Naar Rome

Ik ga, het staat vast. Voorzover iets vast kan staan.
Ik vertrek op 23 februari (mijn verjaardag) en keer terug vóór 3 juni (de verjaardag van mijn jongste dochter).

Ik heb veel gelezen over dit soort wandelingen, en ik ga het allemaal anders en beter doen. Slaat u mij achteraf maar om de oren met de claims die u hier leest.

Elke pelgrim ziet af, elk op een andere manier. Elke pelgrim ontdekt iets, altijd onverwacht. Door te gaan stel ik me bloot aan dit wrede mechanisme. Praatjes hebben, en dan een knock-out uit onverdachte hoek te verwerken krijgen.

We zullen zien!

Overigens, de site www.devrijewandelaar.nl publiceert mijn voorbereidings-gedoe en -gedachten.

Ik ben bang en ik neem mee…

Als u, op de camping aangekomen, uw satellietschotel uitklapt, de Weber-barbeque opstelt en op uw strandstoel gaat zitten, bent u geen lichtgewicht kampeerder. U verhuist.
Als u naar de buitensportwinkel gaat, u daar laat adviseren, en thuiskomt met dure spullen met veel fratsen? U bent consument, op zoek naar comfort.
Of hoort u tot de mensen die hun tandenborstel afzagen en meedragen in een toilettas van 200 gram? Dan bent u een slecht rekenaar.

En ik ben in een pedante bui, dus daar komt-ie.

Spullen meenemen is sterker dan nuchterheid en de weegschaal. Menig pelgrim zegt braaf ‘alles wat je thuislaat is mooi meegenomen’. En neemt vervolgens toch te veel mee. En gaat afzien door het sjouwen van spullen die voor geruststelling en comfort moesten zorgen.
Écht lichtgewicht wordt het pas als de gewoontes tegen het licht gehouden zijn. De noden gescheiden zijn van de wensen. De angsten in de ogen gekeken.
Je enkels verzwikken niet in lage lichte schoenen, ze worden er sterk van. Zonder regenhoes wordt er niks nat in je rugzak dat niet nat kan worden. Zonder scheerzeep kun je je prima scheren. Zonder dreft wordt je pannetje prima schoon, reservebatterijen liggen in een winkel, een waslijn is die van de buren, van vaseline gebruik je in een week hooguit 10 gram, en een lampje in de tent heb je niet nodig ‘s zomers.

Nu de bekende tips, allen te simpel om echte tips te zijn.

1) Tent, rugzak, slaapzak en matje. Bespaar je met een duur titanium pannetje een gram of 70, een veelvoud bespaar je door de grote stukken eens even door te lichten. Een pelgrim schreef trots dat ze de rugzak al gekocht hadden. Een Fjallräven, geweldig ding, heel comfortabel. Hij woog 3,5 kilo. Deze rugzak is niet alleen de duurste en de zwaarste, er kan bovendien 70 liter in, dus reken maar dat er niks thuisblijft. Dat gaat pijn doen.

2) U moet wegen, alles wegen. Ook de kleine dingen. Dan ziet u dat foudraal, grondzeil, reserveharing en thermosfles verrassend veel wegen.

3) Reservedingen. Laat ze thuis, er gebeurt niets. Reservedingen liggen in de winkel of bij de eerstvolgende boerderij die u tegenkomt. Een halve dag onhandig, honderden kilometers lichter lopen. Voor EHBO geldt grotendeels hetzelfde.

4) Kleding. Een droge broek en extra sokken til je de hele rit. Regenkleding til je 80-90% van de tijd. Een lekkere fleecetrui kan wel 600 gram wegen. Hier valt zo een kilo gewichtsbesparing te halen, misschien wel 2.

5) Komt u in een buitensportzaak, oortjes dicht! Op massaproducten met veel kunstjes zit de hoogste marge. U komt naar buiten met een imponerend ding, maar licht zal het niet zijn, en soms is het zelfs overbodig (‘drinksystemen’, zwitsers zakmes).

En ik?
In 1995 woog mijn schotland-rugzak, zonder eten en water, 19,5kg, en het EHBO-etuitje woog 300 gram. Ik sjouwde geruststellende spullen en kocht ook wel eens iets overbodigs.

