mijnschachten, hoogovens en draglines. Zij zijn de leermeesters van een hele sleep fotografen zoals Thomas Struth of Andreas Gursky.

Heel vilein kan de conclusie zijn: wandelaars zijn conservatief. Cultureel van voor de twintigste eeuw, de dagen dat het wandelen, en hoe je het hoort te doen, zijn uitgevonden. Daarom is de industrie en de buitenwijk, het snelwegknooppunt en de haven, amper doorgedrongen tot ‘wat zij mooi kunnen vinden’. Dat zie je terug in de pelgrimsreizen: men waardeert het historische stadshart. Wat je ervan moet vinden is bekend. Men waardeert de natuur, waarover vele natuurmonumentenkalenders nimmer iets onzeglijks hebben vertoond of verteld. En het platteland, dat Boer zoekt Vrouw zo aantrekkelijk maakt.

Wee die lastige zone tussen autoluw stadshart en helende natuur. Met al zijn prikkels en ongewenste levensvormen. Er zijn daar veel mensen die bepaald niet tot dezelfde soort behoren als de vrij hoog opgeleide, blanke wandelaar. De bebouwing heeft vaak de verkeerde schaal en is niet ‘mooi’. En er is daar geen waardering voor ‘te voet gaan’. Niet toevallig som ik hier precies de dingen op die de buitenwijk zo aantrekkelijk maken. Er is niets voorgekauwd. Je moet er zelf de weg vinden, voedsel zoeken (een bakker), een schuilplaats (B&B), en mensen uit jouw stam herkennen. Je moet ook de wilde dieren ontwijken (figuren in steegjes, hooligans). Kortom: je doet er van alles dat je in de oertijd in de natuur deed. Dat is intensief, maar leuk.

Die natuur is tegenwoordig prikkelarm en extreem veilig. Dat is zeker ergens goed voor, maar de pelgrim zou er goed aan doen om niet een bus, trein of metro te pakken, om de ondraaglijke tijd tussen de behapbare sights te verkorten. Het levert meer op om alles te lopen, zodat hij of zij kan oefenen met het esthetisch waarderen, voor zichzelf boeiend maken, van woonwijken en bedrijventerreinen. Zoals door bij een rijtjeshuis aan te bellen voor water, bij een autohandel te vragen of je er even naar de wc mag. Boodschappen doen in een schimmige avondwinkel, of eten in een truckerscafé. Het helpt, en is zeker avontuurlijk.

Zeche Zollverein, werelderfgoed. Foto: Abgeda, via Flickr

Zeche Zollverein, werelderfgoed. Foto: Abgeda, via Flickr

Ik verlang er al jaren naar om het Ruhrgebied te doorkruisen. Onderweg richting Rome zal ik de natuur van de Eiffel links laten liggen om tussen autobahnkreuze en bergen sintels op zoek te gaan naar die mijnschachtbokken van het echtpaar Becher. En de beste worstverkoper van Oberhausen staat daar ergens naast een rangeerterrein.

Verdikkeme. Heb ik tóch een toeristisch lijstje.
Maar het cordon sanitaire rond de buitenwijk heb ik in elk geval verbroken.