Een béétje dominee was vroeger een zondaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Monte Toraggio

Na wekenlang volgen van pelgrim John Tijhaar op zijn tocht naar Rome, kwam ik zelf in Italië aan. Op vakantie. Het land voelt altijd fijn, niet als bakermat van de katholieke kerk, maar als maatstaf op cultureel gebied. De stijlvolle man, de stijlvolle auto, de stijlvolle stoel en het geweldige eten. Zo’n land vraagt een stijlvolle wandelaar. Daarover later meer.
Eerst eens kijken of mijn Schotse aanpak (solo bergen van de ongebruikelijke kant benaderen na studie van kaarten en uitzicht) hier zomaar zou werken.

Ons appartement, daaraan is alles geweldig. Wat er voor mij uitspringt is het uitzicht vanaf het bed en vanuit de keuken: Monte Toraggio. Een Alpe Ligure met smoel. Niet eens zo hoog, maar wel met Italiaanse bravoure. Aangezien de gezinsleden de meerwaarde inzien van een papa die zichzelf even uitlaat, is de deal al snel gemaakt.

Mone Toraggio

Pad langs de flank van links naar rechts, midden op de foto

Een secundair doel is het testen van Viewranger App. Voor vertrek heb ik via wifi Open Cycle Map kaarten uitgeknipt en geladen. Ik zet op de telefoon een route uit naar de top van de berg, om eens te kijken hoe dat nou is, lopen met een GPS op open source kaartmateriaal. (In Viewranger is geen Italiaans ‘staatskaartmateriaal’ te krijgen).

Eerst met de auto (tja) 11 km de berg op naar Passo de Gouta. Daar parkeren, de Roclites onder en lopen maar. De befaamde rode rugzak in zijn nadagen bevat 1 perzik, een half pakje tuc en anderhalve liter water voor 18km en 1.000 meter omhoog. Optimist!
Na een uur trek ik mijn hardloopshort aan, en ook het aloude Klaasloopt-hardloophemd. Het is warm. Het pad is breder dan gedacht, omdat er een verdedigingswerkje op de kam ligt. Later wordt het smal, soms met een kabel erlangs, boven steile hellingen. Eenmaal op de zuidflank onder de top is het geduldig heen en weer zigzaggen. Warm, met veel bloemen en buitengewoon veel vlinders.

De stippellijntjes op de OpenCycleMap zijn Mountainbike-routes, en die leiden niet langs de top. Daar wordt de route overgenomen door rode spuitbusvlekken, en heb ik bovendien handen en voeten nodig. De top heeft een duidelijk italiaans tintje: mariabeeld, dweepgedicht, metalen kruis, vlaggestok met italiaanse vlag. De perzik smaakt super, natuurlijk. Het water is niet toereikend. Ik loop langs de koele, franse noordkant terug. Ruig, en geen mens te zien. Blaren.

Route langs rode spuitbusvlekken.

Route langs rode spuitbusvlekken.

Uitzicht richting noordwest: Mercantour (F)

Uitzicht richting noordwest: Mercantour (F)

Top met Italiaanse parafernalia

Top met Italiaanse parafernalia

Uitzicht: Middellandse Zee

Uitzicht: Middellandse Zee

Vuursalamander

Vuursalamander

Een paar voornemens voor een lange pelgrimstocht: ik vind hoog op een kam lopen zo leuk dat ik daar de route soms op zal afstemmen. Water zal een probleem kunnen zijn. Hoe anders dan in Schotland, waar ik echt nooit water meeneem omdat je dat overal zo kunt drinken. De schoenen moeten anders. En: de Rome-ganger heeft een hoed nodig. Daarover later meer.

Viewranger doet het goed. Je ziet altijd in een oogopslag waar je bent, kunt uitzoomen of op een andere kaart overstappen voor het overzicht. OpenCycleMaps heeft waardeloze hoogtelijnen / reliëfinformatie, als je zelf een route ermee uitzet vergis je je daarin zeker. Zo ligt de top van Monte Toraggio op 1971,6 meter, maar op de kaart ligt-ie ergens op de 1800 m contour. Een track tekenen tijdens het lopen doet Viewranger goed, mits je de nauwkeurigheid niet te laag instelt. Er moet een evenwicht zijn tussen nauwkeurigheid en batterijduur…
Rest nog de vraag wat te doen als de telefoon uitvalt. Een 1:100.000 kaart mee is dan zo slecht nog niet.

Grenspaal

Grenspaal

Route (blauw), Track getekend (zwart) en pad (stippels).

OpenCycleMaps in Viewranger. Route (blauw), Track getekend (zwart) en pad (stippels).

Route (blauw) voert naar de top; maar niet heus. Echte top (geel balletje) schijnbaar lager gelegen. Reliëfinformatie slecht.

Route (blauw) voert naar de top; maar niet heus. Echte top (geel balletje) schijnbaar lager gelegen. Reliëfinformatie slecht.

Funky Trousers

Golfkleding, daar wordt lacherig over gedaan. Bespottelijke ruitbroeken, tweekleurige schoenen, handschoentjes en roze poloshirts. Kan uitermate gay uitvallen, in meerdere betekenissen van het woord. Word ik wel blij van.

Buitensportkleding, daar word ik niet blij van. Neemt zichzelf overmatig serieus, er kan geen lachje af. De membranen, de wicking layers en de frictionless seams vliegen je om de oren, de ene feature nog imponerender benoemd dan de ander.
Het treurigste buitensport-kledingstuk is de afritsbroek. Niet verkrijgbaar in andere kleuren dan linzengroen, kikkererwten-kaki en grafsteen-grijs. Kan uitermate gay uitvallen, maar dan bij vrouwen.
Maar ja, als je echt lichtgewicht kleding nodig hebt, kom je toch uit bij zo’n fantasieloos stuk zwart of grijs. En als je geen korte broek wilt meenemen maar je gaat toch lopen in een warmere streek, dan is afritsen de uitkomst. Ergerlijk, zoals het allemaal weer klopt!

Stel, ik ga 2300km lopen. Dan wil ik er ook wel eens netjes uitzien, maar niks extra’s meenemen, want alles weegt. Zo kwam ik ineens op een idee, waar zo te zien nog niet veel mensen op zijn gekomen. Ik koop een golfbroek om in te wandelen.
Want: lightweight, wicking, four way stretch en nog zo wat features, maar daarnaast netjes, en op een verfijnde manier lichtvoetig. En: gemaakt om in te lopen, te zweten en rare beweging te maken. In schitterende kleurstellingen als t een beetje wil. De sombermansen onder hun grote rugzakken zullen verrast opkijken als ik langs kom dartelen.

Laten we eens kijken. 2013 Dwyers &Co Designer Funky Check Stretch Tech Golf Trousers. Wow. 2013 Under Armour ArmourStorm 2.0 Waterproof Golf Trousers.
Wow. 2013 Calvin Klein Fleece Lined Thermal Golf Trousers Weather Tech. Wow. De naamgeving is minstens zo uit de bocht als in de buitensport-hoek.
Ook met de kleur kun je uit de bocht: Royal & Awesome Funky Golf Trousers. Auw.
“Stylish and funky golf trousers from Royal & Awesome. Perfect for your annual golf tour, the corporate jolly, your club championship final or spending that “quality time” with your father in law!”

De golfbroekenmakers hebben de schoonvader wel, maar de wandeltoepassing nog niet ontdekt. De broeken horen dan ook bij het kunstmatige landschap waar de golfer in rondloopt. Ik ga ervoor, ik vind de scheiding tussen wandelende golfers en echte wandelaars kunstmatig, en je weet t nooit met je schoonvader, misschien wandelt-ie wel mee…
Slechts één vraag blijft open staan: wat wegen ze?

Ladhar Bheinn from Achanalt (9 cold days)

Day 1: Switch to hillwalking
Thanks to WH members, Geograph.org.uk, Scottishhills.com and lots of other sources a nice 9 day walk was conceived. A plan is one thing, the real walk quite something else, and the writing down of it creates yet another incarnation of the same old recipe: connect different landscapes of Scotland by a route that can be altered on the go. I’ll now try and write something insightful about my latest sounter in the Highlands.
This year’s trip starts in Achanalt on the Kyle-line from Inverness. My friend Paul drops me off there.


The Fannaichs as snow condition indicator


Sgurr a’Choire Rainich from the north

The walk from the railway line at Achanalt to the base of Sgurr a’Choire Rainich is staged to slowly switch from ’500 yards is far’ and ‘three flights of stairs is high’ to ’20 miles is far’ and ’914 metres is high’. ‘Snow is slippery’, ‘below freezing is cold’ and ‘I really need network coverage’ go out the window as well.
Seems each office-dweller has a set of reflexes and senses stored somewhere in the brain that are activated the first day on the hill. I’m adjusting while my feet are already happily trotting away.

For the Strathconon Corbetts, Hamish Brown claims: “admire from Strath Bran, climb from Strathconon, except if you have a fetish for flogging miles of boggy moorland”. I do have that fetish, but luckily enough, all bog is frozen. All nine days of the trip. I put on my merino longjohns. To keep them on for almost the full nine days.

Seen from the railway line, Rainich looks high, of textbook shape and very frosty. Its eastern corrie, the one I use for ascending, is filled with snow blown in form elsewhere. Fine views. To the north are the Fannaichs, northwest is Torridon, northeast is Wyvis.
The blue sky of the morning is always gone by midday. Today is no exception.

Mental note 1: in snowy conditions, avoid leesides of things since snow accumulates there. Mental note 2: in windy conditions, look for leesides.
The devil adds up these two today. “In conditions that are windy AND snowy, choose freely between floundering and getting rattled”. I choose wind over snowdrifts and forget about contouring to the saddle between Meallan nan Uan and Sgurr a’Mhuillin. The shape of this mini massif is not very clear to me at first. I find the eastern ridge, and follow it to Mhuillins cairn. Meallan nan Uan is more of a hill. Better shape, steeper, and with better views west and south.
The view is nearly black and white. Snow, dotted with dark trees, cut by a dark river. Not a soul to be seen. On the horizon are the Strathfarrar Four, and to the west Maoile Lunndaidh & Co. Some hills are new to me, like Bac an Eich.


Sgurr a’Mhuillinn from Meallan nan Uan


Meallan nan Uan summit rocks


Gleann Meinidh, Strathconon from Meallan nan Uan. Sgurr a’Choire Ghlais top right


Track from Strathconon to Glen Orrin, looking south to Carn nan Gobhar. Creag a’Ghlastail on the right


Track from Glen Orrin to Strathfarrar, looking north to Creag a’Ghlastail

True to habit the first day is too long, nine and a half hours. Pouring over maps and reading bluesky-TR’s this winter has again simplified things and made any route seem possible. Reality moulds the route into something more feasible.

Inverchoran depresses me, as does the track up and over to Glen Orrin. However, when the downhill section starts the weather brightens a bit, and an eagle comes swooping up. It probably has an eyrie on the cliffs of Creag a Ghlastail, overlooking a pine tree-dotted slope. Trees undo the intimidation of high wind and piercing cold. I’m not a tree hugger, but sure fond of them. I cross the river Orrin (bridge) and camp sheltered from the wind behind a conifer plantation. Meths burner works like a charm, dinner tastes real good. Water from streams is too cold to drink. [camp at NH266465; 22.1 km +1378m, -1186m]

Day two: Strathfarrar Four, Three, Two … One.
Many times I’ve imagined how I would succesfully ascend Sgurr Fhuar-Thuill and walk east to do the other three. And proudly post a trip report “Four from the North”. This hybris will be rebuked today. In the morning, after re-reading the MWIS forecast on a PDF I’ve reduced the number of munro’s planned to one or two. Once on Carn nan Gobhar conditions leave nothing to the imagination. In fact, they leave only one option: out of here. And don’t even think of walking into the wind. (MWIS predicted 75 mph gusts and a -22 windchill; as far as I could tell, it wasn’t far off). I check my position using the NavigX app and leave. Or rather, I’m being blown west. Cheekbones and nose hurt from the stinging cold and the flying particles. Leaning into the wind sideways brings me out onto An Socach, a gentle way down on crusty snow. Of course any An Socach is a snout, a spur jutting out into the glen with a steep front. This steepness is welcome, the sooner I’m down, the better.


Fear on Carn nan Gobhar

During nine days I’ve only seen one couple of walkers, on day 6, from a distance. Some conditions begged for an encounter with some cheeky fellow hillwalker to take away the intimidation presented by high winds and bitter cold. And I made a mistake: the route on day 2 didn’t have a low level alternative (other than walking round via the Monar dam).

In Strathfarrar I cross the river at Cambussorray. I see them, my saviours, the Scots Pine of Coille na Leitire Duibhe. At 2:30 I call it a day next to the biggest tree I can find. Nature has this strange habit of letting you be friends with it, but at the same time not giving a hoot about you. Goldcrests and coal tits frolic through the branches. How these tiny birds maintain their 40 degree body temperature is a mystery to me. I’m cold. (camp at NH287376 after 11.9 km, ascent +779m descent -922m)


Sgorr na Diollaid above Deanie Hydroworks intake


Home is where the biggest tree is

Day 3: La Diollaid
Sgorr na Doillaid has my sympathy since 1998 when I first walked Strathfarrar. Being a Corbett it is quite far away from the higher hills on the same ridge. Two conspicuous horns keep it out of the whaleback-category, and the northern side is steep enough to have the summit visible from the floor of Glen Strathfarrar. As expected, even an 800m hill is rasped by winds. I’m unpleasantly surprised by the stark appearance of the ice-clad summit rocks: some scrambling is unavoidable. Today I’m on the other side of the thin line between fear and audacity, so I scramble up over brittle ice. I utter a covert ‘woohoo’. Good thing I marked the peat hag my rucksack leans against digitally and with my ice-axe on top, for, not unusual, on return I looked for it far more to the south.


Icey beard


Micro forest on snowy hill


Messy climb in Coille na Leitire Duibhe


Loch Meall a’Mhadaidh near Sgorr Diollaid

Each walk of mine seems to include a classic or two. I planned for hitchhiking from the Spar in Cannich to Affric Lodge Parking, but that doesn’t happen. No traffic. So after a big free coffee from the shop couple I walk the whole stretch. A good thing, since it introduces Affric pleasantly slow. And I’m impressed. What a forest, a northern jungle. What a views. The esthetics of elegantly arranged giant pines on heather slopes and islands. I do not make it to Loch a’Chladheim, the 18th mile proves to be one too many. (camp: NH241247; 27.1 km, +1450m, -1388m)


Affric jungle


Loch Beinn a’Mheadoin looking west

Day 4: the Baltic plains
The new MWIS forecast PDF I downloaded in Cannich predicts a less windy sunday. I’d like to camp in Gleann na Cailliche and from the camp do “some” (I dare not say five) munro’s. This well prepaired plan is foiled. It freezes 7 degrees on the glen floor, the path is icy, and just look at the ridges around, outlines blurry with drifting snow. Conbhairean is a white fin, jutting into the storm. Danger. I shiver, not only from this sight, but also from a cold. One day has to be the lowest.


Mullach Fraoch Choire from Strawberry Cottage hallway


Icey path on the way to Camban

Talking to an eagle watcher in the glen, I suddenly see it clearly: abort! So I turn back to Glen Affric, rest in the hallway of Strawberry Cottage end this day at Camban. The bothy is cold too, but a little charcoal, lots of tea and dinner provide warmth. After I put the spookiness of the bothy aside, I fall asleep soon. (Memories of the bothy in ‘Mama’, the horror movie, resurface). Full moon too. (Camban bothy; 26.1 km, +652m, -561m)


Ciste Dubh


Ciste Dubh’s shadow on Mullach Fraoch Choire’s flank


Many guests pass the snowy doormat of Camban bothy

Day 5 Benchmark Langoustines
There’s not many hills that have lived on my wishlist for as long as Beinn Fhada has. So, forget about boosting my munro number closer to 141 by climbing Ciste Dubh and the Brothers, loyalty prescribes Fhada is next.


Glen Affric from Bheinn Fhada pt 710


A’Ghlas Bheinn and Loch a Bhealach from Beinn Fhada’s eastern end


Beinn Fhada trig pillar and northern ridges


Ceum na h-Aon-choise from Meall an Fhuarain Mhoir


Sgurr Fhuaran and Gleann Lichd from Ceum na h-Aon-choise

The east-west traverse is a grand route, Ben Alder-like at first, with a dash of Cuillin in the tail. Exhilarating ridge walk, and quite effortless negotiation of the bad step between Sgurr a Choire Garbh and Ceum na h-Aon-choise. See a descriptive TR here.
On Beinn Fhada the wind drops, and the sun comes out. It melts away my apprehensive alertness. The feeling that one can be on speaking terms with a winter mountain returns. Even though I am never really scared, the first three days fear came along every once in a while, to keep the option of turning back at the top of my mind. It’s that fear that induces safety. It’s a good thing, but I like ‘audacity that generates fun and bliss’ much more.


Sgurr a Choire Garbh Bad Step (Beinn Fhada)

Long ago I walked from Morvich to Shiel Bridge once too often, so I really do not like this stretch of asphalt. Fortunately there’s an audio book, the excellent ‘Old Ways’ by Robert McFarlane. The shop in Shiel Bridge is just being set up after five quiet winter months. I hope it survives. Not inclined to walk back to Kintail Lodge for pint and dinner and bed, I decide to hitchhike to Glenelg. One of my better hunches. The Glenelg Inn has benchmark langoustines. Immensely juicy and with very hard, sharp shells, lukewarm. The scallops are good too. And the washing machine is available. The mid-walk-beautiful-porcelain-girl turns up too! All is well. (17.0 km, +1078m, -1398m)


Classic filling station and classic hill


Glenelg Inn housekeeping

Day 6 Stacked Stones & Scree
What charms me the most about Glen Beag is the way the road weaves on, curve after curve, every time revealing a new pasture, old wall, broch, farm or autarchic house. After Balvraid, a messy farm, the path slants upward to Dun Grugaig and turns a delightful moss-padded track in a birch wood. A DIY bridge crosses the river. Some mile on southwestward, the path peters out near a meandering stream. This is where my ‘roaming’ naturally ends. To go further would mean starting a climbing episode, so ‘homing’ takes over. I wander somewhat further upstream, and pitch the tent in Roisdail, within sight of both Eaglaises north ridge and Sgritheall’s northeast ridge.


Dun Troddan, Glen Beag

One hour later a set out for Sgritheall’s northeast ridge. The weather turns grey and cold once more, but the sweeping zig-zag of the ridge is a grand outing nonetheless.
On summiting Sgritheall the seaward view really jumps at me. Hurray for the sun making firey spots on the bluegreen sea.


On Beinn Sgritheall’s northeast ridge looking into Coire Min. Druim nam Bo and Beinn nan Caorach behind


Beinn Sgritheall summit seen from northeast ridge


Beinn na Caillich, Knoydarts north coast and the isle of Eigg


Sgritheall’s narrow bit and Sgurr a’Choire Bheithe, Sgurr na Ciche and Luinne Bheinn

I read people’s complaints about the unrelenting steepness of the climb from Bealach Arnisdail to pt 906. And didn’t pay attention. So the apparent lack of a connecting ridge seen from point 906 startles me. I descend a bit to the north to see that of course there is a ridge. It’s so steep you cannot see the slope from the summit of pt906. Jeez. I go down because I have to, but it turns out to be the least ‘fun’ element of this trip. Cold sweat. Hereafter, my reaction to Eaglaises western flank is no surprise. I look, I spy, I pry for a way through it’s steepness, but I’m overruled by the safety committee. Nope. Let’s go home. (With hindsight, I could have descended into Coire Min even before climbing pt.906) (camp at NG857136; 18.2 km, +1306m, -1022m)


Roisdail camp spot and Beinn na h-Ealglaise


Early morning summiting of Beinn na h-Eaglaise


Bealach Dhruim nam Bò and Beinn na h-Eaglaise and Beinn Sgritheall

Day 7 Loch Hourn switchback
Surely, Eaglaise is bagged the next morning by it’s north ridge easy-peasy. At 7.45 I’m on its summit. Swoop swoop. Lovely morning too, warm enough to take off the longjohns.

Bealach Dhruim nam Bò is a special place. Something Cairngormy about it, and the idea that cows can be driven across it, is believable. Beinn Caorach is a grey mouse of a peak, “it would look strange and flat if it weren’t there” is all I can say to promote it. To reach Kinloch Hourn one goes down southeast from Bealach Aoidhdailean into a glen which is quite nice with it’s deep lying river and trees and a peculiar T-crossing. But the rest of the way is no man’s land, defined by the mountains that surround it. Featureless land with lots of stalking tracks.

At Kinloch Hourn I pass a parked Volkswagen Polo, thinking nothing of it. I suspect Barrisdale is too far, but aim for it anyway. When I photograph a beautiful pine 3/4 down the way at Caolas Mor, I realise that this is the place to make home. The sunny hours left are thoroughly enjoyed, drying the tent and airing the sleeping bag. Snow comes and goes, just for decoration. I look at the map for tomorrow’s route, make a decision, put the map away. Only to unfold it again (repeat 10 times). (camp: NG889063; 22.9 km, +1646m, -1920m)


Gleanndubhlochain ruin, looking southwest


Pine and Stob Dhoircaill from Barrisdale path


Taking it easy in sunshine. Loch Hourn shore near Barrisdale

Day 8: Ladhar Bheinn
In the morning I strike camp at 6:30 and discover my ice-axe is missing. As far as I can reconstruct, I still had it on me round midday the day before. After lunch I must have attached it to the rucksack in the wrong way (after doing it right for 18 years). It could be anywhere between here and 20k back. I do no go look for it, since my boat-train-flight home is near.


Holly tree and Luinne Bheinn. Barrisdale


Beinn Sgritheall from Barrisdale

Ladhar Bhein without an ice-axe, is that okay? Crampons, but no ice-axe? Something I would frown upon, but I admit to stretching the rules a bit when it’s me that’s breaking them. All former plans of walking to Li and climbing the hill from there are binned as soon as I come round the Barrisdale corner: Ladhar Bheinn looks glorious, bright white against the blue. Stob a’Chearcaill puts me off a direct ascent, so I climb to Mam Barrisdale to try and circumvent the Stob. As could be predicted, I end up doing a harebrained climb up its southeastern flank, nails dirty from clawing at the steep grass. From a distance, this looked steep, but less steep than Eaglaise. However, from close range the whole southeastern side of Stob a’Chearcaill has an apron of crags. Note: if you want to avoid climbing it straight from the northeast, go round the southeast side at least as far as the stream. The south bank of the stream is the way up if one wants to avoid the Stob altogether.
Upon gaining the summit I want to rest and walk around for the views, but the summit is so narrow, Coire Dhoircaill starts with a huge drop one step away. Jellylegged I continue to pt 849 where I can relax on a domey top.


Stob a’Chearcaill southeastern aspect


Ladhar Bheinn from Stob a’Chearcaill summit


Ladhar Bheinn’s twisting ridges and Knoydart peaks seen from eastern end of summit ridge


Ladhar Bheinn summit ridge and Coire Gorm seen from west

Next is the ascent of pt 858 which looks daunting from a distance. I eat my last three shortbread fingers. Gentle zigzags lead trough all difficulties, and after climbing the last rib the main summit ridge is gained. I feel real good sitting at the trig point, make a pano-video of the view and text home that all is well. Ladhar Bheinn, Sgritheall and Beinn Fhada have something in common: bland southern slopes, complex northern corries. No sooner do I leave the summit ridge at its southwest exit or I slip. Hoar frost fingers have melted and refrozen and the whole surface is dotted with shiny pearls of ice. Crampons back on, to walk crunch crunch downstairs towards An Diollaid. There I make a right turn into the cold northern corrie, the fastest way to flowing water and a well deserved midday fry-up.


Well deserved fry-up after coming down Ladhar Bheinn


Beinn na Caillich seen from shielings in Coire Each

This corrie seems remote but I spot shielings, its general atmosphere is friendly. Without losing much height I continue to Mam Li. The lochans must make for good camping spots. The first one doesn’t. Higher up there’s the nicely named Lochan a Bhealach na Creagan Dubha, with flat mossy pitches. Good chance the sun will be on the tent till after five, and will shine on me early morning. The night is not markedly colder than anywhere else I’ve slept. Mixing horrifying pasta’n'sauce with sardines in tomato sauce miraculously gives me a mediterranean bouillabaisse. (camp at NG810075;16.9 km, +1670m, -1170m)


Camp at Bealach nan Creagan Dubha, looking at Beinn na Caillich


Sunrise above South Shiel hills. Lochan a’Bhealach Creagan Dubha

Day 9 Coastal wanderings
Before sunrise I’m up to take pictures (you know, first thing when you open your eyes is the bladder alert, you have to hurry so why not bring the camera out).

So what’s left to do this friday. After Ladhar Bheinn the momentum is gone, I do not feel like a big day, but there’s a good idea that jumps at me from the map. The glen south of Ladhar Bheinn is so boring, I long for other ways to come off Beinn na Cailliche. At 7.50 I’m on top of that one, and have good fun descending it on it’s northwestern side, quite steep and suprisingly rocky, especially Creag…. Nice lochans and a beautiful short wooded glen lead out to the coast at Croulin. I bump into a fox. Birches, drystane dykes, and the sea. At the shore one can see Sgritheall again, sitting like a galleon on the water. The coastal walk is bliss. Short cropped grass and some copses of birch, some rocky headlands but mostly flat and wide grass, fringed with beds of pebbles. Inverguesachain is nothing (I imagined it to be a lovely set of houses where I could miraculously have tea and a cake). The road to Inverie is just that and nothing more, but Robert MacFarlane’s book is in my ears. (19.7 km, +715m, -1223m)


Beinn na Caillich, Knoydart, seen from the coast at Croulin


Knoydart northern coast lobster cages and Beinn Sgritheall

Inverie has boomed since I’d last been there (1995) with a big pier, a taxi and much more accomodation. In the Knoydart Foundation office I read an A4 nailed to the message board: Clive Dennier is missing. Today (March 29) they found his car, the Volkswagen I saw. This explains the mooring of an orange rescue vessel. It delivers some 6 mountain rescue people. I halt the landrover transporting them to report where I’ve been and what I’ve seen (no trace). If they find a purple and alu ice axe, it’s not his, it’s mine. I’m rather shaken. This man is me. A solo walker in Knoydart. Clive Dennier still wasn’t found when I write this.


The Venturer brought me back to Mallaig from Inverie

In Mallaig I visit the swimming pool, the chip shop, the giftshop, the supermarket and a hardware store (to buy fresh socks) and the train station where the evening train to Edinburgh awaits. Unrolling my mat at the airport at 02:00 is a contrast to wild camping that is hard to handle.

Gear
This year’s newcomers are a merino pair of longjohns (Rab MeCo120) which are impressive. Superlight, warm, no smell. The gear to go out the door next year is a pair of waterproof gloves. Point is, the inner liner comes out when you pull your hands out. When puttin them on when really needed, I fidgeted with the liner for ages. Very annoying.
Mainstay is my Montane Extreme Smock. Where would I be without it.
My 8mm foam matress might go next year. Warm enough, and very light, but I might switch to Neo Air or similar, althought there’s a 100 gr weight penalty (short version weighs 420 gr, foam matress weighs 315).

Food
This year saw the exit of all things too sugary. I’m a diesel, and what I do is for diesels, so no ‘sugar highs’ needed. The body burns fat and slow sugars, and switching to the fast sugars of jellybeans etc is uncomfortable. Cheese is favourite, and canned fat fish.

Distances and ascent
I didn’t do any measuring while underway. No alarm clock either, just went to sleep in the last light (19.30) and got up 06.30 which gave me long days. Distances and ascent are measured on 1:25.000 maps using WH’s GPS-planner. Real distance probably a bit more, but who cares.

Viewranger

Papieren kaarten en losse GPS apparaten zijn verleden tijd? Dankzij Viewranger App, met kadaster 1/25.000 kaarten. Viewranger doet iets heel eenvoudigs: een kaart van een commerciële aanbieder inladen en de positie van de telefoon er op zetten. Onderweg geen internet nodig, tenzij je kaarten wilt kopen online vanuit de app. Nog leuker: je kunt in Viewranger.com zelf kaartdelen selecteren, uitknippen en laden. Zo kun je bijvoorbeeld OpenStreetMap met wandelpaden thuis inladen, ook als je 2300 km loopt.

De afgelopen dagen heb ik wat zitten experimenteren: .gpx-bestanden van langeafstandswandelpaden gedownload. Viewranger maakt in jouw Dropbox een mapje aan. Zet je daar de kaarten, routes, tracks of kaartknipsels in, dan kun je ze vanuit de app laden onderweg. Op www.wandelnet.nl of op routeyou vind je plenty routes. Ook in Duitsland zijn vele bronnen. Italië is lastiger, maar daar biedt Openstreetmap of Opencyclemap uitkomst. De knipfunctie van viewranger is daar op zn best: knip een kaartdeel uit, geef op welke zoomniveaus je wilt hebben, en viewranger maakt een bestand. Zo kun je de wereld rond op thuis geknipte kaartdelen.

Viewranger website

20130621-144147.jpg

Waarmaken

Aside

Het waarmaken van een droom begint met uitspreken ervan. Eerst voor jezelf, en daarna tegen anderen. “Ik ga naar Rome, lopend, in één keer”.

Forsinard

Waar Schotland op z’n leegst is, in het noordoosten, ligt een gebied dat Flow Country heet. Aan de rand ervan ligt een stationnetje. Forsinard. Het is het vertekpunt voor mijn volgende tocht in Schotland in april 2014.